Het is voor ouderen niet aantrekkelijk om van baan te veranderen. Ze investeren niet meer in zichzelf. Ontslag komt dan extra hard aan.
Oudere werklozen hebben weinig kans op de Nederlandse arbeidsmarkt. Dat komt vooral omdat ze duur zijn voor werkgevers en omdat de arbeidsmarkt weinig mobiel is. Dat concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in een gisteren gepresenteerde studie.
Omdat het loon omhoog gaat met de jaren en niet met de arbeidsproductiviteit, is het voor ouderen erg moeilijk om van baan te veranderen. Zij blijven dan ook vaak hangen in hun oude baan en investeren niet meer in zichzelf. Het CPB stelt dat dit probleem nijpender wordt, als de AOW-leeftijd wordt verhoogd.
De coalitie heeft een principebesluit genomen om de AOW-leeftijd te verhogen tot 67 jaar. Daarbij worden ouderen ontzien, net als mensen die een zwaar beroep hebben gehad–wat dat is, moet nog worden gedefinieerd. Als de Sociaal-Economische Raad in oktober een bruikbaar alternatief heeft, kan het kabinet van het besluit terugkomen.
De tegenstanders van het ophogen van de AOW-leeftijd wijzen er steeds weer op dat veel 55-plussers niet werken. De arbeidsdeelname tót 65 jaar kan dus nog flink omhoog. Dat komt volgens het Planbureau door genereuze regelingen voor arbeidsongeschiktheid en vervroegde uittreding uit het verleden.
Die regelingen zijn de afgelopen jaren behoorlijk veranderd. Sinds kort is er zelfs een doorwerkbonus voor mensen die na hun 62ste blijven werken. De laatste jaren is de arbeidsdeelname van 55- tot 65-jarigen dan ook sterk gestegen. Het CPB verwacht dat de participatie van deze groep ouderen van de 48 procent nu naar 60 procent in 2020 gaat, nog los van een eventuele verhoging van de AOW-leeftijd.
Dat komt deels door betere prikkels om langer door te werken, deels doordat ouderen beter zijn opgeleid en er meer oudere vrouwen werken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.