Ook België heeft nu zijn plaatsen van herinnering beschreven. Het levert intrigerend leesvoer op, want juist in een verscheurd land is geschiedenis geliefd gereedschap voor het construeren van eigen identiteiten.
In de twee dikke delen van ’België, een parcours van herinnering’, gaan zo'n vijftig auteurs op zoek naar de plaatsen waar België 'het meest bestaat'. Dat hoeft niet per se binnen de landsgrenzen te zijn.
Zo belandt de lezer in deel een in het vlak bij de Tsjechische grens gelegen Duitse Coburg, waar de wortels van de diverse Leopolden en hun opvolgers liggen. In deel twee wordt met het oog op het koloniale verleden tot twee keer toe Midden-Afrika aangedaan: Leopoldstad, hoofdstad van ’de Congo’ (tegenwoordig Kinshasa) en een kamp in het Rwandese Kigali waar in 1994 bij het begin van de genocide van Hutu's op Tutsi's tien Belgische blauwhelmen sneuvelden.
Het zijn stuk voor stuk verdedigbare keuzes. Een hoofdstuk over Roubaix, eindpunt van de loodzware wielerkoers Parijs-Roubaix, werkt in eerste instantie wel bevreemdend. Goed, het gaat hier om een stad in het meest vervlaamste deel van Frankrijk getuige de ook weleens gehanteerde Nederlandse naam voor Roubaix, Robeke. Maar waarom uitwijken naar de grote buur als je in eigen land Vlaamse en Waalse voorjaarsklassiekers hebt met legendarische sportbedevaartsoorden als de Koppenberg, de Muur van Geraardsbergen en de Redoute?
Omdat Parijs-Roubaix ondanks de locatie de meest Vlaamse aller koersen is. Een Belgische renner wordt pas voor vol aangezien als hij in de Hel van het Noorden weet te winnen. Parijs-Roubaix scoort betere kijkcijfers dan de Ronde van Vlaanderen. Langs de kant wemelt het van de gele vlaggen met zwarte leeuwen. De wedstrijd maakt gevoelens los die vergelijkbaar zijn met de oranjegekte bij voetbalkampioenschappen. En de wielerfan komt minder vaak van een koude kermis thuis: bijna de helft van winnaars op de wielerbaan van Roubaix komt uit België. Altijd noeste werkers, want deze koers is niks voor madammen.
En passant gaat het in de bijdrage nog over Belgische literatuur, over de herkomst van de term ’Hel van het Noorden’ die teruggaat op de verwoestingen tijdens de Eerste Wereldoorlog, en over de oorsprong van de aanduiding flandriens. Tegenwoordig is die in zwang voor renners die goed uit de voeten kunnen in de voorjaarsklassiekers maar van oorsprong werd deze gebruikt voor Vlamingen die in de negentiende eeuw gingen werken in Wallonië en Noord-Frankrijk.
De kasseien worden aan beide zijden van de grens gekoesterd, schrijft de auteur van de bijdrage over Roubaix. „Alleen in Frankrijk hebben ze hun robuustheid behouden. Hier te lande zouden ze door de rondhotsende terreinwagens zo zijn afgeschaafd dat ze in niets nog verschillen van de kinderhoofdjes op de opritten van de fermettes die in het suburbane Vlaanderen de illusie van het rurale Vlaanderen pogen hoog te houden.”
Zo komen volksaard en sport-, krijgs- en sociale geschiedenis bij elkaar in elf bladzijden over Rouibaix. De twee delen van ’België, Een parcours van herinnering’ bevatten meer van dit soort juweeltjes. De zuiderburen zijn relatief laat met hun project. De boeken komen na onder meer de Franse verkenning langs lieux de mémoire, de Duitse Erinnerungsorte en vier delen Plaatsen van herinnering in Nederland.
Aardig is dat de Belgen afzien van een strikt chronologische volgorde, maar onderscheid maken tussen plaatsen van geschiedenis, expansie, tweedracht, crisis en nostalgie. Op die manier ontstaan vijf parcoursen van herinnering. Ze voeren de lezers langs voor de hand liggende plaatsen als de Grote Markt in Brussel, het Rubenshuis in Antwerpen, het slagveld van Waterloo en de loopgraven langs de IJzer. Maar evengoed langs de wei van Werchter (bekend van het gelijknamige popfestival), het strand van Blankenberge, de door de Bende van Nijvel bezochte Delhaize-supermarkt in Aalst en het gerechtgebouw van Neufchâteau (waar Marc Dutroux berecht werd). De slepende discussie rond Brussel, Halle en Vilvoorde is kennelijk nog net wat te vers om een eigen hoofdstuk te rechtvaardigen, maar komt wel kort aan bod in de bijdrage over de fanatieke taalstrijd in de Voerstreek.
Meer nog dan om de plekken en de gebeurtenissen die er plaatsvonden gaat het de auteurs om de herinnering daaraan. Die blijkt zeker in België zeer afhankelijk van het gekozen perspectief. Want als er een constante is in de twee delen dan is het wel de verscheurdheid van een natie die maar geen natie wil zijn.
België is het land waar Yves Leterme als aanstaand premier in een interview met de Franstalige omroep RTBF werd gevraagd naar het Belgische volkslied om vervolgens niet de Brabançonne maar de Marsellaise aan te heffen. België is ook het land met zoveel gevoel voor absurdisme dat kort na dit incident op internet een foto van de politicus voor de Eiffeltoren opdook. Het onderschrift: ’Leterme voor het Atomium.’
„Sire, il n'y a pas de Belges”, constateerde de socialist Jules Destée al in 1912. Sire, er zijn geen Belgen. Juist die diffuse identiteiten maken het land een uitermate geschikt onderwerp voor een verzameling van lieux de mémoire. Wie de eigen identiteit glans wil geven of die van de ander een flinke slag toe wil brengen, heeft met geschiedenis een fijn stuk gereedschap in handen. Dat spel komt in deze twee delen steeds weer terug. De toekomst van het land mag er ongewis door worden, de geschiedenis wordt er alleen maar interessanter van.
Om het allemaal nog complexer te maken hebben de Vlamingen, Walen, Brusselaars en Duitstaligen steeds meer gezelschap gekregen van nieuwkomers van elders. Het gevolg: nog meer verwarring over identiteiten.
Treffend is de bijdrage over de Antwerpse randgemeente Borgerhout, in de volksmond beter bekend als 'Borgerokko'. Die term, een vondst van de popgroep De Strangers in de jaren tachtig, werd dankbaar opgepikt door het Vlaams Blok als aanduiding voor de gevoelens van vervreemding in eigen land. Tegelijkertijd koesteren jonge Marokkanen Borgerokko als een soort geuzennaam. Volgens de auteur is de randgemeente 'niet alleen een herinneringsplaats voor uiterst rechts en onverdraagzaam Vlaanderen. Het is in wezen een icoon van de hoop en de wanhoop van de globalisering.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.