PCM, uitgever van onder meer NRC Handelsblad, de Volkskrant en Trouw, wordt zo goed als zeker overgenomen door de Vlaamse Persgroep. Topman Christian Van Thillo van de Persgroep zegt het beste met de kranten voor te hebben. Maar oppassen is geboden, waarschuwen Vlaamse journalisten.
Als Christian van Thillo iets koopt, wil hij het er voor het zeggen hebben. Door zijn meerderheidsbelangen danst alles wat zijn concern, de Persgroep, doet naar zijn pijpen. Toch belooft hij gepaste afstand te bewaren van de redacties van ’zijn’ kranten. Zolang ze maar even efficiënt willen werken als hij.
In dat laatste schuilt het venijn dat op de redacties van NRC, de Volkskrant, het Algemeen Dagblad en Trouw door velen wordt gevreesd. Van Thillo is een vlotte, zongebruinde, welbespraakte, charmante en schijnbaar nooit vermoeide man, maar in dat donkere pak met krijtstreep en manchetknopen zit ook iemand die hard ingrijpt als hij dat nodig vindt.
Hij weet dat hij het imago heeft van een keiharde saneerder. Dat deed hij op bij de overnames van De Morgen, De Tijd, L’Echo en Het Parool, kranten die alle op sterven na dood waren toen hij ze kocht. Daar vind hij dan ook gelijk de rechtvaardiging voor het saneren: als hij het niet had gedaan, had iemand anders het wel gedaan, of hadden deze kranten niet meer bestaan.
Hij heeft er in België al een imperium mee opgebouwd. Zo is hij niet alleen eigenaar van De Morgen, maar ook van Het Laatste Nieuws, de meest gelezen krant van België, en de Franstalige krant L’Echo. Verder vult hij de schappen van de Vlaamse sigarenhandelaren met magazines en televisiebladen als Blik, Joepie, Goed Gevoel en Dag Allemaal. Hij bezit de muziekzenders Q Music en 4FM, onder meer de grootste Belgische commerciële televisiezender VTM en de Antwerpse zender ATV en hij is ook nog eens eigenaar van HLN.BE, de grootste nieuwswebsite van België. In Nederland beperkten zijn belangen zich tot zijn spijt nog tot een schamele 60 miljoen euro aan omzet – op een totaal van zo’n 450 miljoen –, maar dat verandert met de overname van PCM radicaal.
Maar tegenover zijn imago van harde saneerder staat het feit dat hij telg is van een echte uitgeversfamilie en dat hij werkelijk in kranten is geïnteresseerd. Toen hij in 1989 De Morgen kocht, begon hij aan een avontuur dat hem bijna nooit winst en nu zelfs verlies oplevert, maar de krant lijkt nog altijd een rotsvast onderdeel van de Persgroep uit te maken.
Uit deze houding blijkt ook dat hij elke titel beoordeelt op zijn eigen potentieel. Zo maakt het Laatste Nieuws maar liefst 40 procent winst en is het dus ook gebonden aan hogere rendementseisen dan media die op een kleiner publiek mikken. Het is onrealistisch om van De Morgen te verwachten dat ze evenveel lezers trekt als het Laatste Nieuws, dus gaat Van Thillo coulanter met die krant om.
Maar uiteindelijk moet er natuurlijk wel degelijk iets aan de strijkstok blijven hangen. Van Thillo gaat er zonder twijfel van uit dat de hoofdredacties van de kranten efficiency even belangrijk vinden als hij en dat ze winst willen maken. Hoe ze dat doen, laat hij dan weer vooral aan hen over. Dat is om meerdere redenen slim, maar vooral omdat het op deze manier niet Van Thillo zelf is die eventueel banen schrapt; dat zijn de kranten zelf die – gedreven door de wil om winst te maken – een keuze maken tussen het schrappen van arbeidsplaatsen of, bijvoorbeeld, het snijden in de hoeveelheid papier.
Het laatste deed Trouw in de afgelopen jaren al door te kiezen voor het concept van een ’compacte’ krant. Dat is een oplossing die Van Thillo zeker zal aanstaan. Hij houd van compacte kranten door de week en een krant met een hoop katernen in het weekeinde. Ziedaar een uitgesproken Belgische inslag: de krant is niet een product dat in zijn geheel en iedereen wordt gelezen. Vooral op zaterdag pakt ieder lid van de familie eruit wat van zijn gading is. Dat maakt de katernen zo waardevol.
Van Thillo heeft er kennelijk vertrouwen in, maar wie bij PCM werkt, hoorde in de afgelopen jaren weinig anders dan pessimisme over de toekomst van de krant. Trouw wist het aantal lezers redelijk op peil te houden, maar bij sommige andere kranten was de daling dramatisch. Maar ook vóór de grote val in de oplages leken de Nederlandse kranten al een aangeboren somberheid te hebben, en dat terwijl Nederlanders vergeleken met Belgen enorme krantenlezers zijn.
Als de grootste nieuwsorganisaties met de meeste journalisten die ze zijn, kunnen kranten in de filosofie van Van Thillo ook straks een dominante maatschappelijke rol spelen, maar dan moeten ze zichzelf wel een stuk slimmer organiseren dan ze nu doen en beter hun kansen benutten. Zo vinden ze nog maar weinig aansluiting bij jongeren en zijn ze zwak in het inzetten van nieuwe media. Van Thillo heeft op deze gebieden al flinke ervaring opgedaan in België. Zo zal de luisteraar van Q Music zeker geregeld spotjes van Het Laatste Nieuws horen en heeft hij door het bundelen van nieuws op de website HLN.BE de grootste en, wat meer is, meest winstgevende nieuwssite van België gecreëerd.
Van Thillo kan ook nieuwe synergievoordelen bewerkstelligen. Zo heeft hij zelf een drukpers in het Vlaamse Lokeren die weliswaar niet de dagelijkse Nederlandse kranten zou kunnen maken – dat is logistiek niet interessant – maar wel aparte magazines en katernen zou kunnen drukken. Elektronische systemen kunnen verder worden geïntegreerd en het advertentiebedrijf zou nog doelgerichter kunnen werken. En de kranten kunnen nog veel beter gebruikmaken van internet en daar zelfs geld aan verdienen zonder er hun ’papieren’ inhoud gratis prijs te geven. De website en de krant moeten elkaar aanvullen, vindt Van Thillo, maar het feit dat de site op een hele krantenredactie kan terugvallen is een unieke troef.
Van Thillo zal zwaar zijn stempel drukken op zijn nieuwe aanwinsten, daarvan lijkt iedereen toch wel overtuigd. Toch zegt hij de zelfstandigheid van de redacties – de ’harten’ van kranten als die zijn – volledig te respecteren. Over het ’hoe’ van het maken van kranten wil hij graag praten, maar wat erin staat, dat mogen de redacties volgens hem ook straks nog altijd zelf bepalen.
Daarbij zal hij moeten samenwerken met de verschillende stichtingen die vanouds de identiteit van de PCM-kranten bewaken. In België hebben vele kranten eveneens zogenoemde foundations, maar die kennen hun plaats: op het ideologische vlak mogen zij zich met de identiteit van de krant bemoeien, maar ze spelen geen economische rol en worden dus niet gehoord over bedrijfsmatige beslissingen.
„Awel mannekes, in elk geval krijgen we een goede kantine”, klonk het gisteren alom grappend in het Amsterdamse gebouw waar de meeste PCM-kranten zetelen. Maar typisch Belgisch zullen de PCM-kranten nu ook weer niet worden. Daarvoor verschillen de markten te veel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.