*

 

’Vrijblijvendheid redt deze jongeren niet’

Iris Pronk − 27/01/09, 00:00

Scholen moeten desnoods worden gedwongen om zich over het lot van potentiële uitvallers te ontfermen, meent Pieter Winsemius.

Overbelaste jongeren zijn net jongleurs, zegt Pieter Winsemius, een van de auteurs van het WRR-rapport over schooluitval. „Ze houden wel zes problemen als ballen in de lucht. Werp je ze een zevende bal toe, dan gaat het mis, dan vallen alle ballen op de grond en stoppen ze met school.”

Schooluitval staat al 15 jaar hoog op de politieke agenda. Waarom is dit probleem nog steeds niet opgelost?

„Er zijn drie categorieën voortijdige schoolverlaters. Ten eerste de niet-kunners, die met speciaal onderwijs nog heel ver kunnen worden gebracht. Dan heb je de opstappers, die geen problematische achtergrond hebben en er bewust voor kiezen om de school te verlaten. Ik voerde voor dit rapport zo’n tachtig gesprekken met docenten en schoolleiders, en overal hoorde ik: ’Met die opstappers hebben we eigenlijk geen probleem.’

Toch is veel overheidsbeleid juist op deze groep gericht. Scholen krijgen bijvoorbeeld een premie van 2000 euro als ze leerlingen binnenhouden. Dan gaan ze zich natuurlijk op deze ’makkelijke’ potentiële schoolverlaters richten.”

U concentreert zich op de derde en moeilijkste categorie schoolverlaters: de overbelaste jongeren. Wat hebben die nodig?

„Aandacht, liefde, care, verbondenheid, die woorden hoorde ik steeds van leraren. En een vaste structuur: geen lessen die uitvallen, een leraar die zegt: ’Acht uur is acht uur, gij kunt misschien niet goed leren, maar gij zult wél werken.’ Scholen moeten hun een anker zijn in hun chaotische leven.”

U pleit ook voor een mix van overbelaste jongeren en ’normale’ leerlingen. Maar ouders van die laatste brengen hun kinderen liever naar een ’gewone’ school.

„Daarom moeten scholen met veel overbelaste jongeren extra ruimte en budget krijgen om óók aantrekkelijk te worden voor ’normale’ leerlingen. Ze moeten een dikke plus op hun school kunnen zetten, bijvoorbeeld met techniek, sport of ondernemerschap. Zo worden ze ’magneetscholen’.

Daarnaast moeten gemeentes en scholen gedwongen worden om solidair te zijn met de scholen die zich over de overbelaste jongeren ontfermen. Nu ondertekenen ze keurige convenanten, maar die werken niet, omdat er geen sancties op staan. Die sancties moeten er nu wél komen, zeker in de vier grote steden. Met vrijblijvendheid redden we deze jongeren niet.”

mailIcon print |