*

 

Klem tussen de rebellen en de Antonovs

Elwin Verheggen − 05/03/09, 00:00

De door het Strafhof gezochte dictator Omar al-Bashir laat al wekenlang dorpen in Darfur bombarderen. Daarbij sneuvelden tientallen burgers en sloegen 30.000 mensen op de vlucht. Een reportage uit het gebied rond Muhajirya.

  • Op de vlucht voor het oorlogsgeweld in de regio rond Muhajirya nemen de vluchtelingen hun hele hebben en houwen mee.  (Jan-Joseph Stok)
    Op de vlucht voor het oorlogsgeweld in de regio rond Muhajirya nemen de vluchtelingen hun hele hebben en houwen mee. (Jan-Joseph Stok)
  • .De rebellen van SLA  met zo'n 60 met modder ingesmeerde jeeps in een mobiel legerkamp, dat veelal om de paar dagen verplaatst. Door de vele bombardementen staan de autoÿs overdag nu zoveel mogelijk stil, onder bomen. (Jan-Joseph Stok)
    .De rebellen van SLA met zo'n 60 met modder ingesmeerde jeeps in een mobiel legerkamp, dat veelal om de paar dagen verplaatst. Door de vele bombardementen staan de autoÿs overdag nu zoveel mogelijk stil, onder bomen. (Jan-Joseph Stok)
  • Alhadiy Djoana (in het midden van de voorste auto) en zijn collega-rebellen van SLA-Unity verplaatsen hun mobiele legerkamp.  (Trouw)
    Alhadiy Djoana (in het midden van de voorste auto) en zijn collega-rebellen van SLA-Unity verplaatsen hun mobiele legerkamp. (Trouw)

Ache Ali (28), een veeboerin uit een dorp bij de stad Muhajirya, zit beteuterd op een ezelkar (zie de foto op de voorkant). Met haar jongste kind, een dochter, rijdt ze bezorgd ogend tussen honderden vluchtende mensen, kuddes mekkerende geiten en ander vee. „Ik ben vier kinderen kwijt”, roept Ali geëmotioneerd. „Ze renden weg toen drie dagen geleden ons dorp Buhera werd gebombardeerd.” Haar kroost leefde wekenlang in angst, omdat de regio dag en nacht door vliegtuigbommen bestookt werd.

Uit vrees voor de Arabische Janjaweed-milities was haar man een week eerder gevlucht, samen met andere veeboeren uit het dorp. Ze probeerden hun kuddes vee, in Darfur het meest waardevolle bezit, naar veilig gebied te brengen. Bij eerdere Janjaweed-aanvallen werden al hun beesten afgepakt. Of haar man nog leeft en waar hij dan is, weet ze niet.

Tijdens het bombardement op Buhera was Ali net buiten haar dorp hout aan het sprokkelen met haar dochtertje en de ezelkar. Nadat ze explosies van de ingeslagen bommen zag, snelde ze terug. Ali: „Ik zag mijn huis en die van verschillende buren branden. Dorpelingen vertelden me dat mijn kinderen allemaal gillend weggerend waren.” Vier inwoners overleefden de aanval niet.

Ali zocht tevergeefs twee dagen het gebied rondom Buhera af naar haar vermiste kinderen. Tot er gisteren allemaal mensen uit nabijgelegen dorpen op de vlucht sloegen, omdat de Janjaweed eraan kwam op paarden. Ali: „Ik groef snel mijn noodvoorraad eten op, die ik had gekregen van het Wereldvoedselprogramma, en maakte dat ik wegkwam.”

Ook andere vluchtelingen hebben hun eten op haar ezelkar gelegd. Ali weet niet waar ze heen gaat. Ze volgt de vluchtelingenstroom die we vlakbij het dorp Karoya Laban treffen. Ze is zomaar een van de slordige 30.000 ontheemden die de afgelopen weken de regio rond Muhajirya ontvluchtten.

Het stadje Muhajirya, ongeveer 35.000 inwoners en strategisch gelegen langs doorvoerwegen in Zuid-Darfur, werd half januari een strijdtoneel. Rebellen van Jem (Justice and Equality Movement) raakten er slaags met een rebellengroep die in 2006 vrede sloot met de regering (SLA-Minni Minawi). Jem nam het stadje in.

Maar met het oog op de verwachte beslissing van het Strafhof om de Soedanese president Omar al-Bashir te arresteren, wilde Khartoem de door buurland Tsjaad gesteunde Jem daar onder geen beding hebben. Het regime begon een offensief, waarbij naast de inzet van grondtroepen de regio ongeveer drie weken lang dag en nacht gebombardeerd werd, vooral met behulp van Antonovs, maar soms ook met Mig-gevechtsvliegtuigen. Er zijn zo’n tien dorpen gebombardeerd, daarbij kwamen tientallen burgers om.

Nadat eind januari luchtaanvallen op Muhajirya zelf werden uitgevoerd, trokken alle hulporganisaties, waaronder de Nederlandse Artsen Zonder Grenzen, zich tijdelijk terug uit het stadje. Er was alleen nog een kampement van een paar honderd blauwhelmen van Unamid, de vredesmacht van de VN en Afrikaanse Unie, waar duizenden vluchtelingen omheen bivakkeerden.

Na deze luchtaanvallen probeerden regeringsgrondtroepen het stadje te heroveren, maar op 26 januari werden ze 25 kilometer ten oosten van Muhajirya verslagen door Jem. „Het gebied ligt nog bezaaid met zo’n tweehonderd dode lichamen van regeringssoldaten, zag ik toen we daar gisteren op verkenning waren”, vertelt Alhadiy Djoama (24) van rebellengroep SLA-Unity (een afsplitsing van de Sudan Liberation Army) op 3 februari. Om zijn woorden kracht bij te zetten toont hij foto’s op zijn mobieltje van tientallen lijken.

Djoama zit op een Perzisch tapijt, twintig kilometer ten noorden van Muhajirya, in een niemandsland met vergeeld gras en bomen. Daaronder bivakkeren ruim vijfhonderd rebellen van zijn groep met zo’n veertig jeeps in een mobiel legerkamp, dat zich om de paar dagen verplaatst. Vanwege de vele bombardementen staan de auto’s overdag zoveel mogelijk stil, onder de bomen.

De hele dag is het harde gezoem van een Antonov-vrachtvliegtuig te horen, dat vandaag in zeven sessies zo’n twintig bommen uit de laadklep kiepert. Geregeld zijn de rookpluimen na de doffe harde grondexplosies goed zichtbaar, soms nog geen kilometer verderop. „Ik hoop dat wij snel speciale raketten krijgt om die vliegtuigen neer te halen, want ze gooien bommen op ongewapende burgers”, zegt Djoama boos.

Als ’s avonds de Arabische communicatie tussen de Antonov-piloot en de naderende grondtroepen op de FM-frequentie van de radio te horen is, rennen Djoama en zijn strijdmakkers naar hun jeeps. Volgens hun inlichtingen is er een overmacht van een paar honderd regeringsauto’s en tanks op komst. De milities scheuren weg, zonderverlichting, omdat de vliegtuigen dat kunnen zien.

Maar de zaklampen die de rebellen onderweg soms even gebruiken, zijn waarschijnlijk gezien vanuit de lucht. Als ze tientallen kilometers verderop in de buitenlucht liggen te slapen, slaat een Antonov-bom op ongeveer 50 meter afstand van Djoama in – oorverdovend hard. De grond trilt ervan. Djoama kijkt even op en slaapt stoïcijns weer verder.

Vroeg in de ochtend, op 4 februari, scheurt de groep door naar een nieuw stuk niemandsland. Dat ligt vlakbij het dorp Karoya Laban, net over de grens van Noord-Darfur. Regeringstroepen nemen die dag Muhajirya in, waar ook Jem al vertrokken was. Volgens vluchtelingen pakten Janjaweed-milities op paarden direct hun dieren af en vermoordden ze drie mannen die verzet boden.

De blauwhelmen van Unamid, die een zwak mandaat hebben, bleven op hun kampement. Ze moeten zich van Khartoem afzijdig van de gevechten houden. Er ontstond een nieuwe grote vluchtelingenstroom.

Veel ontheemden uit de regio Muhajirya bivakkeren onder de bomen net buiten het dorp Karoya Laban, waar een waterput is. Als we het zanderige dorp met rieten huizen bezoeken, blijkt dat eind januari net buiten het dorp een Antonov-bombardement was, waarbij twee vluchtelingen omkwamen. De krater in het zand is nog zichtbaar.

„De slachtoffers waren twee oudere mannen die hun kuddes schapen net hadden laten drinken”, zegt Abdullkerim Abdullah (51) op maandag 9 februari. De assistent-dorpsleider en veeboer vertelt het terwijl hij ons meeneemt naar de begraafplaats van Karoya Laban. „Niemand uit ons dorp kent ze”, vervolgt hij. „Aan andere vluchtelingen, die verderop liepen, vroegen we het trieste nieuws door te geven aan de dorpsgenoten waar ze mee gevlucht waren. Samen met een paar mensen van hier hebben we ze direct op onze begraafplaats begraven.”

Abdullah, die met zijn vrouw en zeven kinderen in Karoya Laban woont, zegt dat er regelmatig bombardementen plaatsvinden. „Maar twee keer is de regio hier wekenlang dag en nacht gebombardeerd, in juli 2008 en tijdens de afgelopen weken. De Antonovs hebben dit dorp niet geraakt, ze kunnen niet goed mikken.” Hij vertelt dat als de vliegtuigen overvliegen, alle mensen het dorp uitrennen en dat de kinderen dan schreeuwen. Iedereen is bang dat het dorp in de brand vliegt.

Offensieve luchtoperaties zijn in Darfur verboden door de VN-Veiligheidsraad, maar volgens de VN lapt Soedan de resolutie al jaren aan haar laars. Vliegtuigbombardementen op dorpen, meestal met behulp van Antonovs, vonden in 2003 en 2004 op grote schaal plaats. Het aantal bombardementen is sindsdien verminderd, maar ze veroorzaken nog steeds heel veel angst.

Praktisch alle vliegtuigbombardementen zijn gerelateerd aan regeringsaanvallen op rebellen, maar daarbij wordt vaak geen onderscheid gemaakt tussen strijdende groepen en burgers. Dat blijkt uit VN-rapporten, waarin staat dat in 2007 en 2008 in heel Darfur zo’n honderd dorpen gebombardeerd zijn, vooral met behulp van Antonov-vliegtuigen. Bij de bombardementen vielen tegen de vierhonderd burgerslachtoffers. Verreweg de meeste doden vielen als de luchtaanvallen werden gecombineerd met aanvallen over land.

Rond mei 2008 intensiveerde het conflict in Darfur en werden er ongeveer de helft meer dorpen gebombardeerd dan het jaar ervoor: ruim 60. Dat kwam door de aanval van Jem op Omdurman op 10 mei vorig jaar. De geïntensiveerde bombardementen begonnen voor deze aanval, toen de Jem oprukte, en richtten zich na die tijd ook op andere belangrijke rebellengroepen. Door het regeringsgeweld sloegen in 2008 ruim 300.000 mensen op de vlucht.

Assistent-dorpsleider Abdullah zou eigenlijk ook willen vluchten. „Ik ben doodsbang dat de Janjaweed mijn vee komen afpakken. Maar er is geen gebied om te schuilen, we moeten dan toch steeds terug naar het waterpunt, omdat er in verre omstreken geen andere put is.”

Dat maakte hij begin 2005 mee, nadat hij met zijn gezin moest vluchten voor regeringssoldaten en de Janjaweed, die zijn dorp helemaal afbrandden. Het lukte hem net op tijd om weg te komen met zijn vee. Abdullah: „We leefden een tijd onder de bomen rond het dorp, maar kwamen elke nacht naar de put in het dorp.”

Abdullah legt uit dat hij en zijn gezin ondanks de gespannen situatie nog altijd niet naar een vluchtelingkamp willen verhuizen, omdat die in regeringsgebieden liggen. „Aangezien we niet eerder naar deze kampen zijn gegaan, verdenken ze ons ervan de rebellen te steunen.”

Hij is twee jaar geleden gearresteerd in het regeringsgebied, toen hij met honderden schapen naar een markt liep, om ze te verkopen. Abdullah: „Zeven maanden zat ik in de gevangenis en werd ik gewelddadig ondervraagd over de rebellen. We zijn bang om naar een vluchtelingenkamp te gaan, maar we zitten er nu eerlijk gezegd toch steeds vaker aan te denken.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />