*

 

Onbeschofte advocaat moet straf krijgen

Adri Vermaat − 30/03/09, 00:00

Een advocaat die zich in de rechtszaal misdraagt, moet gestraft worden. En de bevoegdheid daartoe dient bij de rechter te liggen, net als in Engelstalige landen. Dat stelt oud-hoogleraar Peter Tak.

  • Het Passageproces: slechts drie rechters ¿ en een reserve ¿ tegenover elf verdachten en advocaten. Tweede van links voorzitter mr. F.C. Lauwaars. (FOTO CYNTHIA BOL)

Een geldboete of een berisping van de rechtbankpresident moeten worden opgenomen in het Wetboek van Strafvordering. Dan kunnen advocaten die zich in de rechtszaal onbehoorlijk gedragen passend bestraft worden. Dit zegt emeritus hoogleraar strafrecht Peter Tak. Hij wijst op vooral Engelstalige landen waar zulke sancties tegen zich misdragende advocaten gewoon zijn.

Tak: „Het Nederlandse parlement moet hierover diep en driftig nadenken. Vooral grote strafzaken kenmerken zich door agressie en grimmigheid. Er zijn advocaten die ronduit onbeschoft zijn en geen respect tonen voor de rechters. Het interesseert sommigen geen donder hoe over hen wordt gedacht. Het is uitermate van belang dat rechtbankpresidenten de bevoegdheid krijgen sancties toe te passen op advocaten, die zich als straatvechters gedragen”.

Deken Willem Bekkers van de Nederlandse Orde van Advocaten vindt dat Tak ’te makkelijk’ oordeelt over zijn beroepsgroep. „Het gaat om welwillendheid en normen in veelal maatschappelijk beladen strafzaken.” Het is te makkelijk om te zeggen dat een advocaat zich maar fatsoenlijk moet gedragen. De rechter is baas en dat moet zo blijven. Hij bepaalt de grenzen. Tak heeft wel gelijk waar hij stelt dat concrete regels er nu niet zijn”.

De Nederlandse Orde van Advocaten, het college van procureurs-generaal en de Raad voor de Rechtspraak kijken sinds het najaar naar mogelijkheden om de kwaliteit van de rechtspraak gezamenlijk te verbeteren. Het tegengaan van ongewenst gedrag in de rechtszaal hoort daarbij.

„Rechters, advocaten en officieren van justitie hebben ieder hun eigen verantwoordelijk”, stelt Bekkers. „Maar de trojka heeft daarnaast ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid: het vertrouwen dat de burger in de rechtspraak heeft.”

Onder meer tijdens de hoger beroepzaak van Holleeder en in het liquidatieproces Passage, beide in de bunker in Amsterdam, kwam het tot keiharde aanvaringen tussen rechters en advocaten. In de liquidatiezaak moest een onafhankelijke rechtbankvertegenwoordiger tussen alle partijen bemiddelen voordat het proces vervolgd kon worden. Een erkend probleem is dat in megazaken de procesdeelnemers langdurig op elkaar zijn aangewezen.

Tak vermoedt ook andere oorzaken. „Het gaat om grote, belangrijke strafzaken. Ze raken vaak de kern van de maffiacriminaliteit. Dat geeft grote financiële belangen, ook in de onderlinge concurrentie van advocaten.”

mailIcon print |