Nederland geeft het hoofd van Badu Bonsu II terug aan Ghana. Intussen blijft het onduidelijk wat Nederlandse musea aanmoeten met de duizenden andere hoofden in hun depots.
Na 171 jaar mag koning Badu Bonsu II eindelijk ’naar huis’. Minister Plasterk van cultuur maakte gisteren bekend dat het hoofd van de koning, dat nu nog op sterk water in een vergeten hoekje van het Leids Universitair Medisch Centrum staat, overgedragen wordt aan de Ghanese regering, die het vervolgens kan begraven.
In wat tegenwoordig Ghana heet, waren ze Badu Bonsu II, koning van het ministaatje Ahanta, eigenlijk al een beetje vergeten. Zijn onderdanen waren hem ooit liever kwijt dan rijk: in 1838 leverden ze hem, vastgebonden aan een stok, uit aan het Nederlandse leger. Daar lag hij mee in de clinch, nadat hij twee Nederlandse soldaten had vermoord en hun hoofden aan zijn troon had gehangen. Hemzelf wachtte eenzelfde lot. De Nederlanders namen zijn hoofd mee om er wetenschappelijk onderzoek op te verrichten.
Schrijver Arthur Japin stuitte, toen hij zich documenteerde voor zijn boek ’De witte met het zwarte hart’, op de koninklijke overblijfselen. Hij was het dan ook die de discussie over het hoofd aanzwengelde. „Ik voelde heel diep van binnen de behoefte om die man naar huis te brengen”, zei hij in ’Pauw en Witteman’. Japin schoot er Nederlandse ministers over aan en de Ghanese president, toen die vorig jaar op bezoek was in Nederland.
Uiteindelijk deed Ghana inderdaad een verzoek tot teruggave. Al zat niet iedereen er daar op te wachten. „Hou dat hoofd, en laten we doorgaan met ons leven”, vond de Ghanese essayist Kwame Okoampe-Ahoofe, voor wie een begrafenis van iemand die al 170 jaar dood is vooral een ’primitief idee’ is.
Toch krijgt Ghana het hoofd terug. Maar die geste verandert niets aan een veel groter probleem. Er liggen namelijk nóg tienduizenden hoofden en andere lichaamsdelen in de depots van Nederlandse musea. Veelal afkomstig van ’primitieve volkeren’, verzameld door 19de-eeuwse wetenschappers.
Zo maakte het Amsterdamse Tropenmuseum in 2007 bekend dat het in de depots 4000 menselijke resten had herontdekt. Het wist niet goed wat het ermee aanmoest. De officiële wetgeving is er helder over: menselijke resten kunnen geclaimd worden door hun nabestaanden. In de praktijk werkt dat niet: het is behoorlijk lastig om na 150 jaar aan te tonen dat je van een bepaalde schedel afstamt.
Moest het museum die resten dan maar vernietigen? Of zeggen zulke macabere relikwieën ook iets over het verleden, en moeten ze dus bewaard blijven?
Niemand weet eigenlijk het antwoord. Voorlopig liggen er dus nog heel wat Badu Bonsu’s in kelders te wachten, op beleid. Of op een schrijver met een romantische inborst.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.