*

 

Gevang of gezin

Harriët Salm − 06/04/09, 00:00

Zo’n dertig criminele jongeren wonen eind dit jaar in een gewoon gezin, in plaats van in de jeugdgevangenis. Na een geslaagde proef in Arnhem starten deze maand ook in Utrecht en Rotterdam opvoedgezinnen met dit doel.

  •  (Trouw)
    (Trouw)

Hoe ze daar stond in dat kamertje, de eerste keer dat we haar ontmoetten, vertelt pleegmoeder Ans Bouman (54). „Vijftien jaar oud pas, somber met haar lange blonde haren voor de ogen, triest. Dat was de eerste keer dat we haar zagen, ik weet zeker: dat beeld raak ik nooit meer kwijt.”

Ans (54) en haar man Johan (57) Bouman kregen vorige zomer een puber-pleegkind in huis met veel problemen. „Voor ons was het ook raar, natuurlijk, maar hoe moet dat voor haar geweest zijn? Wij waren twee volstrekt wildvreemden en zij moest met ons mee naar huis.”

Ans en Johan zijn geen gewone pleegouders, maar doen mee aan een nieuwe uit de Verenigde Staten overgewaaide methode om kinderen die crimineel gedrag vertonen te heropvoeden. De kinderrechter laat de minderjarige jongere de keuze: of naar een jeugdgevangenis of naar een zogenoemd opvoedgezin. In vaktermen heten zij dan ook ’opvoedouders’.

Inmiddels, zeven maanden later, wuift hun pleegkind haar blonde haren zwierig uit haar gezicht, doet Ans lachend voor. „Haar houding is verbeterd.” Johan: „Het is een heel lief meisje.” Ans: „Maar niet altijd.”

Het echtpaar heeft zelf vier volwassen kinderen en een aantal kleinkinderen. Ze werken beiden, in deeltijd, bij een grote bakkerij; hij als chauffeur en zij als administratief medewerkster. Zo is er altijd een van hen thuis voor hun pleegdochter.

Johan: „Kijk, je kunt zo goed leven: beetje werken, beetje vakantie houden, dat is het. Maar wij zijn gezond, wij hebben een groot huis. We wilden nog iets doen. En jongeren, tsja, die hebben de toekomst.”

Ans: „Een vriendin van ons werkt met kinderen van gedetineerden op de Nederlandse Antillen. Wij zijn daarheen gegaan in de vakantie om te helpen en dat hebben we zo positief ervaren.” Johan: „Dat was de eerste aanzet.”

Ans: „We zagen die advertentie: opvoedouders gezocht en we zeiden: dat is misschien iets voor ons.”

Ze volgden een cursus bij het Leger des Heils en afgelopen zomer was het zover: ze kregen een pleegdochter toegewezen. Maar, deze opvang is heel anders dan die van een gewoon pleegkind, zeggen Johan en Ans.

Over de problemen van hun pleegdochter willen ze niet veel kwijt. Ze is inmiddels zestien, lijdt aan ADHD, is al lang geleden uit huis geplaatst en heeft in verschillende opvanghuizen gezeten. Ze is ook met justitie in aanraking geweest.

„Maar ze is in vergelijking met wat andere opvoedgezinnen meemaken beslist geen moeilijk meisje”, vindt Ans. Alleen op school gaat het moeizaam. „Ze is al eens blijven zitten en loopt erg achter. Ze moet nu alles op alles zetten, dat geeft spanning.”

Het prettige van deze vorm van opvang van jongeren is dat deze spanningen zich niet op de opvoedouders richten, zeggen de beide opvoedouders. Zodra er iets speelt moeten de jongeren dit uitvechten met hun zogenoemde ’supervisor’, degene binnen het programma van het Leger des Heils die hen nauw volgt.

Ans: „Met een gewoon pleegkind sta je er toch alleen voor, wij kunnen altijd direct advies vragen en het grootste deel van de heropvoeding gebeurt door het team van het Leger des Heils.”

Op een cursus hebben Ans en Johan geleerd vervelend gedrag te negeren, terwijl ze positieve dingen juist extra benadrukken. Maar het lukt niet altijd om de neutrale, slechts verzorgende houding vol te houden, erkent Ans. „Dit weekeinde had ze heel negatief gedrag, dan wil ze niks, kan ze niks, ziet niks zitten. Ik kan daar een dag tegen, maar niet drie dagen. Ik ben toch met haar gaan praten. Kom op meid: je hebt het zo goed gedaan tot nu toe, maar het moet wel gezellig blijven, ook voor ons. Het leek wel goed te werken.”

En soms gaat het juist goed. Ans: „Ze was laatst op excursie met school. Dan wil ze graag populair zijn, want ze voelt dat ze nergens bij hoort. Dus gaat ze achterin de bus zitten, dan hoor je erbij. Maar dat zijn veel te veel prikkels voor haar. Toen vertelde ze dat ze later voorin is gaan zitten. Dan prijzen we haar: wat goed dat je om een escalatie te voorkomen zelf hebt ingegrepen.”

Zeven maanden zijn voorbij, het programma zou moeten worden afgerond. Het is wel even door hun hoofd geschoten, zegt Ans, „maar het is toch echt niet mogelijk dat ze bij ons blijft wonen als een gewoon pleegkind.”

Ans: „Nu hebben we een leuke verhouding, maar dan zouden er conflicten komen, zou ze tegen ons uit elkaar spatten, zoals ze nu tegen de supervisor doet.” Johan: „Dan moet ze naar ons luisteren, dat kan lastig worden.”

Toch mag de zestienjarige nog even blijven: tot het schooljaar is afgerond en er plek is in een project voor pubers die leren zelfstandig te wonen.

Ans: „Onze voornaamste drijfveer dit te doen is toch om het meisje weer op de rails te krijgen. We doen dat ook vanuit onze christelijke overtuiging, niet om te evangeliseren, nee. Ze hoeft ook niet mee naar de kerk. Maar wij bidden en lezen uit de bijbel aan tafel en je hoopt wel dat ze zo iets positiefs van ons gezinsleven meekrijgt.”

Om de privacy van hun minderjarige pleegkind te beschermen zijn Ans en Johan Bouman gefingeerde namen.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />