Wat is dat toch met schrijvers en dieren? Opvallend veel auteurs verbinden zich aan acties tegen dierenleed. Ook Mensje van Keulen zet haar bekendheid graag in voor het welzijn van het ’weerloze dier’. Maar een dier als hoofdpersoon, dat liever niet.
De kat Bosi drentelt ter begroeting om de bezoeker heen. Zeldzaam lief is de mooie Abessijn, verklaart Mensje van Keulen. Nog nooit heeft hij iemand iets kwaads gedaan of zelfs maar zijn nagels uitgeslagen. „En hij is zo aanhalig. Hij brengt als een hondje zijn speelgoed op mijn bed.”
Tijdens het theezetten vertelt Van Keulen over Bosi’s voorgangers. Het zijn stuk voor stuk verhalen met een treurige afloop, want hoe liever de kat, hoe moeilijker het afscheid. Ze houdt haar ogen niet droog als ze vertelt over de kat die na een week afwezigheid op haar schoot klom en 35 minuten later was overleden.
Die gevoeligheid zal nog vaker blijken als we komen te spreken over de bio-industrie, dierproeven, nertsfokkerijen, ritueel slachten. Afschuwelijk vindt ze dat allemaal. Ze eet al sinds haar twintigste geen vlees - wel vis - en begrijpt niet dat weldenkende mensen het dierenleed accepteren en doorgaan met vlees eten uit de bio-industrie.
Haar dierenliefde is er altijd geweest, vertelt ze. „Als kind woonde ik in een boomloze Haagse volksbuurt. Toch hadden wij alle vijf – vader, moeder en drie kinderen – een geweldig zwak voor dieren. Wij kinderen namen zwerfkatten mee naar huis. We hadden hamsters, honden, kippen, duiven, een schildpad, er heeft zelfs een paar jaar een eend in een teil in onze tuin gedobberd. Hij ging met ons mee naar de winkels. Dan liepen we van de bakker naar huis met in de ene arm het brood om de eend in de andere arm te voeren.”
„We verzorgden ook altijd zielige vogeltjes en gaven hen kruimeltjes te eten met een pincet. En één keer hebben we geprobeerd vogeleieren uit te broeden boven een theelichtje, dus die raakten geblakerd.”
Bij veel kinderen gaat de dierenliefde over als ze ouder worden. „Bij mij lukte dat niet”, zegt Van Keulen. „Soms lijkt het wel of het juist erger wordt. Ik geloof dat ik zelfs meer van dieren hou dan van mensen. Een menselijk slachtoffer is op zich erger dan een dierlijk, maar ik zou die vergelijking liever niet maken. Er zijn genoeg momenten dat ik meer van mijn kat houd dan van sommige soortgenoten.”
Wat is het dat haar zo bijzonder aanspreekt in dieren? „Het onvoorwaardelijk aardige, het visueel mooie, het grappige, het aandoenlijke. En waarom ik voor ze opkom: het weerloze. Het is gewoon een wonder dat dieren doorgaan met jongen krijgen, want de meesten hebben vanaf de geboorte een rot bestaan en doen ons niets terug.”
„Natuurlijk, sommige soorten doden ook, maar niet uit kwade, perverse opzet. Ze martelen niet onnodig, sluiten elkaar niet op. Dieren zijn in wezen onschuldig, net als kinderen.”
Ze is niet de enige schrijver die zo over dieren denkt. Van Keulen voelt de verwantschap in het werk van Maarten ’t Hart, Maarten Biesheuvel, Rudy Kousbroek, Kees van Kooten, Jan Siebelink. „Jan Wolkers had het ook. En Harry Mulisch. Hij schaamt zich dat hij nog vlees eet, heeft hij gezegd. Zijn teckel is dood. Wat zal dat moeilijk voor hem zijn.”
Hebben schrijvers door hun werk een groter inlevingsvermogen? „Dat zou kunnen, al zijn er heel veel mensen die niet schrijven en er net zo over denken. Schrijvers moeten zich overigens ook kunnen voorstellen hoe het is om een misdaad of wreedheid te begaan. Want dat verhoogt de spanning in een verhaal.”
Toch hebben opvallend veel schrijvers zich openlijk verbonden aan de Partij voor de Dieren door zich als lijstduwer op de kandidatenlijst voor de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen te laten plaatsen. Ook Van Keulen ging graag in op het verzoek van lijsttrekker Marianne Thieme om zich op deze wijze voor de dieren in te zetten. Verder actie voeren voor dieren zou haar te veel aangrijpen, maar dat dierenleed een ’allemachtig groot issue’ is, wil ze graag vertellen. „Het gaat niet om een paar dieren in het asiel, ieder jaar lijden er miljoenen in de bio-industrie.”
Wat haar steekt, is dat deze dieren louter als productie worden beschouwd. „Alsof ze geen karakter, geen persoonlijkheid hebben. Dieren lijden pijn en voelen rouw, net als mensen. Ik heb er grote moeite mee dat mensen niet de link kunnen leggen tussen het arme varken en de ham die ze in de winkel kopen. Soms zie je op straat mannen met een bebloed schort voor, vlees uit een wagen laden. Mensen lopen daaraan voorbij, alsof het gewoon is. Maar als het mensenvlees zou zijn, zouden ze het uitschreeuwen.”
In haar jongste verhalenbundel ’Een goed verhaal’ is de rol van dieren meestal een troostende. Dierenliefde komt op onverwachte momenten om de hoek kijken, als een logisch onderdeel van het leven. Maar behalve in kinderboeken heeft ze nog nooit een dierlijk hoofdpersoon gekozen. „Ik weet niet of ik dat aan zou kunnen, hoor. Gezien het lot van dieren zou dat een tranendal worden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.