opinie Sommige Nederlandse commentatoren zijn blij dat de Amerikanen nu eindelijk een president hebben gekozen die God en geloof minder hoog in het vaandel heeft. Het ligt een slag anders.
Barack Obama was de afgelopen dagen vaak in de kerk. Zondag bezocht hij een zwarte baptistengemeenschap. Vlak voor zijn inauguratie ging hij naar een besloten kerkdienst met de ’megachurch’-voorganger T.D. Jakes. En woensdag woonde hij de nationale gebedsdienst bij in de neo-gotische National Cathedral van Washington. Ook werd er veel gebeden bij openbare bijeenkomsten. Gene Robinson – de eerste openlijk homoseksuele bisschop in de anglicaanse kerk, sprak een gebed uit bij het Lincoln Memorial concert. (Misschien uit angst voor controverse zorgde het Obamateam er wel voor dat Robinson zijn gebed uitsprak vóór de televisieuitzending begon.)
Ds Rick Warren bad bij de inauguratie en de zwarte predikant Joseph Lowery sprak de zegen uit. Deze traditie dateert uit de jaren dertig. Franklin Roosevelt had grote plannen met de overheid om de depressie te lijf te gaan en wilde niet als goddeloze socialist worden weggezet. En dus verzamelde hij een aantal goedgezinde christelijke voorgangers om zijn presidentschap tijdens de inauguratie in te zegenen en organiseerde hij een nationale gebedsdienst. Sindsdien is het gebed en de inzegening door alle presidenten overgenomen.
Meestal waren vier religieuze stromingen vertegenwoordigd: de protestanten, de katholieken, de joden en de Grieks orthodoxen. Sinds 1989 zijn bij de inauguratie alleen protestantse dominees van de partij; de religieuze diversiteit werd bij de nationale gebedsdienst getoond.
Kennelijk is de Amerikaanse samenleving de laatste paar decennia zo religieus pluriform geworden, dat presidenten kozen voor predikanten waarmee ze een speciale band hadden. Zo mocht Billy Graham zowel de inauguratie inzegenen van Bush sr. als van Clinton.
Publieke godsdienst of ’civil religion’ betekent in Amerika dat de natie wordt gezien als een soort religieuze gemeenschap, uitverkoren tot een hogere roeping en gezegend door de God van Amerika. Deze Amerikaanse idealen werden volgens velen al vastgelegd in grondleggende documenten als de Onafhankelijkheidsverklaring van 1776. ’Civil religion’ is een vermenging van patriottisme, religie en goed burgerschap.
Er is nauwelijks een president te bedenken die hier beter op inspeelt dan Obama, een bijzonder begaafde hogepriester van deze ’civil religion’. Als progressieve protestant weet hij precies hoe hij bijbelse en religieuze taal kan smeden tot politieke idealen. En daarbij kan hij gebruik maken van zijn persoonlijke levensgeschiedenis, waarin de ’American dream’ gestalte kreeg. Als zoon van een zwarte migrant heeft hij gevochten tegen discriminatie en die overwonnen en greep hij de kansen die Amerika hem bood om hogerop te komen.
Het is niet voor niets dat hij zich spiegelt aan Abraham Lincoln, die zich als president tijdens de burgeroorlog verzette tegen de slavernij, en aan Martin Luther King jr. Hij reisde evenals Lincoln vanaf Philadelphia per trein naar de inauguratie in Washington. En het concert stond in het teken van de ’March on Washington’ en de ’I have a dream’-toespraak die King in 1963 bij de Lincoln Memorial hield.
Zijn inaugurele rede was doorspekt van verwijzingen naar ’civil religion’. „Wij zijn nog steeds een jong land, maar zoals in de Schrift staat: de tijd is gekomen om ’het kinderlijke achter ons te laten’. De tijd is gekomen om [*] dat kostbare geschenk, dat nobele idee te propageren, dat is doorgegeven van generatie op generatie: die door God geschonken belofte dat iedereen gelijk is, dat iedereen vrij is, en dat iedereen de kans moet krijgen om zijn geluk na te streven [*] Want hoeveel een regering ook kan en moet doen, uiteindelijk is het het geloof en de vastberadenheid van het Amerikaanse volk waarop deze natie steunt. [*] God roept ons op om vorm te geven aan een onzekere bestemming.”
In zijn identificatie met de goden van het Amerikaanse Pantheon is Obama zelf bijna een half-god geworden. Hij wordt op handen gedragen door zijn aanhangers, ook in Nederland. Als George Bush zo schaamteloos gebruik had gemaakt van civil religion als Obama, zou men er hier in Nederland schande over spreken. Maar – heel verrassend – Nederlanders en andere wereldburgers laten zich meeslepen in dit vertoon van Amerikaanse ’civil religion,’ en lijken bereid hun seculiere wantrouwen en nuchterheid te laten varen. Dat is enigszins vertederend – ook Nederlanders willen emotie, warmte, geloof in de politiek. Consequent is het allerminst.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.