Het Historisch Stadsarchief in Keulen bevatte een schat aan documenten die van grote waarde waren voor Nederlandse historici. Dat zegt de Leidse wetenschapper Geert Janssen vandaag. Met het instorten van het archief zag hij in één dag zijn belangrijkste onderzoeksmateriaal verloren gaan.
„Keulen is een aartsbisdom. Tot de zestiende eeuw werd vanuit deze Duitse stad een omvangrijk deel van Nederland kerkelijk bestuurd. Voor veel mensen die onderzoek doen naar de middeleeuwen is dit dan ook een plek van grote betekenis. In het archief van Keulen lagen veel waardevolle documenten over Nederland, die veelal in zeer goede staat waren.”
Janssen promoveerde in Leiden en werkte tot voor kort in Cambridge. Sinds dit jaar is hij als postdoc terug aan de Universiteit Leiden. Hij bestudeert het leven van Nederlandse katholieken die in de tachtigjarige oorlog naar Keulen vluchtten, om zo aan het juk van Willem van Oranje te ontkomen.
Ook voor de periode ná de tachtigjarige oorlog was het Stadsarchief een belangrijke bron voor onderzoekers uit Nederland, zegt Janssen. Keulen ligt op een strategische plek aan de Rijn en was daardoor altijd een belangrijke handelspost. Economische historici konden er onder meer handelsregisters uit die tijd bestuderen. Bovendien had Keulen ook een oude universiteit, waar vele Nederlanders studeerden.
Aanvankelijk had Janssen gepland om midden maart naar Keulen te reizen voor onderzoek. „In het Stadsarchief lagen namenlijsten van de katholieke vluchtelingen. De Jezuïeten van het Maria-broederschap, waarbij velen zich aansloten, documenteerden alles heel goed. Zo zijn er boeken waarin beschreven staat welke activiteiten er voor hen georganiseerd werden. Ik vrees dat deze verloren zijn gegaan, net als vele brieven uit die tijd.”
De Leidse wetenschapper heeft een klein sprankje hoop dat van de namenlijsten films en foto's zijn gemaakt. „Hopelijk heeft iemand die in zijn bezit. Maar ook dan kan het maanden of jaren duren, voordat ik die kan zien. Bovendien hebben de Keulse archivarissen nu wel wat anders aan hun hoofd dan voor elke wetenschapper uit te zoeken wat er precies bewaard is gebleven”, aldus de historicus.
Janssen noemt het rampzalig wat er in Keulen gebeurd is. „Er lag daar zo veel mooi materiaal dat nog nauwelijks door iemand bestudeerd is. Niet alleen voor onderzoekers die de Nederlandse geschiedenis bestuderen; voor onderzoekers uit heel de wereld is er veel verloren gegaan.”
De komende tijd moet Janssen zich bezinnen op de voortzetting van zijn onderzoek. „Ik weet wat er in Keulen lag, ik weet dus precies wat ik mis in mijn onderzoek. Dit daagt mij tegelijkertijd uit om creatief te zijn met materiaal dat elders opgeslagen ligt.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.