De nieuwe Dichter des Vaderlands moet vier jaar lang de poëzie promoten en af en toe een gelegenheidsgedicht schrijven. Wie wordt het? Vanaf vandaag kan iedereen stemmen.
Vier jaar geleden ging het helemaal mis met de verkiezing van de Dichter des Vaderlands. Iedereen kon zich aanmelden, tenminste, iedereen die minstens twee bundels op zijn naam had. Degene die het best campagne voerde, won de titel, en dat werd de Groningse dichter Driek van Wissen. ’Sinterklaasdichter’, riep Joost Zwagerman. ’Rijmelaar’, vond Michaël Zeeman. En ze hadden gelijk, natuurlijk, net als boze lezers die dat elitair randstedelijk geleuter vonden.
Verder lekten gegevens van de website uit, zodat duidelijk werd dat Elly de Waard op Elly de Waard had gestemd, de collega’s van Ilja Pfeijffer op Ilja Pfeijffer en dat de meeste stemmen op Van Wissen uit Groningen kwamen. Moraal van het verhaal: degene die de meeste tijd en energie kan steken in het werven van stemmen, en de meeste vrienden en ’vrienden’ via blogs, Hyves of LinkedIn weet te mobiliseren, wint de meest democratische aller verkiezingen: de internetverkiezing.
Dit jaar doet de organisatie (Poetry International, NRC Handelsblad, de Koninklijke Bibliotheek, de NPS en De Poëzieclub) het anders. Een Commissie (bestaande uit de vroegere voorzitter van de Tweede Kamer Jeltje van Nieuwenhoven, hoogleraar Thomas Vaessens, dichter Hester Knibbe, directeur van Poetry International Bas Kwakman en NRC-criticus Arjen Fortuin) heeft een shortlist van vijf namen samengesteld. Erik Menkveld, Joke van Leeuwen, Ramsey Nasr, Hagar Peeters en Tsead Bruinja strijden om de titel.
Wat moet een Dichter des Vaderlands kunnen en doen? Minstens twee bundels gepubliceerd hebben, een oeuvre hebben dat ’hoog in aanzien’ staat, ’meer dan gemiddeld’ bekend zijn bij het publiek; in de eerste plaats dichter zijn (en niet bijvoorbeeld columnist) en, last but not least, de functie serieus nemen. Verder moet de Dichter een aantal keer per jaar een gedicht in opdracht schrijven, ’bij een bijzondere gelegenheid’, en een ’enthousiaste poëzieambassadeur’ zijn.
De functie serieus nemen, dat doen ze alle vijf wel. Maar hoe ze die zouden willen invullen verschilt sterk per dichter. Ramsey Nasr zou het in elk geval heel graag gaan doen. „In Nederland worstelen we met onze identiteit. Wie zijn we, waar komen we vandaan, wat verbindt ons? Dat lijkt me op dit moment een essentieel onderwerp voor een Dichter des Vaderlands.” Als stadsdichter van Antwerpen schreef Nasr al tal van gedichten over maatschappelijke onderwerpen. Over kansarmoede bijvoorbeeld – het hier afgedrukte gedicht werd op de muur van de Sociale Dienst van Antwerpen afgebeeld, aan een groot plein met terrassen. „Op dat gedicht zijn zo veel reacties gekomen. Dan merk je dat je als dichter heel veel kunt betekenen. Je kunt mensen bereiken, mensen die normaal gesproken nooit poëzie lezen. Je kunt, in alle bescheidenheid, een zekere cohesie bewerkstelligen.”
Erik Menkveld lijkt op voorhand wat minder ambitieus. „Ik ben beschikbaar, maar ik heb van te voren geen plannen bekendgemaakt. Ik ga niet actief campagne voeren. Maar als ik onverhoopt gekozen wordt, ga ik mijn best doen. De poëzie promoten.”
Tsead Bruinja heeft wel allerlei plannen, mocht hij verkozen worden. „Er zou elke dag een gedicht in de krant moeten staan, van steeds een andere dichter. Er zijn zó veel goede dichters die zelden gelezen worden. Verder zou ik een toernee willen organiseren met een deels wisselende groep dichters. Langs theaters, scholen, bibliotheken. Er zijn veel meer mensen die van poëzie genieten dan je denkt. En ik zou de poëzie in streektalen en –dialecten willen promoten. Er zijn geweldige dichters in het Gronings, Fries of Limburgs die buiten een kleine kring zelden iemand leest.”
Ook Hagar Peeters wil de poëzie onder de mensen brengen en tot schrijven aanzetten. „Bijvoorbeeld met het project ’Zinloos gedicht’. Dat is een gedicht zonder zinnen, dat er nog niet is. Op een leeg vel papier waar dat als titel boven staat, kunnen mensen hun emoties of agressie kwijt. Er is veel agressie in Nederland. Mensen hebben daar langzamerhand genoeg van, maar weten niet altijd hoe ze dat kunnen stoppen. Aan poëzie kun je zien dat je ook anders met gevoelens van woede of onmacht om kunt gaan.”
Joke van Leeuwen wil als Dichter des Vaderlands „woorden vinden voor wat er in het land gebeurt. En van mijn positie gebruik maken om de poëzie te helpen promoten, voor groot en klein. Overigens zijn daar al aardig wat mensen en instanties heel goed mee bezig.”
Campagne voeren, daar hebben de meeste dichters een broertje dood aan. „De gedichten moeten voor zichzelf spreken” zegt zowel Erik Menkveld als Joke van Leeuwen. „Mensen moeten onze poëzie maar lezen, en dan een keuze maken.” Ook Peeters gaat „niet echt” campagne voeren. „Maar ik zou het wel heel stoer vinden als ik het werd.” Bruinja is de enige die serieus werk maakt van een campagne. Hij heeft er zelfs een reis naar Zuid-Afrika voor afgezegd. „Zo officieel is dat niet hoor. Gewoon, via mijn website. En mijn vrouw heeft posters gemaakt.” Ramsey Nasr gaat zeker geen campagne voeren. Maar verhuizen wil hij wel, als het nodig is. „üls ik gekozen word, overweeg ik zeker terug te keren van België naar Nederland.”
Stemmen kan vanaf vandaag via www.dichterdesvaderlands.nl.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.