*

 

Wilders wíl helemaal niet regeren

André Krouwel − 07/03/09, 00:00

De peilingen misleiden: de kans dat de PVV de grootste partij wordt is bijzonder klein.

  • (Werry Crone)

Geert Wilders wordt minister-president na de verkiezingen in 2011. Tenminste, als we Maurice de Hond moeten geloven. Uit zijn laatste peiling komt de PVV als grootste partij uit de bus. Wat is zo’n uitkomst nu waard? Nou, niet veel.

Allereerst zitten opiniepeilers er vaak flink naast. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2006 voorspelde peil.nl van De Hond in totaal 16 zetels verkeerd, meer dan 10 procent. Bij de PVV zat De Hond er nog meer naast: hij voorspelde 5 zetels voor Wilders. Wilders kreeg er 9. Dat komt niet alleen omdat de methode van de Hond onnauwkeurig is. Via het internet is het zeer moeilijk om een goede (aselecte) steekproef te trekken. Door zelfaanmelding heeft niet iedereen evenveel kans om in de peiling mee te doen. En dat is een voorwaarde voor een betrouwbare steekproef. Vooral ouderen hebben minder toegang tot het internet en zullen dus ondervertegenwoordigd zijn. Ook CDA-stemmers doen structureel minder mee met peilingen.

Daarnaast zijn steeds meer kiezers onzeker over hun partijkeuze. Een toenemend aantal kiezers beslist pas op de dag van de verkiezingen wat ze gaan stemmen. Velen hebben een sterke voorkeur voor twee of meer partijen en wisselen sneller van partij. Of ze hebben helemaal geen sterke voorkeur. Kiezers zweven niet, maar zowel binnen het linkse als het rechtse blok zijn er steeds meer twijfelaars en wisselaars.

Het is dus wat voorbarig om bijna twee jaar voor de verkiezing te meten wat mensen gaan stemmen. Er kunnen nog nieuwe partijen opkomen en zelfs een wederopstanding van Rita Verdonks Trots op Nederland is niet geheel uit te sluiten. Zij peilde een aantal maanden geleden ook ruim 20 zetels.

Verder is het peilen van de populariteit van partijen zoals de PVV veel moeilijker dan het meten van de aanhang van de traditionele partijen. Veel kiezers zullen niet eerlijk zeggen dat ze op Wilders te gaan stemmen. Of ze zeggen dat ze dat zeker zullen gaan doen, maar blijven uiteindelijk gewoon thuis als er verkiezingen zijn.

Onevenredig veel notoire thuisblijvers zeggen in peilingen dat ze op protestpartijen, anti-immigratiepartijen en populisten stemmen. Maar dit zijn de minst trouwe stemmers. En juist daar moet Wilders het van hebben. Een groot deel van de kiezers die in 2002 op Fortuyn stemden hadden vier jaar eerder niet gestemd, bleek uit onderzoek. Ontevreden burgers zullen vaker politici steunen die extreme standpunten innemen en felle kritiek leveren op de regering. Maar dat al die woede ook daadwerkelijk wordt omgezet in stemgedrag is niet waarschijnlijk. De exit-optie is veel logischer voor deze boze kiezers.

In de kern is de PVV een one-issue beweging. Wilders en zijn fractie ageren vooral tegen immigranten die de islam importeren in Nederland. Immigratie en integratie speelden een heel belangrijke rol in de verkiezingen van 2002 en 2006 (minder in 2003). Met de huidige economische crisis, het instorten van banken, de oplopende werkloosheid en het verdampen van onze pensioenen is het logisch dat economische issues een grotere rol gaan spelen in de campagne. Immigratie en islam worden dan naar de achtergrond gedrukt. En op economische issues heeft Wilders veel minder populaire en onderscheidende visies dan op immigratie.

Dat weet Wilders ook. Daarom presenteert hij zich als mogelijke toekomstige premier. Wanneer het Wilders lukt om de campagne te framen als de ’race om het Catshuis’ dan kan hij een grote rol spelen. Hij moet de aandacht op zijn persoon blijven vestigen, niet op zijn inhoud.

Media-aandacht is de levenslijn van Wilders, zijn PVV bestaat bij de gratie van free publicity. Daarom geeft Wilders bijna nooit inhoudelijke interviews waar journalisten hem echt kunnen ondervragen. Wanneer dat wel gebeurt zoals in het Britse Hardtalk in 2006 of recentelijk op CNN dan worden de logische en juridische gaten in zijn betoog onmiddellijk blootgelegd.

Maar zelfs in het onwaarschijnlijke geval dat de PVV de grootste partij wordt, dan is Wilders niet automatisch de nieuwe minister-president. Al eerder werd de winnaar van de verkiezingen uitgesloten van regeringsdeelname. En radicale partijen zoals de PVV hebben extra moeite om bereidwillige coalitiepartners te vinden. Als Wilders met 27 zetels de grootste partij wordt heeft hij minimaal twee, waarschijnlijk drie andere partijen nodig om te regeren. Hij zal dan flink water bij de wijn moeten doen, zijn uitspraken sterk matigen, het kabinetsbeleid verdedigen en ministers van andere partijen afschermen tegen aanvallen.

In het sluiten van compromissen schuilt het grootste gevaar voor Wilders. Juist zijn extreme standpunten zijn voor veel kiezers aantrekkelijk. Als Wilders gaat regeren, zullen zijn kiezers massaal weglopen. Niemand heeft behoefte aan de PVV als gewone partij.

Wilders kán ook helemaal niet regeren. Hij heeft nu een gedisciplineerde partij en fractie. Dat lukt alleen omdat niemand behalve Wilders lid kan worden van de PVV. Zelfs de PVV-Kamerleden zijn geen lid. Wanneer de fractie groeit tot 27 personen is een dergelijke kadaverdiscipline niet meer mogelijk. Als Wilders gaat regeren moet hij een aantal ministeriabele personen in de PVV opnemen. Die politieke kanonnen zullen veel minder onderdanig zijn dan de huidige fractie. Hoog gekwalificeerde mensen laten zich niet door Wilders de les lezen. En met een echt partijbestuur zal Wilders openheid moeten geven over wie de PVV financiert. De kans dat de PVV kabinetsdeelname electoraal overleeft is zeer klein. Daarom wil Wilders waarschijnlijk helemaal geen regeringsverantwoordelijkheid. In Wilders’ droomscenario wordt de PVV de grootste partij, en wordt hij vervolgens door de traditionele partijen uitgesloten van regeringsdeelname. Dan kan hij de underdog blijven spelen en blijven rondwentelen in zijn eigen gelijk.

André Krouwel
politicoloog aan de Vrije Universiteit en medebedenker van de stemhulp Kieskompas

mailIcon print |