*

 

We hebben een dikke, defensieve identiteit gekregen

Nelleke Noordervliet − 26/03/09, 00:00

opinie De Raad voor de Maatschappelijke Ontwikkeling geeft de regering gevraagd en ongevraagd advies over kwesties die spelen. Vaak komen daar brave rapporten uit, verslagen van de bevindingen van experts, die plechtig met elkaar in gesprek zijn gegaan. Zelden haal ik de eindstreep van een dergelijk rapport: ik val in slaap.

  • Nelleke Noordervliet, gastspreker

Dat was niet het geval bij de bundel over Polarisatie die de Raad publiceerde. Geen streven naar consensus, maar een aantal prikkelende essays over het thema. We mogen dit keer zelf onze conclusies trekken. Er wordt in de bundel gepolariseerd bij het leven. Ik mag dat wel, een vruchtbaar procédé. Degenen die tegen polarisatie zijn krijgen meteen ongelijk.

Vrijwel alle auteurs hebben als voorbeeld van maatschappelijke polarisatie het debat over immigratie, integratie en islam genomen. Dat smeedt het boek tot een eenheid. Maar het bevreemdende is dat de geïmpliceerde lezer van de essays de autochtoon is. Alle op- en aanmerkingen over het publieke debat worden tegen autochtonen gericht. Binnen die groep zijn twee polen te onderscheiden: de rechts politiek correcte pool en de links politiek correcte pool.

Niemand spreekt de allochtone pool aan, alsof daar niet over de kwestie wordt nagedacht, en daar geen polarisatie plaatsvindt. Dat is een opvallende vorm van paternalistisch denken, de bevolkingsgroep om wie het gaat wordt beschouwd als onmondig onderwerp van gesprek, niet als volledig serieus te nemen deelnemer.

Afshin Ellian draagt een stuk bij vanuit zijn vakgebied de rechtsfilosofie en en niet vanuit zijn ‘immigrant-zijn’, waar hij ook weer gelijk in heeft.

Ik werd getroffen door de analyse van Halleh Ghorashi, een van oorsprong Iraanse, (Ellian en zij zijn de enige ‘allochtonen’ in het boek), die de integratie van Iraanse vrouwen in Amerika en in Nederland met elkaar vergeleek. In de Verenigde Staten verliep de integratie zeer succesvol. De vrouwen voelden zich binnen de kortste keren thuis en geaccepteerd. Met plezier en trots namen ze de Iraans-Amerikaanse identiteit aan. In Nederland wilde de integratie maar niet lukken, hoezeer ze ook hun best deden. Ze zagen geen toekomst voor zichzelf als Iraans-Nederlandse. Die mogelijke identiteit bestond in hun ogen niet.

Het verschil wordt verklaard uit het feit dat de Amerikaanse identiteit wordt bepaald door idealen als democratie en vrijheid, niet door een waslijst culturele kenmerken, het is een ‘dunne’ identiteit. Onder die paraplu kunnen vele verschillende culturen schuilen. De Nederlandse identiteit is wel langs culturele lijnen getrokken, het is een ‘dikke’ identiteit, die meer de verschillen benadrukt dan verenigt onder een abstract ideaal van Nederlands burgerschap.

De discussie over de Nederlandse identiteit van de laatste jaren wierp dus een wal op tegen de immigranten, terwijl het bedoeld was om te formuleren waarin de immigranten zich eigenlijk integreerden. We wisten zelf niet meer zo goed wie we waren in een groeiend Europa, een globaliserende wereld, en als gastland voor veel buitenlanders. Veel van onze Nederlandsheid was impliciet. Expliciteren blijkt het integratieproces alleen maar moeilijker te maken.

In de zestiende en zeventiende eeuw konden immigranten in Nederland zo goed een plek vinden omdat onze identiteit toen nog ‘dun’ was: de Republiek was een losvast verband van provincies en gewesten. Onze idealen: gelijkheid, tolerantie en openheid. De VS hebben daarvan geleerd. In de loop van de tijd is onze identiteit kennelijk ‘dik’ geworden en defensief. We geloven niet meer in de overtuigingskracht van de oorspronkelijke idealen. Nederland is een bang land geworden.

Elma Drayer is met vakantie

mailIcon print |