De Nederlandse geoloog Frans van Hoeflaken brengt namens de Europese Unie Papoea-Nieuw-Guinea in kaart. Hij is even terug in Nederland.
„Het klinkt heel romantisch om met rugzakken langs smalle paden de bergen in te trekken. Maar makkelijk is het allerminst. Alles is overwoekerd door het regenwoud, dus bijna niks is in één oogopslag waar te nemen. We noteren wat we zien en nemen monsters van het oppervlaktemateriaal. Collega’s lopen door rivierbeddingen en onderzoeken wat voor afzettingen er zijn. Het doel is vooral om vindplaatsen van goud op het spoor te komen.”
Hoe kan het dat er in deze tijd nog altijd geen kaarten zijn?
„Tot 1975 is er van alles gebeurd. In dat jaar werd Papoea-Nieuw-Guinea onafhankelijk van Australië en kreeg het land een eigen geologische dienst. Nadien lag het werk praktisch stil. We voeren de Australische gegevens van voor 1975 in de huidige systemen in. Die combineren we met moderne satellietfoto’s. Zo zien we waar er witte vlekken op de geologische kaart zijn en welke delen weinig gedetailleerd zijn. Dan gaan we zelf op onderzoek.”
Hoe bereikt u die verre plaatsen?
„Er zijn geen wegen die de hoge bergrug doorkruisen die dwars over het eiland loopt. Wie van noord naar zuid wil, moet per vliegtuig of per boot. Ons team maakt veel gebruik van missie- en zendingsposten. Daar is het land mee bezaaid. Een groot aantal heeft een landingsplaats voor onze helikopter. We slaan in de buurt een kamp op en vandaar gaan we lopen. We bereiden ons nu voor op onderzoek in de Enga-provincie. Die Enga staan bekend als behoorlijk agressieve jongens. Ook daar schakelen we de mensen van de missie voor in. Die spreken de lokale talen en proberen van te voren uit te leggen dat we geen goud komen stelen.”
Maar is dat niet stiekem de bedoeling van de Europese Unie? Zicht krijgen op de omvang van de minerale rijkdom en dicht bij het vuur zitten, voor de Chinezen alles weghalen?
„Het is ontwikkelingshulp, betaald uit Europese fondsen. We zijn met acht westerse geologen maar we leiden tegelijk acht lokale geologen op. De regering van Papoea-Nieuw-Guinea deed zelf een beroep op het ontwikkelingsfonds van de Europese Unie. Een belangrijk doel is inderdaad de minerale bronnen in kaart brengen. Maar een ander doel is de bewoners van Nieuw-Guinea milieukennis bij te brengen over de mineralendelving en hen te leren hoe ze hier zelf beter van worden. Want inderdaad, die Chinezen zijn massaal aanwezig en doen de winning uitsluitend met eigen mensen die vanuit China worden ingevlogen.”
Helpt dit project het land vooruit?
„Ik heb in de jaren negentig voor een oliemaatschappij vergelijkbaar werk gedaan aan de andere kant van de grens. Het landschap is hetzelfde, maar ik zie dat de geschiedenis ervoor heeft gezorgd dat de cultuur verschilt. Op Papoea staan de lokale stammen ver van de westerse maatschappij. De bekende peniskoker is er heel gangbaar. In Papoea-Nieuw-Guinea zijn peniskokers inmiddels meer een dracht voor feesten. Ook in de afgelegen gebieden zijn mensen goed op de hoogte van de westerse cultuur. Wat me somber stemt, is de enorme claimcultuur. Stammen losten problemen traditioneel op door het betalen van compensatie. Ik krijg de indruk dat dit nu wordt doorgetrokken naar de moderne tijd met moderne bedragen (zie kader). Dat verlamt de maatschappij. Iedereen staat voortdurend in de startblokken om een ander te beschuldigen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.