Autofabrikanten Renault en PSA (Peugeot, Citroën) beloven geen werknemers te ontslaan of fabrieken te sluiten. In ruil daarvoor krijgen zij 6,5 miljard steun, in de vorm van goedkope leningen.
Na weken onderhandelen krijgt de Franse automobielindustrie dan de steun waar het zo’n behoefte aan heeft. Renault en PSA ontvangen beide 3 miljard euro tegen een rente van tussen de 6 en 7 procent, veel lager dan het huidige tarief van tussen de 11 en 12 procent dat banken nu hanteren.
In december kelderde de verkoop van auto’s in Europa door de crisis met bijna 18 procent, sommige fabrieken werden tijdelijk gesloten, elders werden werknemers gedeeltelijk werkloos.
De onderhandelingen gingen over de tegenprestatie die president Nicolas Sarkozy van de fabrikanten vraagt. PSA zou zich lang hebben verzet tegen de eis dat Franse banen behouden moeten blijven. Tijdens de autobeurs van Parijs, afgelopen oktober, liet PSA-topman Christian Streiff nog heel beslist weten dat een industrieel ’onmogelijk’ kan beloven niemand te ontslaan of geen productie naar een goedkoper buitenland te verhuizen.
Dat laatste gebeurde de laatste jaren veel. In 2002 werden er 3,7 miljoen auto’s gemaakt in Frankrijk, in 2008 waren dat er 2,7 miljoen. Renault en PSA produceren buiten Frankrijk vooral in Spanje, Oost-Europa en Azië.
Renault en PSA hebben ook toegezegd dat zij de bonussen van hun topmannen zullen beperken en lagere dividenden aan aandeelhouders gaan uitkeren. Daarbij is de afspraak gemaakt dat het geld geïnvesteerd moet worden in innovatie.
Ongeveer tien procent van de Franse beroepsbevolking (2,5 miljoen werknemers) dankt zijn baan direct of indirect aan de auto-industrie.
Sarkozy heeft zich met zijn nadruk op de Franse werkgelegenheid ergernis op de hals gehaald van de premier van Tsjechië en EU-voorzitter, Mirek Topolanek. Volgens Sarkozy is het ’niet gerechtvaardigd’ dat Renault ’auto’s in Tsjechië maakt om ze in Frankrijk te verkopen’, zo legde hij vorige week uit in een lang tv-interview over de crisis. Hij suggereerde dat de Tsjechische vestigingen van Renault en PSA weer naar Frankrijk zouden kunnen terugkeren.
„Wat Sarkozy zegt is ongelooflijk”, zo reageerde Topolanek. Op deze manier brengt Sarkozy zelfs de ratificatie van het Verdrag van Lissabon – bedoeld om de EU van 27 lidstaten te stroomlijnen – in gevaar, waarschuwde hij: „Als dat zijn bedoeling is, had hij geen beter moment kunnen kiezen”. Tsjechië is een van de drie landen dat het verdrag, waar Sarkozy zich sterk voor heeft gemaakt, nog niet heeft geratificeerd. President Vaclav Klaus is tegen en Topolanek zelf is een weinig enthousiaste voorstander. Een datum waarop de knoop moet worden doorgehakt is er niet, maar volgende week debatteert het parlement in elk geval over het verdrag.
Topolanek had al eerder aanvaringen met Sarkozy, die ook na zijn voorzitterschap diplomatieke initiatieven bleef nemen. Toen hem werd gevraagd wat hij vond van zijn opvolgers, zei Sarkozy: „Ze doen wat ze kunnen.”
Met zijn tv-optreden van vorige week wekte Sarkozy ook irritatie bij de Britse premier Gordon Brown. Sarkozy stelde Groot-Brittannië voor als een land met half failliete banken dat eigenlijk geen industriële productie meer heeft.
Volgens Brown maakt de industrie 14 procent van het bbp uit. Dat is niet veel minder dan Frankrijk, waar het 16 procent is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.