Kunstenaars brengen met exposities en performances tijdens de manifestatie My name is Spinoza een eerbetoon aan de zeventiende- eeuwse filosoof Spinoza. In een serie interviews vertellen mensen over hun band met deze invloedrijke filosoof. Kunstenaar Thomas Hirschhorn, hoopt dat mensen anders over Spinoza gaan denken.
Tien jaar geleden maakte u in de Amsterdamse binnenstad een Spinozamonument. Waarom Spinoza?
„Ik hou van hem en van zijn ’Ethica’. Het is een heel eenvoudig en tegelijkertijd heel complex boek. Het beantwoordt alledaagse vragen zoals: wat is plezier, wat is liefde of wat is trots? Geweldig om te lezen en zijn logica te volgen.”
Bent u het met hem eens?
„Ja, natuurlijk! Ik vind dat je filosofie en kunst niet kunt bekritiseren, je moet ze accepteren. Het getuigt van een kleine geest om grote denkers of kunstenaars af te kraken. Wat heeft het voor zin als ik zou zeggen: ’Wat Pablo Picasso deed, daar ben ik het niet mee eens’? Wie denk ik wel niet dat ik ben?”
Kritiek kan ook zorgen voor vooruitgang, voor het aanscherpen van het denken.
„Ik ben niet tegen discussie. Maar mensen verliezen uit het oog dat het gaat om de grote dingen, niet om de kleine. De mogelijkheid om te confronteren, die blijft.”
U beschouwt uw Spinozamonument niet als een succes. Wanneer is een monument dat wel?
„Het is geen mislukking geworden, maar het was niet wat ik ervan had verwacht. Het woord ’succes’ in de kunst vind ik betekenisloos. Ik had gehoopt dat er meer mensen bij het monument betrokken zouden raken. Het vreemde van kunst in de openbare ruimte is dat het doorgaans inhoudt dat je iets ergens neerzet en achterlaat. Later ben ik op het idee gekomen van presence and production: projecten waarbij ik voortdurend aanwezig ben en produceer, zoals hier. Ik probeer in dit festival verschillende gedaantes van een monument te verenigen: het monument als ontmoetingsplek, als sculptuur, als herdenkingsplaats of als herkenningspunt in de stad.”
U noemt uw werk in de Amsterdamse Bijlmer een ’festival’. Alsof het om entertainment gaat.
„ ’Festival’, dat is iets vrolijks, daar hoop ik op. Het is ook iets tijdelijks dat mogelijk meerdere edities heeft. Het is ook goed dat deze term niet meteen op kunst wijst, het is een beetje volks, populair. Ik vind het niet erg als mensen zeggen: ’O, weer zo’n festival’.”
In uw project vraagt u de hulp van omwonenden. Hoe reageerden ze? Is er veel over Spinoza gepraat?
„Ja, ik heb bij iedere ontmoeting gevraagd of mensen Spinoza kennen. Dan noemen ze het Spinozalyceum of de Spinozastraat. Prima, ik ben geen Spinoza-missionaris. Ze kennen de naam, ze weten dat het een grote filosoof was.”
Denkt u dat mensen anders over Spinoza gaan denken door het festival?
„Ik hoop dat ze anders gaan denken over kunst: over de mogelijkheden, de autonomie, de kracht, de universaliteit en de implicaties ervan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.