Voor Darfuri’s in de vluchtelingenkampen in Oost-Tsjaad en in Darfur is het Nederlandse initiatief Radio Darfur de enige bron van informatie.
Dansen met een krakend korte golfradiootje in de hand, dat gebeurt tegenwoordig in het vluchtelingkamp Iridimi. „Ik ben zo blij als ik de nostalgische muziek hoor van bijvoorbeeld de Soedanese zanger Abdelmadjid Kourbia”, zegt Haroun Abdallah (59) in het kamp vlakbij Iriba, een dorp in Oost-Tsjaad. Helemaal bij het nummer ’Iedereen moet dansen’ staat de man uit Darfur spontaan te swingen.
Abdallah hoort zijn favoriete zanger geregeld op Radio Darfur, lokaal bekend als Radio Dabanga (zie kader). Daarop zijn sinds enkele maanden elke dag een uur lang vooral nieuws en reportages te beluisteren, in vijf talen. De uitzendingen voor Darfuri’s in Oost-Tsjaad en Darfur vinden plaats vanuit het Hilversumse gebouw van de Wereldomroep.
Cijfers over aantallen luisteraars zijn er niet, maar in gesprekjes met mensen op verschillende plekken in Oost-Tsjaad en Darfur klinkt overal hetzelfde geluid: de radiozender is geliefd en een groot succes.
„Sinds Radio Dabanga bestaat, zijn op onze markt de korte golfradio’s niet aan te slepen”, aldus Abdallah. De prijs ervan is flink gestegen. Hij ontdekte de zender al in het begin, toen hij zocht naar de BBC. Tot zijn verrassing schalde er opeens nieuws in zijn moedertaal Zaghawa uit zijn radiootje. Meteen vertelde hij het aan iedereen die het wilde horen.
Abdallah: „Het station is populair, omdat je volledig geïnformeerd wordt. Als er bijvoorbeeld een bombardement is, hoor je alle details. En ze laten weten hoe de rebellen en regeringstroepen bewegen. Ze praten over Darfur, Tsjaad en de vluchtelingen, maar ook over de wereld. We blijven graag op de hoogte.”
De ontheemde legt uit dat radio luisteren een belangrijke tijdsbesteding voor hem is, sinds hij in maart 2004 in het vluchtelingenkamp terechtkwam. Voorheen verhandelde hij levensmiddelen tussen Soedan en Tsjaad, met een vrachtwagen. Tot zijn dorp werd gebombardeerd en aangevallen door de Arabische Janjaweed-milities, waarbij meer dan honderd doden vielen. Hij verloor alles tijdens de aanval. In het kamp werkt hij niet.
Abdallah heeft twee vrouwen die een paar tenten van elkaar wonen, met de kinderen. Omdat hij om de nacht bij een van hen slaapt, kan bij het ontbijt maar één echtgenote meeluisteren. „Ik word onrustig als ik niet naar die zender kan luisteren”, zegt zijn vrouw Rakié (32). „Kunnen jullie geen extra radio voor mij kopen?”
Abdallah heeft het Hilversumse nummer van Radio Darfur in zijn mobiel opgeslagen. Hij belt – net als veel anderen – soms op als er problemen zijn in het kamp, zoals gebrek aan drinkwater. De radio besteedde er prompt een item aan en citeerde hem.
Ook de rebellen van SLA-Unity (een afsplitsing van de Sudan Liberation Army, die strijden tegen de regeringstroepen) in Darfur bellen nieuws door. „Ik informeerde de zender wat er gebeurt rond Muhajirya, waar momenteel veel bombardementen op burgers plaatsvinden”, verklaart rebel Amam Doud (30), die zojuist op Radio Darfur klonk. Doud bevindt zich in een mobiel rebellenkamp van zo’n veertig jeeps, net buiten het dorp Karoya Laban.
„We bezoeken getroffen dorpen en vervoeren burgerslachtoffers naar het ziekenhuis”, vervolgt Doud. „Daarna geven we de informatie door aan Radio Dabanga.” Volgens de rebel wordt hij of iemand anders uit de beweging elke week gebeld door Hilversum, of ze bellen zelf. „De regering telefoneert soms ook naar Radio Dabanga en zegt altijd dat we liegen”, zegt Doud.
Net als de burgers in vele dorpen in Darfur luistert Doud elke ochtend naar Radio Darfur. Samen met andere rebellen zit hij dan met een kopje thee rond het kampvuur. „Het station is zo goed omdat ze bovenop het nieuws zitten”, zegt Doud. „Ze komen vaak sneller met onthullingen dan de BBC en het is nog in je moedertaal ook. Ik zou alleen willen dat hun uitzendingen langer duurden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.