*

 

De topman repareert het stopcontact

Seije Slager − 16/02/09, 00:00

Kent Nederland alleen fusie-woningcorporaties met grootverdieners aan de top? Trouw ging kijken bij de lokale corporatie in Nijkerkerveen.

  • (Trouw)
  • De ¿top¿ van De Nieuwe Woning. Van links naar rechts: penningmeester Henk Buitink, Gerrit Mabelis en voorzitter Bert van Essen. (FOTO MARC VAN DER KORT)

’Hier, stap maar in onze Maserati”, zegt Bert van Essen. Het is niet de enige grap die de voorzitter van woningcorporatie De Nieuwe Woning zal maken over zijn onlangs ontslagen collega van de Amsterdamse fusiecorporatie Rochdale, die een exorbitant salaris opstreek, en zich liet vervoeren in een Italiaanse sportauto. In werkelijkheid heeft Van Essen een Peugeotje voor de deur staan.

Op deze doordeweekse morgen rijdt hij ermee door het dorp om het bezit van zijn corporatie te inspecteren. Nijkerkerveen, een klein plaatsje in Gelderland dat ingeklemd ligt tussen de oprukkende steden Amersfoort en Nijkerk, telt zo’n 600 huizen. Een oud kerkje in het midden, daaromheen vooral naoorlogse woningbouw. „Stampwerk”, zegt Van Essen. Uit de tijd dat woningnood volksvijand nummer één was.

Voor een groot deel zijn die huizen neergezet door Nijkerkerveens eigen woningcorporatie De Goede Woning, die 219 woningen beheert. En dat is dan ook gelijk het hele bezit.

Het begon allemaal met de bevlogen dominee Koolhaas, die zich bijna honderd jaar geleden de slechte woonomstandigheden van de veenarbeiders aantrok. Hij liet dertig woningen bouwen, net buiten het dorp. „De allereerste ecowoningen van Nederland”, grapt Van Essen. Ze hadden vijfhonderd vierkante meter grond; daar konden de arbeiders groenten verbouwen en schapen houden, en zo een zelfvoorzienend bestaan opbouwen.

Inmiddels staat er nog maar één van die woningen overeind. Het heeft de monumentenstatus, maar ziet er verloren uit, middenin een bedrijventerrein. In de jaren zestig besloot de gemeente dat de woningen van Koolhaas krotten waren, en dat ze gesloopt moesten worden.

Van Essen hoorde bij de actiegroep die streed voor het behoud van de woningen, en die op een ledenvergadering begin jaren zeventig een ’coup’ pleegde. Met het behoud van de woningen wilde het niet zo lukken, maar Van Essen bleef hangen. Bijna dertig bestuursjaren kan hij op zijn conduitestaat schrijven.

En nee, daarvoor toucheert hij niet de salarissen die bij sommige grote en middelgrote corporaties tegenwoordig gebruikelijk zijn. Sterker nog, Bert van Essen krijgt helemaal geen salaris. Zijn twee medebestuursleden, Gerrit Mabelis en Henk Buitink, beiden twintig jaar ervaring, krijgen sinds kort een vergoeding: zo'n 1200 euro per maand. Ze moesten die zichzelf eigenlijk wel toekennen. Penningmeester Henk Buitink, 75 inmiddels, is hoofdverantwoordelijk voor het onderhoud, en regelt veel zelf. „Dan vindt de belasting dat je uitvoerend werk doet, en gaan ze je er ook voor aanslaan. We krijgen ze lastig uitgelegd dat je bij ons bestuurlijk en uitvoerend werk slecht kunt scheiden.”

Hoeveel werk ze kwijt zijn aan De Goede Woning? „Officieel twintig uur per week”, zegt Mabelis. Maar tel er maar wat bij op. De drie heren kijken met verbazing naar de corporaties in de Randstad, waar bestuurders honderdduizenden euro’s toucheren en hun huurders niet meer kennen. In Nijkerkerveen is dat wel anders. Het heeft ook nadelen, vertelt Van Essen. „Soms bellen ze je op zaterdagavond thuis op om te vragen of ze een woning krijgen.”

Maar Van Essen ziet toch vooral voordelen. „Als een bewoner bij een grote corporatie klaagt omdat er iets mis is met de elektra, wordt hij eerst drie keer doorverbonden. Dan moet er een monteur voorrijden, dat kost ook weer minstens een half uur arbeidsloon.” Terwijl bij De Goede Woning het bestuur iedere maandag en donderdag op kantoor zit om de huurders te woord te staan. Van Essen: „En als het moet loop ik even mee. Dan schroef ik een losgeraakt stopcontact weer op de muur. Ook als dat niet onze taak is.” Deze ochtend meldt zich niemand. Het aantal klachten is flink gedaald, melden de drie heren trots.

De drie heren denken dat de anonimiteit van grote corporaties ook een oorzaak is voor het ontstaan van probleemwijken. „Als wij bijvoorbeeld een asielzoeker moeten huisvesten, lopen we van tevoren even langs bij de buren. Stel nou dat dat een gezin is met acht kinderen, een beetje racistisch aangelegd. Dan gaan wij naar die asielzoeker toe, en zeggen: ’Luister, je hebt recht op deze woning, maar weet waar je terechtkomt. Je kan ook even wachten op de volgende die vrijkomt’.”

Toch is De Goede Woning ook niet meer de democratische huurdersvereniging die het ooit was. In de jaren negentig werden de corporaties verzelfstandigd, en moest het bestuur de financiering voortaan zelf rond krijgen bij de banken. „Op de kapitaalmarkt is het niet handig als je een bestuur hebt dat ieder moment kan worden afgezet”, vertelt Van Essen. „Dus toen zijn we maar afgestapt van de verenigingsvorm.”

Ook op andere gebieden sluipt de professionalisering binnen. En dat is niet altijd een verandering ten goede. Van Essen: „Wij zijn tegenwoordig een hele maand huurinkomsten kwijt aan de bijdrage voor de Vogelaarwijken, en aan de vennootschapsbelasting. Dat moet allemaal opgebracht worden door 219 gezinnen hier in Nijkerkerveen.”

Vooral de vennootschapsbelasting, die minister Bos vorig jaar ineens invoerde, steekt. Mabelis legt uit: „Stel dat wij een huis voor 150.000 euro bouwen. Maar we willen de huur een beetje beperkt houden. Dan berekenen we die huurprijs bijvoorbeeld op basis van een bouwsom van 110.000 euro. Maar voor de vennootschapsbelasting worden we dan wel aangeslagen voor een bezit van 150.000. Zo maken ze het je onmogelijk om je huizen nog een beetje sociaal te verhuren.” Temeer daar de vennootschapsbelasting ingewikkelde registratie met zich meebracht, waar weer dure experts voor moeten worden ingehuurd.

De invoering van de vennootschapsbelasting kwam ook doordat grote corporaties zich in het commerciële vastgoed begaven. „Belast dat dan apart”, reageert Van Essen. Want zijn corporatie wordt gepasseerd voor het lucratieve grote nieuwbouwproject, dat Nijkerkerveen twee keer zo groot zal maken. „Ze komen alleen bij ons aankloppen voor de sociale woningen.”

Toch zal De Goede Woning binnenkort voor het eerst vrijesectorwoningen gaan bouwen, om meer financiële ruimte te krijgen. Komt daarmee het sociale karakter op de helling te staan? Dat denken de drie niet, zeker niet zolang zij er zelf nog zitten. „Wij zijn er mee vergroeid geraakt, juist door die kleinschaligheid. Je krijgt zo’n binding met de mensen”, zegt Mabelis. „Net als andere mensen met hun voetbalclub.”

Maar of er, als zij er mee ophouden, nog nieuwe enthousiaste vrijwilligers geworven kunnen worden, betwijfelen ze. „Als ze met die hark vanuit Den Haag toch al die vennootschapsbelasting binnenhalen, is het niet heel leuk om hier vrijwillig al je tijd te steken in goedkope woningen”, zegt Van Essen.

Een tijdje geleden kwamen er twee jongedames van rond de dertig meehelpen, leuke, enthousiaste meiden. „Maar die hadden het toch niet echt in hun bloed zitten. Dus die zijn er weer mee opgehouden.”

mailIcon print |