Discipline en tactiek. Daarmee slaagden de Romeinen erin zo’n enorm rijk op te bouwen, zo legde een docent klassieke talen gisteren een grote groep kinderen uit. In Leiden kregen die kinderen college over de Oudheid.
Maxime (8) heeft eigenlijk niet zo veel zin. Want die Romeinen waren volgens haar helemaal geen leuke mensen. „Ik vind ze maar gierig.” Gierig? „Ja”, reageert ze bozig. „Ze wilden alles voor zichzelf hebben. Europa, Afrika, AziĆ«.”
Maar dat is nou net wat Pien (11) zo nieuwsgierig maakt. Hoe zijn ze er in die tijd – zonder straaljagers, zonder computers, zonder mobiele telefoons – toch in geslaagd om zo’n enorm gebied te veroveren? „Op school hebben we natuurlijk ook wel geschiedenis, maar je leert er niet zo veel. Vaak hoor je alleen wat je toch al weet.”
Vol verwachting is ze daarom op de laatste dag van de kerstvakantie naar Leiden gekomen, voor het eerste ’college’ in een door het Rijksmuseum van Oudheden georganiseerde lezingenreeks onder de titel MuseumJeugduniversiteit. Jaap Toorenaar, in het dagelijks leven docent klassieke talen, doet met het verhaal ’Hoe vochten de Romeinen?’ de aftrap voor zo’n honderd kinderen tussen de 8 en 13 jaar.
Voor de gelegenheid getooid met een das waarop een plaatje uit Asterix en Obelix staat van een stel uitgetelde Romeinse soldaten, begint hij zijn verhaal met de stichting van Rome, in het begin niet meer dan een klein herdersdorpje. „En dat was na een paar jaar zelfs bijna uitgestorven, want er waren nauwelijks vrouwen en dus kwamen er geen baby’s. Maar toen verzonnen ze een list: ze nodigden buurdorpen uit voor een feest en toen er eenmaal de nodige wijn was gedronken, joegen ze de mannen weg en hielden de vrouwen.”
Daarna groeide en groeide Rome alleen maar, van dorp naar stad naar een immens rijk. „De Romeinen waren wel een beetje agressief”, aldus de classicus. Ze trokken vaak ten strijde en veelal met succes. Hoe dat kon? Door slimme tactieken en vooral discipline.
In de boeken van Asterix en Obelix wordt er de draak mee gestoken, laat de docent aan de hand van een typerend plaatje zien: daar zijn de Romeinen altijd een beetje dom, gauw dronken en hebben ze van die gekke grote neuzen. „Maar in de praktijk zijn ze zo ver gekomen omdat ze het zelf goed geregeld hadden en hun tegenstanders een zootje ongeregeld waren”, vertelt Toorenaar, die het jeugdige gehoor moeiteloos aan zich bindt door zijn verhaal te doorspekken met grapjes en vragen waarmee een miniversie van de God van de Oorlog te winnen is.
Stel, geeft hij als een voorbeeld, we willen met ons legioen van zo’n zesduizend man 40 kilometer verderop een stad veroveren. Dat haalde je in die tijd niet in een dag, want de soldaten hadden een zwaar schild en nog allerlei andere dingen bij zich. Dus moest er overnacht worden. „Maar dan was het niet van: ach ik ben moe, ik sla hier mijn tentje wel op. Nee, dan kwamen eerst de landmeters een gebied afbakenen, werden greppels gegraven, palissaden gebouwd. En daarna wist iedereen precies waar hij zijn tent moest opzetten.”
Dat was nou precies wat ze had willen horen, reageert Pien opgetogen, na afloop van het bijna een uur durende verhaal. „Het was ontzettend leerzaam.”
Zelfs Maxime kijkt minder boos. Aardig lijken die Romeinen haar nog steeds niet, maar ze vindt het wel leuk dat ze nu iets meer over ze weet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.