*

 

Crisis, ook u bent verantwoordelijk

Sandra Kooke − 14/03/09, 00:00

Wie is er schuldig aan de economische crisis? Mensen wijzen naar bankiers en toezichthouders die faalden, maar eigenlijk hebben we het met z’n allen gedaan, zegt strafrechtdeskundige Ybo Buruma. Gebrek aan verantwoordelijkheidszin is volgens hem de echte oorzaak van de crisis.

  •  (\N)
    (\N)
  •  (FOTO'S AP)
    (FOTO'S AP)
  •  (Trouw)
    (Trouw)

Hij heeft het zelf ook niet zien aankomen, zegt Ybo Buruma. Net als de meeste Nederlanders ging hij er een half jaar geleden vanuit dat het allemaal wel mee zou vallen met de crisis. „Toen de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers omviel (in september 2008 - red.) zei dat mij als leek in eerste instantie niets. De mondiale crisis die daarop is gevolgd, had voor mij, net als voor vrijwel iedereen, het karakter van een natuurramp, een catastrofe, die ons plotseling overviel.”

Buruma is geen econoom. Toch interesseert de economische crisis hem als jurist en criminoloog zeer, omdat de crisis de vraag oproept wie er schuldig is aan het financiële leed dat over de hele wereld miljoenen mensen treft. De schuldvraag is zijn terrein. Volgens hem is de manier waarop wij over schuld denken afhankelijk van de tijdgeest. Dit principe kun je niet alleen zien in het strafrecht, maar ook in deze economische crisis.

Er zijn het afgelopen half jaar veel beschuldigingen geuit aan het adres van bankiers, aandeelhouders en toezichthouders, die hun werk niet goed hebben gedaan. Maar er is nog niemand voor het gerecht gesleept.

„Nee. En dat zie ik in Nederland ook niet gebeuren. Kijk, grofweg zijn er drie reacties mogelijk bij een catastrofe van deze omvang. In de ene samenleving krijgen de slachtoffers te horen: dit is uw eigen schuld. In andere situaties neemt de samenleving de schuld op zich. En tenslotte zijn er ook samenlevingen die een individu of een gemeenschappelijke vijand van buiten met de schuld opzadelen.”

Hoe zit dat in Nederland?

„In Nederland zie je een grote groep – ik verbeeld me dat die vooral uit religieuze milieus afkomstig is – die zegt dat de crisis ons verdiende loon is. Wij wilden allemaal snel rijk worden, korte termijnwinsten, een huis zonder afbetalingsregeling. Dan moet je als slachtoffer niet piepen dat je aandelen verdampt zijn.

Er is een kleinere groep die wijst naar de toezichthouders, de minister van financiën Wouter Bos, de directeur van De Nederlandse Bank Nout Wellink. Als zij eerder hadden aangegeven wat er mis was met bijvoorbeeld Icesave, waren de spaarders niet gedupeerd, luidt de redenering.

Je ziet ook wel dat er in zijn algemeenheid wordt gewezen naar bankiers en CEO’s, met name die bij hedgefondsen. Maar dat leidt niet tot individuele beschuldigingen en strafrechtelijke vervolging. In de Verenigde Staten ligt Alan Greenspan nu zwaar onder vuur omdat hij als president van de Fed (het Amerikaanse stelsel van centrale banken – red.) de rente laag heeft gehouden. Ik verwacht niet dat iets vergelijkbaars in Nederland gaat gebeuren. Wij hebben geen traditie van zoeken naar schuldigen, tenzij er sprake is van dood door schuld. Maar bij financiële schade doen wij dat niet. Het zou mij daarom zeer verbazen als het daar bij deze crisis op uitdraait.”

Is dat een teken van naïviteit of van beschaving?

„Dat weet ik niet. Het beschuldigen van een individu past gewoon meer in een individualistische samenleving, zoals de Amerikaanse. In de Verenigde Staten komt vervolging voor witteboordencriminaliteit ook meer voor dan hier. Daar spelen ze meer op de man. In Europa realiseren we ons meer dat we in zekere zin allemaal schuldig zijn.”

Waarom zijn we allemaal schuldig?

„We gaan tegenwoordig op een andere manier om met verantwoordelijkheden. Daarnaast zie je dat geld een andere betekenis heeft gekregen. Toen mijn vader in de jaren vijftig aandelen Koninklijke Olie kocht, kocht hij een stukje van dat bedrijf. Tegenover het geld stond iets van waarde. Makelaars in aandelen of huizen waren professionals met een professionele moraal. Zij verkochten een stukje realiteit.

In de jaren zeventig heerste een andere tijdgeest. Er was sprake van een consumptiemaatschappij waarin mensen meer gericht waren op hun rechten dan op hun plichten. Er was niet veel belangstelling voor aandelen, maar wie erin handelde, vond dat hij er recht op had direct mee te delen in de winst. De economie ging immers vooruit. De makelaar stelde zich op als expert die je adviseerde. Als de hypotheek te hoog was, of een belegging onverstandig, dan raadde de expert het af.

Maar sinds 1995 leven we in een risicosamenleving. We denken sinds kort minder in termen van waarde, of in termen van rechten, dan in termen van verwachtingen. Zo’n overgang verloopt geleidelijk, doordat het idee van recht hebben op meedelen in de winst van een bedrijf geleidelijk doorschiet naar: ik heb recht op persoonlijke winst. Ergens tussen 1980 en 1995 ontstaat het verschijnsel derivaten: je koopt iets en verkoopt het weer, niet tegen de reële waarde maar tegen de waarde die het waarschijnlijk in de toekomst zal krijgen. De hele samenleving raakt georiënteerd op wat de toekomst gaat brengen. De financiering van huizen gaat helemaal uit van hogere opbrengsten in de toekomst. Men belegt in aandelen, omdat men erop rekent dat die morgen of overmorgen meer gaan opleveren. Wie daar niet aan meedoet, is dom, een dief van zijn portemonnee. Dat hele idee van mijn vader uit de jaren vijftig dat tegenover geld echte waarde staat, is weg. De hele samenleving leeft op de in de toekomst verwachte waarde.”

Zijn de deskundigen op de financiële markt – de financiële adviseurs, de makelaars – dan bedriegers? Zij moeten daar toch tegen waarschuwen?

„Makelaars geloven hier zelf ook in. Ze stellen zich minder op als expert en meer als adviseur. Ze denken met je mee over hoe je zoveel mogelijk kunt profiteren van winst in de toekomst, maar voelen zich niet verantwoordelijk voor het resultaat. Dat is in zekere zin een amorele houding. Maar dit handelen hoort bij de tijdgeest van de risicomaatschappij.”

Is het daarom niet terecht om individuen de schuld te geven?

„Ik ben er niet tegen dat individuen worden aangepakt. Maar je moet je afvragen of bankiers werkelijk strafwaardig zijn: hebben ze schade veroorzaakt, hebben ze daar voordeel aan gehad en is er sprake van opzet en listigheid? Ja, er is schade aangericht, ja, er is voordeel in de vorm van een bonus, maar kun je spreken van opzet? Ik denk van niet. Veel bankiers hebben juist hun best gedaan te voorkomen dat hun bank instortte. Dat is in zijn algemeenheid een kenmerk van het Nederlandse bedrijfsleven. Er worden wel veel grenzen overschreden, maar vrijwel altijd met het voordeel van het bedrijf als doel.

Natuurlijk hebben bankiers blunders gemaakt, die aan de crisis hebben bijgedragen. Maar ik ben pas bij persoonlijk voordeel geïnteresseerd in de mogelijkheid van persoonlijke strafrechtelijke aansprakelijkheid. Zelfs chirurgen die slachtoffers maken moeten wel erg stom geweest zijn, willen ze worden vervolgd.”

U laat de leiding van een omvallende bank liever vrijuit gaan?

„Ik zeg niet dat niemand moet worden bestraft. Wie opzettelijk schade heeft veroorzaakt, moet worden aangepakt. Maar ik denk niet dat het opzettelijk is gebeurd. Je moet niet vergeten dat de aandeelhouders van banken en pensioenfondsen hebben aangedrongen op winst op de korte termijn. De Rabobank is nu de enige bank die het goed blijft doen. Het is ook de enige die niet de druk heeft gevoeld van beleggers. En dan vind ik het moreel zwak om te wijzen naar individuele bankiers die het niet goed zouden hebben gedaan. Wij zijn er allen bij geweest.”

Met z’n allen schuldig?

„Schuld is misschien niet het juiste woord. Schuld reken je een ander toe omdat je vindt dat hij onzorgvuldig is geweest waardoor er schade is ontstaan. Je kunt ook verantwoordelijk zijn. Dan is er geen sprake van onzorgvuldigheid. Het gaat meer om verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van deze crisis. Er is veel gedeelde verantwoordelijkheid geweest. Dat is precies waar het fout is gegaan.”

Wat is er fout aan gedeelde verantwoordelijkheid?

„Kijk maar wat er is gebeurd. Sinds de jaren negentig zijn er bij heel veel bedrijven en instellingen talloze controlerende organen gekomen. Je hebt niet alleen de accountant, maar ook de raad van commissarissen, de aandeelhoudersvergadering, de compliance officer. En dat mechanisme breidt zich steeds verder uit. Dan wordt het heel makkelijk om te zeggen: daar gaan anderen over. Een accountant zegt misschien: ’Ik heb het afgeraden, ik heb mijn taak gedaan’. Door deze gedeelde verantwoordelijkheid is niemand meer echt verantwoordelijk. Dat hoort bij de overgang van professionals via experts naar adviseurs: niemand voelt zich echt gecommitteerd.

Om die reden is het ook niet vreemd dat vrijwel niemand ingaat op de roep om excuses. Niemand voelt zich verantwoordelijk, want de controlerende instanties hebben het niet tegen gehouden. En de controlerende instanties keken naar elkaar.

Ik vind dat een hele slechte ontwikkeling. In de jaren vijftig weigerde een makelaar een huis te verkopen aan een arme man. Dat ging ten koste van zijn winst, maar als hij wist dat het uiteindelijk niet goed was voor die meneer, dan verkocht hij het huis niet. Dat was tegen zijn beroepsethiek. Het zou goed zijn als dat gevoel voor verantwoordelijkheid in de plaats kwam van dat naar elkaar kijken waaraan iedereen zich schuldig heeft gemaakt.

Overigens zie je wel verschil tussen groepen burgers. De ene groep voelt zich verantwoordelijker dan de andere. Bij de groep die je zou kunnen omschrijven als boze Wilders-stemmers zijn er meer die iemand de schuld willen geven. Zij behoren meestal niet tot de aandeelhouders of anderszins betrokkenen. De zogenoemde ’bedrijvige burgers’ willen geen individuen bestraffen. Die voelen zich medeverantwoordelijk.

Als die gedeelde verantwoordelijkheid ervoor heeft gezorgd dat we het met z’n allen zo ver hebben laten komen, moeten we daar dan geen eind aan maken? En kan dat eigenlijk wel?

„Ja, juist als het slecht gaat, is er kans om te veranderen. In de eerste plaats zie je weer de behoefte aan echte leiders, die besluiten nemen. Mensen willen iemand kunnen vertrouwen. Hitler in de jaren dertig is een bekend voorbeeld, maar ook Bernard Madoff, de vroegere voorzitter van de Nasdaq, die velen met een piramidespel-achtige beleggingsconstructie oplichtte, zou je als een leider in slechte tijden kunnen beschouwen. Die leiders zijn dus niet altijd geschikt voor hun rol.

Maar ik wil er niet voor pleiten dat mensen nu de verantwoordelijkheid leggen bij de minister van financiën. Het zou beter zijn als iedere professional zijn eigen verantwoordelijkheid nam. De makelaar moet weer zeggen: ’U krijgt geen hypotheek, want met dat inkomen kunt u dat niet betalen’. En: ’U krijgt het huis wel, want daar kan ik voor instaan’.

Dat geldt ook voor de leraar in de klas, de caissière die iemand ziet stelen, de ouders die hun kind de verkeerde kant zien opgaan. Als iedereen zich zo zou opstellen – zelf beslissingen nemen in plaats van naar anderen kijken, zelf de verantwoordelijkheid voor die beslissing voelen – dan kunnen we als samenleving gezamenlijk de schouders eronder zetten en deze crisis doorkomen.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />