*

 

Een taskforce tegen de korte lontjes: is dat een slag in de lucht of een keer ten goede?

Willem Breedveld − 04/04/09, 00:00

De incidenten liegen er niet om. Conducteurs en buschauffeurs die bespuugd en geslagen worden. Of in het ergste geval in het ziekenhuis belanden. Treinbalkons die als urinoir gebruikt worden en verwoestingen van het treinmeubilair. Afgaande op de krantenkoppen zijn na de ambulancebroeders, de politieagenten, leerkrachten en scheidsrechters in het amateurvoetbal, ook de openbare vervoerders zwaar onder vuur komen te liggen.

Alle begrip daarom voor de FNV die maandag collectief de noodklok luidt tegen agressie en geweld op het werk. Alle begrip ook voor de ministers Ter Horst en Eurlings die donderdag ter stond besloten een Taskforce Veiliger Openbaar Vervoer in het leven te roepen. De inzet van beide acties: meer toezichthouders, een veilige werkplek (waar werknemers binnen luttele minuten op ondersteuning kunnen rekenen), een meldlijn in elke branche en verruiming van de mogelijkheden om de schade te verhalen.

Maar voor ik met een gerust hart overga tot de orde van de dag wil ik toch eerst een paar dingen weten. Klopt het dat de veiligheid als zodanig niet achteruit is gegaan, maar dat de incidenten wel ernstiger zijn geworden, zoals beide ministers stellen? En zo ja, zijn meer toezicht, meer lik op stuk, slimmer inzetten van camera’s en verhaal van de schade, het antwoord om de ernst van het probleem te dempen?

Het zal zeker moeten gebeuren, maar ik betwijfel of het toereikend is. Die twijfel wordt extra gevoed door het naïeve (of doortrapte?) geloof van FNV-bondgenoten, dat de problemen grotendeels veroorzaakt worden door te krappe rijschema’s en te grote werkdruk op het personeel. Die zouden de oorzaak zijn van vertragingen en irritatie onder het personeel, waarmee de agressie van het publiek als het ware wordt uitgelokt. Kortom, geef ons meer personeel en ontspannen werktijden en de FNV belooft ons een voorbeeldig publiek.

Dat is een aanpak waarbij het slachtoffer en niet de dader wordt verheven tot het probleem. Daar geloof ik geen snars van. We zullen het dus van eerdergenoemde dadergerichte aanpak moeten hebben. Zij het dat die het onderliggende probleem negeert. Dat probleem is dat we te maken hebben met de paradox van het gezag. Enerzijds roept de natie om gezag, leiderschap en daadkracht. Maar anderszijds heeft diezelfde natie een broertje dood aan ’het kleine gezag’, zoals Volkskrant columniste Evelien Tonkens dit fenomeen omschreef. We spugen op kleine leiders, schreef ze. Van hen aanvaarden we geen terechtwijzingen. Zij worden geacht respect op te brengen, ook als er in de trein geurineerd wordt. Tegen zoveel lompheid helpt geen taskforce. Daar is een beschavingsoffensief voor nodig, te beginnen bij de opvoeding. Vandaar mijn vraag: is die taskforce een slag in de lucht of een keer ten goede?

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />