*

 

De winkelstraat raakt uit de gratie

Jeroen den Blijker − 09/03/09, 00:00

De traditionele winkelstraat trekt steeds minder bezoekers. Dat is een tijdbom onder het economisch hart van menig gemeente.

  • (Trouw)
  • Winkelend publiek op de steenweg in Utrecht. Volgens onderzoeksbureau Locatus daalde het aantal shoppers landelijk met misschien wel 10 procent. (FOTO KOEN SUYK, ANP)

De nieuwste cijfers zijn dramatisch, zegt Gerard Zandbergen, algemeen directeur van onderzoeksbureau Locatus. Locatus is dé leverancier van cijfers over winkels en winkelgebieden aan projectontwikkelaars, gemeenten, vastgoedbeleggers en winkeliers. „Uit onze tellingen blijkt een sterke teruggang van het aantal bezoekers van winkelstraten en -centra.”

De kroon spant het centrum van Hoogeveen. Daar nam het bezoekersaantal 41 procent af. Maar ook de beroemde PC Hooftstraat in Amsterdam doet het slechter (min 32 procent), direct gevolgd door de Haagse Megastores (min 31), Kerkrade centrum en Naaldwijk (beide min 29). Deze nieuwste tellingen zijn uitgevoerd in het najaar van 2008, vlak voor het uitbreken van de crisis en vergeleken met eerdere tellingen van twee of drie jaar geleden.

Er zijn ook locaties die zich goed kunnen handhaven of juist meer bezoekers trekken. Over het algemeen zijn dat de winkelkernen van gemeenten met een sterke regiofunctie en een breed winkelaanbod. „De moderne consument is doelgericht en weet precies wat hij wil. En dat zoekt hij in de grote stad”, zegt Zandbergen.

Maar per saldo wordt er minder fysiek gewinkeld. De Locatusdirecteur schat de daling van het aantal winkelaars op misschien wel 10 procent. „Kennelijk is de periode van het grote funshoppen voorbij.”

Een andere verklaring voor de afname in het winkelend publiek is internet. Twee jaar geleden kocht de Nederlander in totaal voor 3,8 miljard euro via internet. „Maar in 2008 was dat al vijf miljard”, zegt Wijnand Jongen, directeur van branchevereniging Thuiswinkel.org. „Dat is ruim 4 procent van de totale detailhandeluitgaven. Ik denk dat dat percentage de komende jaren sterk zal groeien. Het wordt zeker 10 tot 15 procent.”

Nu al zijn complete branches verhuisd naar het wereldwijde web. „De traditionele fotowinkel, waar je je fotorolletje bracht, bestaat eigenlijk niet meer. De verkoop van cd’s, boeken, home-entertainment, elektronica verhuist onmiskenbaar naar internet. Daar gaan mensen kijken en vergelijken. En dan ben je nog maar een muisklik verwijderd van aankoop.” Voor de werkgelegenheid heeft dit onmiskenbaar gevolgen, denkt Jongen.

Ook Zandbergen voorziet een sterke groei van het internetwinkelen. Dat staat nog maar in de kinderschoenen, meent hij. „Nu nog hebben een paar branches daarmee te maken. Maar we kennen in dit land ruim driehonderd winkelbranches.” Zo zal de internetverkoop van mode en speelgoed sterk stijgen, verwacht hij. „Uiteindelijk maakt het ook niks uit of je nu lego koopt via internet of in een gewone winkel.” Jongeren zijn bovendien zo vertrouwd met internet dat ’gewone’ winkels al snel voor hen op de tweede plaats komen.

Zelfs de vershandel kan zich gemakkelijk via internet afspelen, denkt de marktonderzoeker. „Albert Heijn bewijst dat met het succes van Albert.nl. Daarvan maakt het concern alleen nog niet veel werk omdat dat de 800 AH-winkels schaadt.”

Voor het aangezicht van de binnenstad en dan vooral van de winkelstraten heeft dit veranderende consumentengedrag ingrijpende gevolgen. Reisbureaus, muziekwinkels en bankfilialen zijn vaak al uit het straatbeeld verdwenen. Locatus probeert op dit moment de gevolgen over vijf á tien jaar in kaart te brengen. Maar hoofdlijnen laten zich nu al gemakkelijk schetsen. Zandbergen: „Ik denk dat over een aantal jaren nog maar weinig steden een volledige winkelfunctie overeind kunnen houden.” Per saldo zal dat leiden tot leegstand in de binnenstad.

„Winkelgebieden zullen uiteindelijk krimpen. Minder lange winkelstraten, meer winkels die worden omgebouwd tot woonhuis. Waar nu duizend winkels zijn, zullen over vijf tot tien jaar zo’n zes á zevenhonderd resten”, voorspelt Zandbergen. In feite gaat de winkel uit de winkelstraat de aloude buurtwinkel achterna, denkt hij. „We vinden allemaal die buurtwinkeltjes hartstikke leuk. Maar in de praktijk kopen we toch elders.”

mailIcon print |