*

 

Hoog tijd voor een nieuw en prachtig taboe

Elma Drayer − 12/02/09, 00:00

opinie Een van de beste interviewseries van dit moment – ere wie ere toekomt – is ’Uit elkaar’, elke zaterdag te vinden in het magazine van de Volkskrant. Tot nu toe was er geen aflevering die ik niet ademloos heb gelezen. En ademloos bekeken, want ook de foto ernaast mag er doorgaans zijn.

Het concept is briljant in z’n eenvoud: elke week vertelt een kind over de scheiding van zijn ouders. Soms was die decennia geleden, soms nog maar een paar jaar terug. Soms is het kind de veertig ruim gepasseerd, soms nog een puber. Soms zijn de geïnterviewden beroemd, veel vaker heel doorsnee.

De serie van Cornald Maas zou verplichte lectuur moeten zijn voor alle ouders die overwegen uit elkaar te gaan. Want gaandeweg en onbedoeld heeft ze zich ontpopt tot een handboek voor de do’s and don’ts rond het leed dat echtscheiding heet. De reeks bevestigt, kort en goed, wat elke sukkel kan bedenken: alleen bij een kind dat normaal contact wordt gegund met beide ouders blijft de schade enigszins binnen de perken. Gebeurt dat niet, dan laat de scheiding onherroepelijk pijnlijke sporen na.

Vorige week deed de rechtbank in Leeuwarden een opmerkelijke uitspraak. Voor het eerst werd een moeder strafrechtelijk veroordeeld voor het frustreren van de omgangsregeling tussen haar ex en hun in beter tijden verwekte kind.

De details zijn, als altijd in dit soort zaken, weinig verheffend. „Ik heb in mijn praktijk”, zuchtte de officier van justitie in zijn requisitoir, „niet eerder een zo op de spits gedreven gevecht en machtsmisbruik tussen exen in een strafzaak gehad.”

De vader heeft zijn zoontje nu al zo’n zeven jaar niet mogen zien. Anders dan veel van zijn lotgenoten liet hij het er niet bij zitten. Hij spande procedure na procedure aan, zonder enig resultaat. Met simpele trucs wist de moeder alle contact tussen hem en hun kind te torpederen. Let wel, niet omdat haar ex het kind zou mishandelen of misbruiken. Alleen omdat zij een hekel aan hem heeft. Favoriet argument: haar zoon wil zijn vader zélf niet zien omdat hij hem ’haat’.

Gelukkig waren de rechters daar allerminst van onder de indruk. Hoe kan het kind, merkten zij fijntjes op, iemand haten die het ’nog maar nauwelijks heeft ontmoet’? „Van de verdachte als verzorgende ouder”, sprak de rechtbank, „mag worden verwacht dat zij zich tot het uiterste inspant om de omgang met de niet verzorgende ouder voor het kind zo plezierig mogelijk te laten plaatsvinden, dat zij haar kind goed op het verblijf bij de vader voorbereidt en laat merken dat zij het hem gunt dat hij eindelijk weer zijn vader ontmoet.” Het zijn zinnetjes om in te lijsten.

De meervoudige kamer oordeelde dat de moeder artikel 279 uit het wetboek van strafrecht heeft overtreden: het ’opzettelijk’ een minderjarige onttrekken aan het wettelijk gezag „van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent”. De vrouw kreeg een taakstraf van honderd uur opgelegd.

De vader in kwestie schiet hier voorlopig niets mee op: er loopt nog een civiele procedure waardoor hij sowieso de eerstkomende anderhalf jaar uit de buurt moet blijven. En dan nog heeft de moeder, als elke moeder, genoeg wapens in huis om haar ex te dwarsbomen.

Toch is er alle reden tot tevredenheid. Door een uitspraak als deze ontstaat heel langzaam een nieuw en prachtig taboe: dat het zeer onfatsoenlijk is om je kind moedwillig te beroven van de andere ouder.

De advocaten kondigden aan in hoger beroep te gaan. En het zoontje? Dat weten wij niet. Maar mocht hij ooit figureren in voornoemde interviewreeks, dan zal zijn verhaal ongetwijfeld uiterst treurig zijn.

mailIcon print |