*

 

Wie is wie? Coutinho en Osterhaus

Maartje Bakker − 30/04/09, 00:00

Roel Coutinho geldt als expert op het gebied van infectieziekten. Hij is een provocateur, aldus collega’s. Maar fouten geeft hij eerlijk toe.

  • Roel Coutinho, directeur Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM. (ANP PHOTO KOEN SUYK)

Of het nu gaat over varkensgriep, vaccins tegen baarmoederhalskanker of de Q-koorts: Roel Coutinho wordt opgetrommeld voor commentaar. Sinds 2005 is hij directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Zijn collega’s typeren hem als een provocateur en idealist, met een grote voorliefde voor zijn wetenschappelijke vakgebied.

„Qua kennis en ervaring was hij de aangewezen persoon voor zijn functie, maar ik vind zijn aanstelling een dappere keus voor een overheidsinstituut”, zegt Joep Lange, hoogleraar virale infectieziekten aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkte lange tijd met Coutinho samen op het gebied van hiv-infecties. „Roel houdt van provoceren. Hij kan onverbloemd zeggen wat hij vindt, ook al is het politiek onwelgevallig. Ik had eerder een grijze muis op zijn positie verwacht.”

Sven Danner, hoogleraar inwendige geneeskunde, beaamt dat Coutinho het conflict niet uit de weg gaat. Danner kent hem al sinds zijn studententijd; de twee begonnen tegelijk met geneeskunde. „Coutinho is geen ruziezoeker, hij is gewoon heel duidelijk aanwezig. Maar als hij het fout heeft, geeft hij dat ook toe.”

Danner noemt als voorbeeld de maatschappelijke weerstand die ontstond tegen de baarmoederhalskankervaccinatie. „Coutinho gaf toe dat hij er geen rekening mee had gehouden dat mensen zouden denken: als ik nu mijn 12-jarige dochter laat inenten, geef ik haar een vrijbrief om zich seksueel te buiten te gaan. Hij erkent dat de voorlichting zich meer had moeten richten op de maatschappelijke kant van dit vaccin.”

Coutinho was eind jaren zeventig een van de eersten die zich ging bezighouden met infectieziekten. Jan van Wijngaarden, nu hoofdinspecteur volksgezondheid bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg, was in die beginjaren een van zijn studenten. „Aan het begin van zijn carrière werden infectieziekten beschouwd als iets van het verleden, van arme landen. Wie de blits wilde maken, koos voor kanker of hart- en vaatziekten. Coutinho is de nestor van een generatie artsen die zich opnieuw richtte op infectieziekten.”

„Met de opkomst van soa’s, zoals syfilis en aids, deed zich een schok voor: het Westen bleek nog steeds kwetsbaar te zijn”, vertelt Danner. Van Wijngaarden: „Coutinho wordt gedreven door wetenschappelijke nieuwsgierigheid, maar is ook erg geïnteresseerd in de sociale context: de manier waarop een ziekte zich in de samenleving gedraagt.”

Een andere drijfveer van Coutinho komt voort uit zijn, naar eigen zeggen, overontwikkeld plichtsbesef. Zijn ouders brachten hem bij dat hij een bijdrage moest leveren aan de samenleving. Danner: „Hij heeft een tijd als arts in Afrika gewerkt, in Guinee Bissau. Daar zette hij zich in voor de vrijheidsstrijders: medische zorg verlenen en mensen vaccineren. Zijn bevlogenheid is voor mij eigenlijk vanzelfsprekend.”

mailIcon print |