*

 

Gezocht: Al Gore op klompen

Peter Maurits − 18/02/09, 00:00

Het verduurzamen van de maatschappij verloopt traag – al was het maar omdat het kabinet niet concreet genoeg is in zijn groene beleid. Daarom is een daadkrachtige, politieke voorganger nodig, stellen politici, ondernemers en onderzoekers.

  • Minister Jacqueline Cramer van Vrom (met rok) werd gezien als een mogelijk duurzaam leider, maar stelde velen teleur. (FOTO ANP )
  • (Trouw)

De omschakeling naar een duurzame economie loopt spaak, vrezen ondernemers, politici en onderzoekers. En dat terwijl de verwachtingen zo hoog gespannen zijn.

Het kabinet lijkt de klimaatdoelen niet te halen. Hoe komt dat?

„Het duurzaamheidsbeleid is inspiratieloos en weinig toekomstgericht”, begint GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi. „Meer dan gesteggel over percentages en megatonnen is het niet. Concreet gebeurt er te weinig.”

Zijn opmerkingen komen niet uit de lucht vallen. Eind januari stelde het Planbureau voor de Leefomgeving dat er een vijfvoudige inspanning nodig is om de klimaatdoelen te halen. Begin februari kwam milieuorganisatie Natuur en Milieu met een vergelijkbare analyse: het kabinet zijn klimaatdoelen niet.

Een zorgelijke situatie, vindt FNV-voorzitter Agnes Jongerius. „Het gaat in Nederland niet goed met de overschakeling naar duurzaam. Ooit liepen we voorop in Europa, maar het lijkt of we tegenwoordig achter de troepen aan sjokken. We durven niet meer.” Waar die angst vandaan komt weet ze niet. Maar een voortrekker in het kabinet zou het tij wel eens kunnen keren.

Wat voor verschil kan een duurzaam leider of voortrekker maken. En wie moet dat zijn?

„Iedereen heeft een taak in de verduurzaming van de samenleving”, stelt Ad van Wijk, bestuursvoorzitter van het inmiddels in moeilijkheden verkerende duurzame energiebedrijf Econcern. „Maar een minister kan het hele schip van koers laten veranderen.” De trage omschakeling naar duurzame energie is voor hem de praktijk van elke dag. Hij denkt dat er daadkrachtige politieke beslissingen nodig zijn om er vaart in te brengen. „Een politieke voortrekker op het gebied van duurzaamheid kan de moeilijke beslissingen nemen die nodig zijn om als maatschappij duurzamer te worden.”

Tofik Dibi denkt ook dat een minister de taak van duurzaam leider op zich moet nemen. „In eerste instantie is dat de taak van minister Cramer (Vrom).” Zo blij als zijn partij bij haar aanstelling was, zo teleurgesteld is die nu. „De hoop was dat zij de voortrekker van het milieubeleid zou worden. Iemand die bedrijven, burgers en overheden inspireert. Die ze uitdaagt en verleidt om duurzamer te handelen.” Maar een duurzaam leider is Cramer volgens hem niet geworden.

Naar een voorbeeld hoe het wel zou moeten, hoeft Dibi niet lang te zoeken: „Al Gore”, de voormalig vicepresident van Amerika, die met zijn klimaatboodschap de hele wereld bereisde. „Hij enthousiasmeerde en maakte helder waaróm we ons ook alweer moeten inzetten voor een verduurzaming van de samenleving. Dat hebben we nodig.”

Jongerius vult hem aan. Het bewijs dat een voortrekker iets kan veranderen, ziet ze in Duitsland. „Bijna met jaloezie kijk ik soms naar de oosterburen. Bondskanselier Angela Merkel riep daar alle betrokken partijen bij elkaar om een duurzame en schone economie te bepleiten. Ze maakte harde afspraken.” Er is zelfs een barbiepop van bondskanselier Merkel gemaakt. „Die zou ik wel cadeau willen doen aan premier Balkenende. Hij kan een voorbeeld aan haar nemen.”

Wat voor maatregelen moet die voortrekker nemen?

„Ten eerste moet het overheidsbeleid vast komen te staan”, vindt Van Wijk. „Geen gezwabber meer.” Als voorbeeld neemt hij een probleem waar hij zelf tegenaan loopt. „Het ene moment mag je een windmolenpark op zee plaatsen, het volgende moment heeft Den Haag de toestemming aan een ander gegeven.” Daardoor voelt hij zich weinig gesteund vanuit het kabinet. „De overheid maakt het vernieuwers niet bepaald gemakkelijk.”

TU-Delft onderzoeker Bernard Dam is het daarmee eens. „Een consistent routeplan voor de lange termijn ontbreekt”, stelt hij. Om echt tot een verduurzaming van de maatschappij te komen, moet volgens hem een groen kader worden gemaakt met duidelijke einddoelen. „Stel daarin bijvoorbeeld een plafond vast voor de CO2-uitstoot van alle auto’s, ongeacht hun gewicht. Of bepaal dat wasmachines zuinig met water en stroom moéten zijn, en anders niet mogen worden verkocht.”

Het zijn simpele maatregelen die grote effecten hebben denkt hij. „Je creëert zo als overheid vertrouwen bij investeerders. En dat vertrouwen is essentieel. Op de technische universiteiten ontwerpen wij veel duurzame producten. Maar daarmee ben je er nog niet. Producenten moeten die uitvindingen in productie nemen. Pas als ze op grote schaal gebruikt worden, bereik je een verduurzaming van de maatschappij. En zonder vertrouwen wordt er niet geïnvesteerd.”

Ondernemers en burgers kunnen toch ook zelf initiatief nemen?

„Dat zeker”, antwoordt voormalig premier Ruud Lubbers, kwartiermaker van het Rotterdam Climate Initiative (RCI). De organisatie slaagde er in de regio Rotterdam wel in concrete plannen te maken om hun klimaatdoelen te bereiken. In 2025 wil Rotterdam een CO2-reductie van vijftig procent bereikt hebben ten opzichte van 1990. Naast de gemeente investeert ook het Rotterdamse bedrijfsleven daarin. En zoals het er nu uitziet, worden die CO2-besparingen gehaald. „Om die afspraken met ondernemers mogelijk te maken, moet je aangeven dat hun handelen de klimaatverandering tegengaat. Maar dat het ook geld oplevert”, denkt Lubbers.

Hetzelfde geldt voor burgers die willen investeren in bijvoorbeeld zonnepanelen op hun dak. Want wederom geldt: een investering vergt vertrouwen. De Duitse overheid wekt dat vertrouwen bij bedrijven en burgers, ziet onderzoeker Dam: „De zogenaamde feed-in-tarieven geven zekerheid waardoor zowel ondernemers als consumenten durven investeren.” Energiebedrijven nemen duurzaam opgewekte stroom met voorrang en voor een hoge prijs af. Die hoge prijs ligt voor twintig jaar vast. Koopt iemand een zonnepaneel dan is het zeker dat het rendabel is. „In Nederland is het tarief laag en staat het niet vast”, zegt Lubbers. Investeren is daardoor risicovol en onaantrekkelijk.

Sinds de introductie van de feed-in-tarieven in 2000, groeide het aandeel duurzaam opgewekte energie in Duitsland van negen naar zestien procent. In 2030 wil de Duitse regering dat alle energie duurzaam wordt opgewekt. In Nederland is dat nu een krappe vier procent. In 2020 moet dat twintig procent zijn. Ook de CO2-uitstoot moet met twintig procent zijn teruggebracht. Maar milieuorganisaties denken dat zelf dat te hoog gegrepen is.

Moeten we niet eerst onze economie uit het slop trekken in plaats van te zeuren over windmolens?

„Investeren in duurzaamheid helpt de klimaatdoelen te halen én is een uitweg uit de economische crisis”, denkt Jongerius. Alweer is Duitsland voorbeeld. De ’duurzame revolutie’ daar, heeft een kwart miljoen nieuwe banen opgeleverd in de wind en zonne-energie sector.

In Nederland zijn die kansen er ook, bijvoorbeeld in de bouw. „De vrees is dat door de economische crisis de werkgelegenheid in de bouw afneemt”, vervolgt Jongerius. „Door geld te steken in het energiezuinig maken van woningbouw en bedrijfspanden creëer je nieuwe werkgelegenheid. Tegelijk investeer je in het milieu door de uitstoot van CO2 en het energieverbruik te verminderen.” Overheidssubsidie kan dat mogelijk maken. „Het kabinet heeft ongeveer negen miljard uitgetrokken om de economie te repareren. Daar is nog geen derde van uitgegeven. Gebruik de rest voor duurzame maatregelen.”

Toch vreest Jongerius dat zowel overheid als bedrijven op de verduurzaming bezuinigen. En het lijkt erop dat ze gelijk krijgt. Links en rechts maakt de crisis slachtoffers onder ’duurzame bedrijven’ omdat de financiers zich terugtrekken.

Ook het Econcern van Ad van Wijk zit in de rode cijfers. Maandag maakte hij bekend dat zijn bedrijf zonder financiële garanties uit Den Haag geen duurzame projecten kan voortzetten. De bouw van onder andere een windmolenpark wordt dan stil gezet. Een kredietgarantie van minister Cramer, zoals die in Duitsland is gegeven door bondskanselier Merkel, zou het vertrouwen bij de financiers en de projecten veilig stellen. En daarmee ook ’Cramers’ klimaatdoelen.

mailIcon print |