Debatwedstrijden hebben hun weg gevonden naar de basisschool. Het debatteren moet de kinderen leren om voor zichzelf op te komen.
De stelling: dierentuinen moeten gesloten worden. Links: tien voorstanders. Rechts: tien tegenstanders. De overige leerlingen van groep 7 van openbare basisschool de Kleine Beer in het Noord-Brabantse Berlicum zijn de jury en zitten met strenge blik in het midden.
De voorstanders trappen af. „Dieren hebben de ruimte nodig, dus moeten de dierentuinen dicht.” „Maar ze hebben heel grote hokken”, roept een tegenstander. „En als je ze vrijlaat, worden ze misschien afgeschoten door stropers.”
Voor is niet uit het veld geslagen. „Die stropers hebben ook wel een keer vakantie, hoor”, zucht de 11-jarige Julian. „Maar de oppassers dan?”, voegen de tegenstanders toe. „Het is al crisis, als je die ontslaat, vinden ze nooit meer een baan.”
Daar hebben de voorstanders van het sluiten van de dierentuinen niet van terug. De tegenstanders winnen het debat, beslissen hun klasgenoten in de jury.
De kinderen van groep 7 doen op 16 mei mee aan het Basisschool Debattoernooi, waarin ze het opnemen tegen ongeveer twintig andere scholen. Afgelopen week kregen ze hun eerste debattraining.
Op de Kleine Beer doen de kinderen veel aan presenteren. Deelname aan het Debattoernooi is dan ook een logische stap, vertelt directeur Con Smith. Hij vindt het belangrijk dat de kinderen wat mondiger worden. „In het voortgezet onderwijs wordt er weinig gecommuniceerd met de leerlingen. Ik hoop dat ze beter voor zichzelf kunnen opkomen als ze deze bagage meekrijgen.”
Voor groep 7 hoopt Smith op een neveneffect. „Deze klas heeft wel eens wat strubbelingen: plagen, ze luisteren niet altijd goed. Maar bij het debatteren moeten ze zich inleven in de mening van een ander. Vooral degenen die naar het vmbo gaan, zijn niet zo talig. Als je die kunt leren dat ze argumenten op een nette manier kunnen brengen, is dat pure winst.”
Niet elke schooldirecteur is zo enthousiast over debatteren als Smith, merkt debattrainer Dirk van Dorsselaer, werkzaam bij het Nederlands Debatinstituut dat het toernooi organiseert. „Scholen zijn in het begin vaak sceptisch. Bij debatteren denken ze aan de Tweede Kamer en zware onderwerpen. Dat schrikt af.”
Het thema van het Basisschool Debattoernooi van dit jaar helpt echter niet om sceptische directeuren te overtuigen. De kinderen moeten gaan debatteren over Europa. Dit is bedacht door de Algemene Bestuursdienst, die het toernooi sponsort. „Dat is inderdaad zwaar”, beaamt Van Dorsselaer. „Dat moeten ze van tevoren op school goed behandelen.”
Gelukkig krijgt het team van vijf man dat uiteindelijk naar het toernooi gaat een aantal weken om de stellingen voor te bereiden waarover ze moeten debatteren.
Loïs (10) heeft wel oren naar een plek in het team. „Volgens mij moeten we dan alleen nog wat meer oefenen.” En de ruzies binnen de klas? Zijn die ook verleden tijd? „Nou, ik denk niet dat we die vanaf nu debatterend oplossen.”
Het inleven blijkt voor veel leerlingen inderdaad het lastigste punt. Damian (11): „Ik wilde helemaal niet voor de stelling zijn dat dierentuinen dicht moeten. Ik vind dierentuinen hartstikke leuk.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.