De crisis is de kans om de economie van het ’hebben’ eindelijk om te ruilen voor de economie van het ’zijn’.
De westerse consumptiemaatschappij is zo verleidelijk en aantrekkelijk dat politici er blijkbaar geen vraagtekens bij durven zetten. De Nederlandse politiek in elk geval niet: het kabinet heeft haar crisisplannen gepresenteerd. Met diverse maatregelen wordt de economie gestimuleerd. Groei is het doel. Het onontkoombare feit dat de economie niet eindeloos kan doorgroeien op een eindige planeet lijkt geen rol te spelen. De problemen die de immer uitdijende economische machine veroorzaakt lijken gemakshalve ’vergeten’.
Toch is er een toenemende groep mensen die economische groei als hoogste doel verwerpt. Die wensen dat de economie in dienst staat van de samenleving, in plaats van omgekeerd. Deze mensen willen niet meer spullen maar betere spullen. Ze willen geen gemaakte belevenissen maar authentieke ervaringen. Ze willen niet hebben en doen maar zijn. Ze willen groeien als persoon en verkiezen tijd boven geld. Ze werken minder en leven meer.
Het is het begin van een brede maatschappelijke beweging die gedreven wordt door onvrede over hoe politici omgaan met grote problemen en het gebrek aan moraliteit en verantwoordelijkheid bij directeuren van banken en bedrijven. Er is een collectief besef dat de wereld te ver is doorgeschoten in het ongeremde streven naar meer. De vraag van ’genoeg’ en wat mensen echt willen is actueler dan ooit.
Een nieuw economisch model kan de welvaart beter verdelen én rekening houden met de beperkingen van de aarde. Denk daarbij niet aan ’groen socialisme’ maar aan een groen liberaal model, waarin de mens verantwoordelijkheid neemt voor zichzelf en de maatschappij om zich heen. Dan pas staat het economisch systeem ten dienste aan meer zijn – als persoon – in plaats van aan meer hebben. De be-conomy is zowel een filosofisch denkkader als een alternatief economisch paradigma. In de be-conomy kunnen we als mens groeien zonder dat de economie groeit. Het biedt een mogelijkheid om gelukkiger te zijn met minder. De beconomy dwingt mensen niet tot minder consumptie en productie, ze zullen vanzelf vaker die keuze maken doordat ze inzien dat ze niet gelukkiger worden van nog meer spullen. In de be-conomy zet de wereld haar enorme economische productiviteit eindelijk in voor de dingen die echt belangrijk zijn.
De overgang van de oude economie naar de be-conomy kan niet plaatsvinden zonder een verschuiving in persoonlijke waarden en doelstellingen. De economische crisis kan werken als een katalysator. Minder willen, hebben en doen is voor veel mensen nu al van belang om financieel gezien het hoofd boven water te houden. Dat kun je ervaren als verlies aan keuzevrijheid en beperking van geluk. Maar deze vereenvoudiging is net zo goed een mogelijkheid om ruimte te maken voor wat werkelijk belangrijk is.
Deze hernieuwde balans zorgt ervoor dat mensen dichter bij zichzelf kunnen blijven. Zij zullen hun innerlijke waarden beter weerspiegeld zien in hun dagelijkse werkzaamheden en in de maatschappij.
Nu ervaren we vaak nog een kloof tussen wie we zijn en wie we willen zijn. We handelen verschillend als burger en als consument. Als werknemer en als ouder. Thuis zijn we vader of moeder en maken we ons zorgen over de toekomst van onze kinderen in een overbevolkte en vervuilde wereld. Op ons werk zijn we de salesmanager die hard werkt om zoveel mogelijk vervuilende auto’s te verkopen.
Als mensen hun innerlijke waarden werkelijk en blijvend leidend kunnen laten zijn, kunnen ze authentieker handelen in de verschillende rollen die ze vervullen. Juist hierin ligt de rijkdom van de be-conomy. Het stelt mensen in staat om werkelijk te worden wie ze zijn. Zonder een gevoel van gemis omdat ze minder materieel bezit hebben dan de buurman.
Een bepaald niveau van materiële rijkdom is een voorwaarde voor de be-conomy, maar niet het blijvende en allesomvattende doel. Dit biedt de mogelijkheid om de materiële rijkdom in het systeem beter te verdelen zodat meer mensen sneller in dezelfde basisbehoeften kunnen voorzien.
De be-conomy is geen speeltje van rijke landen die zich deze ’luxe’ kunnen permiteren. Het is een noodzakelijke omslag in het denken en handelen die mondiaal gestalte moet krijgen. De rijken en de rijkere landen zijn gezien de benodigde welvaartsbasis het beste in staat om deze transitie in gang te zetten, maar het zijn vooral ook de ontwikkelende landen die ervan kunnen profiteren. De economische piramide waarbij welvaart cumuleert in het rijke Westen houdt op te bestaan. Door minder nadruk op materiële ontwikkeling en een betere verdeling van de beschikbare welvaart zullen ontwikkelingslanden sneller ’ontwikkeld’ zijn.
Economisch, maatschappelijk en cultureel moeten de regels van het spel veranderd worden door de partijen die daar op dit moment het meeste van profiteren. Dat vereist sterk en visionair leiderschap, gesteund door persoonlijk leiderschap van ons allemaal. De be-conomy is er voor iedereen maar kan alleen gestalte krijgen als we onze doelen duidelijk voor ogen hebben en beginnen er zelf naar te handelen. Een betere wereld begint inderdaad nog altijd bij jezelf. En bij politici die inzien dat het niet gaat om ’de economie’. Met een knipoog naar de beroemde uitspraak van Bill Clinton: „It’s the be-conomy, stupid!”
Meer informatie op www.beconomics.org.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.