*

 

73. Gemma Boetekees

Maaike Bezemer − 07/03/09, 00:00

  • (\N)

Je moet gewoon ergens beginnen

Gemma Boetekees is begonnen met ’fout’ hout ’goed’ te maken. Nu werkt ze bij Icco, waar ze zich bezighoudt met eerlijke handel en natuurbescherming.

Gemma Boetekees doet aan duurzaamheid in de breedste zin van het woord. Haar ontwikkelingsorganisatie Icco houdt zich bezig met armoedebestrijding, maar let ook op eerlijke handel en zorgt ervoor dat de natuur niet sneuvelt. En dat alles over de grenzen heen. Ze verbindt de duurzame mangoboer in Senegal met Albert Heijn.

In totaal werkt Icco met zo’n 80 producenten in ontwikkelingslanden, die leveren aan internationale markten. Op wereldschaal is dat misschien niet zo veel, maar: „Uiteindelijk gaat het erom dat je gewoon ergens begint.”

Ze was ooit lerares op middelbare scholen, maar na veertien jaar Nederlandse taal wilde ze geïnspireerd worden. „Nou, dat is inmiddels wel gelukt!” Ze stapte over naar Milieudefensie en begon een campagne voor goed hout. Boetekees: „Het was al langer duidelijk dat onze behoefte aan hout ten koste ging van de regenwouden in het Zuiden. Er werden heel veel huizen gebouwd en tropische houtsoorten als meranti en azobé waren in.” In eerste instantie pleitten milieuorganisaties ervoor de hele houtkap te stoppen. Maar een boycot werkte niet. Boetekees: „Op initiatief van zuidelijke ngo’s zijn de campagnes toen aangepast. We gingen op zoek naar de kleine producenten die al op een goede manier omgingen met bossen.”

Dat mondde in 1993 uit in de oprichting van de Forest Stewardship Council (FSC), een internationaal keurmerk voor hout uit goed beheerd bos. Gemma Boetekees was de eerste directeur van FSC Nederland en richtte in 2001 FSC Europa op. Van daaruit hielp ze met de oprichting van kantoren in Oost-Europese landen en Rusland. Boetekees: „Ik ben er best trots op dat Nederland er als eerste bij zat.”

Bomen kappen hoeft niet slecht te zijn. Ook bij stormen gaat er wel eens wat neer. Op open, lichte plekken kunnen zaailingen ontkiemen. Een bos met jonge, oeroude en zelfs dode bomen bevat ook meer insecten en vogels. Duurzaam bosbeheer is het behoud van die biodiversiteit en aanplant van nieuwe bomen. Maar het gaat nog veel verder. Boetekees: „De vraag is ook of de mensen die daar wonen, hun plek behouden. Dat je hun heilige gronden met rust laat en werkgelegenheid en een behoorlijk inkomen schept.”

Uiteindelijk zijn de verkopende bedrijven verantwoordelijk, vindt Boetekees. Een consument gaat echt niet bij elk blikje of T-shirt kijken waar het vandaan komt. „Ik doe dat toevallig wel, zelfs mijn vogelhuisje is van FSC-hout. Maar bij de meeste mensen zit het niet in hun systeem, die kopen gewoon bij een bedrijf dat ze vertrouwen.”

Dus gingen de actievoerders in de schappen kijken, of het deugde wat daar lag. Boetekees: „Je moet zorgen dat je aan tafel zit met de bedrijven die ertoe doen, waar anderen naar kijken.” Marktleiders Gamma en Karwei ondertekenden als eerste een intentieverklaring tegen fout hout.

Na de grote doe-het-zelvers gingen ook de woningcorporaties en grote bouwbedrijven om. Boetekees: „In Nederland is nu 14 procent van het hout FSC-gecertificeerd. Dat is echt heel veel, hoor! Ik geloof niet dat er een ander duurzaamheidslabel is dat zo snel is gegroeid. Er zijn nog maar heel weinig mensen die niet van de term gehoord hebben.”

Inmiddels zit ze al weer een paar jaar bij het Icco en gaat ze niet alleen over verantwoorde houtproductie en inkoop, maar ook over duurzame katoen en tropische vruchten en klimaatcampagnes. „Waar ik zo enthousiast van word is dat je begint met de vraag en dan op zoek gaat naar een verantwoord aanbod. Je vindt bedrijven die de zin van duurzaamheid inzien en helpt uiteindelijk bosbewoners en kleine producenten aan een betere positie. Soms door alleen te financieren, of contacten te leggen. Maar je verbetert ook hele ketens. Niet elke mangoboer kan meteen leveren aan Albert Heijn. Dan helpen we met het aanpassen van de werkwijze en geven bedrijfseconomische adviezen. Of we steunen meerdere kleine boeren met de oprichting van een coöperatie.”

Haar werk wordt alleen maar interessanter. Eind van het jaar worden in Kopenhagen nieuwe internationale afspraken gemaakt om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en de klimaatverandering tegen te gaan. Boetekees: „De vraag is of Westerse landen bereid zijn om het Zuiden erbij te betrekken.” Het is geen makkelijke discussie, beseft ze. „Vaak hoor je dat het duurzaam is om je voedsel van dichtbij te halen. Maar boontjes uit Ethiopië zijn niet per definitie slecht, als je op die manier meewerkt aan duurzame armoedebestrijding.”

Boetekees is een optimistisch mens. „Ik durf te beweren dat er een steeds grotere weerstand ontstaat tegen grootschalige monoculturen. Globalisering kun je niet ontkennen, we leven nu eenmaal in een wereld die groot is, maar kleinschaligheid en duurzaamheid zijn de trend.”

mailIcon print |