In de Amerikaanse stad Detroit is de huizencrisis zo ernstig, dat het stadsbestuur vooral geld stopt in het afbreken van de vele lege huizen. Hoe slecht, dat wordt al een paar straten ten westen van Burns Street duidelijk.
„Ook bij ons heeft de huizencrisis toegeslagen”, zegt Evelyn More. De 48-jarige huisvrouw en moeder kan binnen anderhalf blok op de kruising van Burns en Canfield Street in de woonwijk Kettering in Detroit zes dichtgespijkerde eengezinswoningen aanwijzen die de afgelopen jaren leeg zijn komen staan.
Toch verzekert ze: „Dit is geen slechte buurt. Rond Burns wonen veel gezinnen. Bewoners groeten en helpen elkaar. We hebben een school en een kerk.” Kettering heeft slechtere stukken, weet More.
Hoe slecht, dat wordt al een paar straten ten westen van Burns Street duidelijk. In sommige woonblokken zijn meer lege gaten dan huizen. Straten tellen meer ineengestorte, uitgebrande of dichtgetimmerde huizen dan bewoonde en ogen uitgestorven. Ook winkels, bedrijfsgebouwen, een school en een kerk staan leeg.
Het verval van de wijk, die rond 1920 en 1930 gebouwd werd voor het middenkader van de autofabrieken, is niet van de laatste tijd. Het zette begin jaren ’70 in toen de industrie banen begon te schrappen en vooral blanke gezinnen massaal naar de buitenwijken verhuisden.
De wijk is nu 97 procent zwart en wordt vooral bewoond door armen en mensen met lage inkomens. Een kwart van de huishoudens verdient nog geen 10.000 dollar per jaar. Leegstand is niets nieuws, maar dat probleem is door de huidige huizencrisis verder verscherpt.
Van de grote Amerikaanse steden is Detroit het hardst getroffen door het instorten van het bankenspel met riskante hypotheken, waarbij mensen huizen kochten die ze niet konden betalen, in de verwachting dat waardestijging van de huizen het probleem wel zou oplossen. Sinds 2005 is in de stad beslag gelegd op 67.000 huizen.
Daarvan staat 65 procent nu nog leeg en is onverkoopbaar en vaak onbewoonbaar geworden.
Die leegstand is volgens de gemeente zo’n groot probleem dat zij twee maanden geleden voorstelde om de helft van de 47 miljoen dollar noodhulp die ze van de regering-Bush kreeg om de pijn van de huizencrisis te verzachten, in de sloop van lege huizen te stoppen.
Daarmee zei de gemeente te willen voorkomen dat ook buurten zoals Burn Street verloederen en dat een wijk als Kettering, die op enkele kilometers van het florende zaken- en uitgaanscentrum van Detroit ligt, één grote woestenij wordt.
More heeft moeite met dat plan. „In veel van die lege huizen wonen stiekem daklozen. Waar moeten die naar toe? De lege huizen in onze straat zijn nog te herstellen. Dat zou de prioriteit moeten hebben, niet gaten slaan in onze huizenrij.”
Een buurtgenote vindt het voorstel ’schandalig’. „Detroit moet de kosten van de sloop verhalen op de banken, die mensen huizen verkochten die ze nooit konden betalen. De noodhulp moeten ze geven aan de armen die hun huis dreigen te verliezen.”
Clifferten Hunter vindt dat allereerst in de slechte buurten gesloopt moet worden „Uit die huizen is alles wat enigszins bruikbaar is al lang geroofd. Ze trekken alleen nog criminaliteit aan”, zegt de bejaarde vrouw, die een manshoog hek om haar erf heeft.
Buschauffeur Mike Childs is blij dat de gemeentebestuur vorige maand, onder druk van de gemeenteraad, besloot minder geld voor sloop te reserveren.
„Maar het blijft een feit dat Detroit wél flink investeert in het zaken- en uitgaanscentrum, maar niet in de arme woonwijken daaromheen. Die laten ze verkommeren en slopen ze beetje bij beetje. Totdat dit gebied leeg is en de zwarten weg zijn. Dan bouwen ze hier peperdure huizen, die blanken uit de voorsteden terug naar het stadshart moeten halen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.