Een duurzame samenleving is niet alleen maar een ver toekomstperspectief. De consument kan nu al beginnen zijn leven energiezuiniger in te richten.
Natuurkundeprofessor Jo Hermans is niet te beroerd om gewone stervelingen de zin en onzin van hun energiegebruik uit te leggen. Integendeel, hij schept er juist plezier in om heel helder te laten zien hoe wij in en buiten het huis omgaan met gas en elektra. Zijn laatste boek, de ’Energie survivalgids’, getuigt daar aanstekelijk van.
Ook in zijn kamer op de Leidse universiteit schiet hij na de eerste vraag al van zijn stoel en wil iets laten zien waarmee ons energiegebruik heel simpel duurzamer wordt.
„De gewoonte van Nederlanders om hun gordijnen ’s avonds open te laten is pure verspilling van warmte.” Hij pakt een infrarood thermometer en meet de temperatuur bij het raam. Daarna sluit hij de lamellen en meet weer. „Zie je, dat scheelt zo al drie graden. Kun je nagaan hoeveel dat is in de avond, als het buiten nog een stuk kouder is.”
Mits ze goed afsluiten vormen gordijnen een extra isolatielaag, betoogt Hermans, te vergelijken met een laag glas. „Heb je enkel glas, dan werken goede gordijnen als dubbel glas. Heb je al dubbel glas, dan wordt het driedubbel glas. En dat is puur verdienen, want onze energierekening bestaat voor een groot deel uit verwarming van lucht en water.”
Hij grijpt nog even terug naar de historie. „Lubbers had gelijk. Die vroeg als minister van economische zaken in het kabinet-Den Uyl de burgers bij de eerste oliecrisis (1973) de gordijnen een uurtje eerder dicht te doen. Hij werd na die uitspraak wat meewarig bekeken, maar het helpt echt. Zelfs fijn geweven vitrage isoleert al aardig. De gordijnen dicht doen is te vergelijken met een trui aantrekken. Als je beide doet is het aan te bevelen de thermostaat een graad te verlagen. Gemiddeld is het verschil tussen binnen- en buitentemperatuur tijdens het stookseizoen 14 graden. Die hoeveelheid moet de kachel dus overbruggen. Haal je daar één graad vanaf dan scheelt dat 1/14de, dus 7 procent in je energiekosten voor verwarming.”
Op de vraag waarom de consument vaak dit soort simpele ingrepen om de energierekening te drukken toch niet toepast zegt Hermans: ,,Het is te goedkoop. De overheid zou meer het prijsmechanisme moeten hanteren en energie duurder maken. Dan gaan mensen pas echt nadenken over besparing.”
Toch hebben de meeste Nederlanders het gevoel dat gas en elektra al duur zijn. Hermans schudt van nee. Ter illustratie komt hij wederom met een simpel maar helder voorbeeld. „Een gemiddeld Nederlands huishouden verbruikt, als je dat omrekent, continu 400 watt. Dus er staan bij wijze van spreken dag en nacht 4 lampen van 100 watt te branden. Als een mens op de hometrainer fietst produceert hij 100 watt. Dat betekent voor die 400 watt 4 mensen, of met drie ploegen per etmaal (bij een werkdag van 8 uur) 12 mensen. Je hebt dus stiekem een dozijn slaven in dienst alleen al om je van stroom te voorzien. En daar betaal je 3 euro per dag voor! Dat is toch niet duur.”
Naast al die onverwachte maar niet te bestrijden logica een herkenbaar advies: schaf een HR-ketel aan. Dat scheelt al gauw 10 procent van je rekening. „En kieren dichten. Nog steeds verdwijnt er veel dure warmte doordat er koude lucht binnenkomt via kierende ramen en deuren. Er wordt gezegd dat een volledig geïsoleerd huis ook niet goed is. Maar zet dan af en toe een raam en deur tegen elkaar open. Dat hoeft maar tien seconden, dan is de lucht ververst. En die lucht weer opwarmen kost beduidend minder energie dan constant die koude luchtstroom bestrijden. Tocht voelt ook naar aan. Je gevoelstemperatuur is lager.”
En dan warm water, Hermans’ stokpaardje, want zegt hij: „Het gebruik ervan wordt behoorlijk onderschat en dat leidt tot te gemakkelijk de kraan openzetten. Om dat te laten zien gaan we vlammetjes tellen. Een kaars, een theelichtje, een lucifer, een waakvlam. Allemaal gebruiken ze zo’n 100 watt aan energie. Een keukengeiser heeft tien rijen van tien vlammetjes. Bij elkaar 10 kilowatt dus. De meeste mensen hebben echter een badgeiser of een gecombineerde geiser/cv-ketel, want je wilt toch onder een stevige straal douchen of het bad snel laten vollopen. Zo’n badgeiser verbruikt al gauw 30 kilowatt. Weet je wat dat betekent? Dat elke keer als je de warmwaterkraan opendraait je 30 kilowatt aanzet. Dat zijn 600 gloeilampen van 50 watt! Zelfs als je een lichte keukengeiser aanzet laat je toch nog 200 gloeilampen branden, of 1000 spaarlampen. Laat dus nooit de warmwaterkraan zo maar lopen, bijvoor beeld om af te wassen of om te scheren. Drie minuten elektrisch scheren is goedkoper dan 1 seconde de warmwaterkraan opendraaien.”
Nog een tip van Hermans: „Na een bad genomen te hebben, laat bijna iedereen het warme water door de afvoer weglopen. Pure verspilling van warmte. Laat eerst het water afkoelen. Dan verwarmt het de omgeving nog en dat spaart weer gas uit.”
Hoe zit het met elektra? ,,Verlichting maakt 15 procent van het totale elektriciteitverbruik uit. Dat is tamelijk bescheiden, maar spaarlampen besparen maar liefst een factor vijf. Daarmee breng je je lichtgebruik terug tot 3 procent. Dat is dus beslist de moeite waard. Energievreters zijn apparaten die moeten verwarmen. Warmte is een aanwijzing van energieverbruik. Wordt een apparaat amper warm, dan verbruikt die weinig energie. Gebruik dus de grote huishoudelijke apparaten, die allemaal moeten verwarmen, verstandig. Was op 40 graden in plaats van 60 graden, dat scheelt al de helft van de energie. Was met een volle machine. Dat geldt ook voor de afwasmachine. Als je een droger hebt, doe daar zoveel mogelijk al behoorlijk droog wasgoed in. Centrifugeer dus op een zo hoog mogelijk toerental. Centrifugeren kost bijna niets, drogen – het verdampen van water – daarentegen kost veel energie.” En koken? ,,Kook op gas. Dat wordt rechtstreeks geleverd en heeft een rendement van 50 procent. Elektriciteit moet eerst worden opgewekt, via gas of kolen, en heeft een rendement van 33 procent. Al met al geldt voor alle varianten van elektrisch koken dat het dubbel zo duur is als koken op gas.”
Tot zover de verstandige besparingen die nu al in huis zijn te realiseren. Wat wordt er in de nabije toekomst mogelijk om de omslag naar duurzaam energiegebruik te bewerkstelligen? Hermans: ,,Een aantal zaken is niet gemakkelijk in bestaande huizen te realiseren. Denk aan warmtewisselaars (inkomende lucht/water wordt verwarmd met uitgaande lucht/water), gebruik van aardwarmte en grote ramen op het zuiden. Maar in de nieuwbouw moet men daar veel alerter mee omgaan. Daarnaast moet volop gebruik worden gemaakt van duurzame energiebronnen. Zon en wind zijn de bekendste. Wind is niet decentraal te realiseren. Dat zijn politieke en bedrijfseconomische beslissingen. We kunnen als consument wel laten weten dat we liever windenergie hebben dan kernenergie. Of omgekeerd. Zon is wel door de individuele consument te gebruiken. Dat kan nu al met de zonneboiler. Dat is een simpele techniek waarmee je water verwarmt en dat gebruikt voor de kachel of de douche. Zonnestralen omzetten in elektriciteit is een ander verhaal. Dat is een ingewikkelde techniek, overigens wel al toepasbaar voor de individuele consument, maar amper rendabel te krijgen. Ik denk – mede afhankelijk van de hoogte van de olieprijs – dat dat over een jaar of tien wel het geval is.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.