*

 

Speuren naar beeldmanipulatie

Maaike Bos − 06/01/09, 00:00

Juryleden van de Zilveren Camera kregen een cursus digitale manipulatie herkennen. Niet voor niets.

Opgefokte kleuren en soms een donkerder achtergrond, meer zijn de ingezonden foto’s niet gemanipuleerd, denkt de jury van de Zilveren Camera en de Fotojournalist van het Jaar. Maar bij het doornemen van de achtduizend foto’s moesten ze bij menig vogeltje lachen – is dat er ingeplakt of niet?

De discussie over beeldmanipulatie laaide half december weer op toen Jean-Pierre Jans, sterfotograaf van de Volkskrant, door de mand viel met een foto van herten in de wei die zijn neefjes zouden hebben gemanipuleerd. De Volkskrant zegde de samenwerking op. Op de in de Volkskrant gepubliceerde foto bleek hetzelfde hert twee keer te zien, en bomen en gras bleken gedubbeld.

Fotografen maken standaard gebruik van het foto-bewerkingsprogramma Photoshop, zoals ze vroeger in de donkere kamer ook het contrast of de belichting van foto’s bewerkten. Maar waar eindigt beeldbewerking en begint manipulatie en fraude? „Soms zijn dingen fysiek onmogelijk in bewerkte foto’s”, zegt Eduard de Kam. Hij is medeoprichter van het Nederlands Instituut voor Digitale Fotografie (NiDf), en wees de Zilveren Camera-jury afgelopen zondag in een cursus op de sporen van beeldbewerking. „Een kerk op de voorgrond, badend in het zonlicht, met daarachter een zonsondergang. Daar heb je twee zonnen voor nodig.” Er zijn ook andere slordigheden met scherpte of met schaduwen: als één figuur geen schaduw heeft en anderen wel, is hij er in geplakt.

„Je moet de lezer niet belazeren”, vindt fotograaf Werry Crone van Trouw. Voor hem is dat helder: kleuren wat vetter maken of een lucht wat dreigender, mag. Maar je moet geen dingen weghalen of in foto’s laten opduiken die er niet waren. Ook enscenering is uit den boze: zeggen tegen iemand ’Kunt u daar nog eens heen en weer lopen?’ „Met manipulatie bezoedel je het vak. De foto’s moeten een stukje van de werkelijkheid zijn, op het moment dat je daar was”, zegt Crone.

Jean-Pierre Jans ziet dat genuanceerder: „De nieuwste camera’s vangen zes beelden per seconde. Wat is dan het beslissende moment? Als je de beste beelden uit de zes samenvoegt, heb je alsnog die ene, beslissende seconde.” Ook in portretten, toch al geënsceneerd, zet je het beeld meer naar je eigen hand om het mooier te maken, zegt hij.

Digitale fotografie-expert De Kam hanteert een strengere grens. „Het typische van het ambacht fotografie is dat je één moment vastlegt. Dingen combineren uit verschillende foto’s, gaat over de grens. Ook overdadig gebruik van contrast, vind ik. Het is een glijdende schaal waarin schoonheid de waarheid verdringt.”

Fotograaf Crone vindt hem daarin roomser dan de paus. Krantenredacties vragen immers om sprankelende foto’s. Maar De Kam ziet nog een nadeel aan het esthetiseren van al die foto’s: „Alle foto’s gaan op elkaar lijken”. Een diepblauwe hemel komt tegenwoordig veel vaker voor, als we de fotografie moeten geloven.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />