Er is een lynx gezien in Zuid-Limburg. Bij lynxen denk ik aan enorme oerbossen in Rusland, de Baltische landen, Polen. Zuid-Limburg heeft meer stad, industrie en boerenland dan bos.
Maar door dat boerenland slingeren beken, holle wegen en meidoornhagen. En er zijn graften: terrashellingen met struweel. In hagen en struwelen leven reeën en van reeën leven lynxen. Zelfs grote roofdieren die je associeert met oernatuur, blijken te gedijen in cultuurland. De kleinere Spaanse lynx eet vooral konijnen, voorheen te vinden in cultuurland. Konijnen zijn er nu niet veel meer en het duurt niet lang of Spaanse lynxen sterven uit.
Het is goed nieuws dat een (niet-Spaanse) lynx ons land spontaan weet te bereiken. Dankzij betere bescherming in het buitenland breiden lynxen, wolven en beren zich uit. De reden dat mensen ze eerst bijna uitroeiden, is dat ze concurrenten waren in de jacht op prooidieren en in het eten van landbouwhuisdieren. Want op het platteland lopen de prooien je voor de klauwen. De afwisselende gebruiksvormen van het landschap zorgden bovendien voor een veelheid aan leefgebieden. Voor elk dier wat wils. Daarom weken en wijken roofdieren regelmatig uit naar het cultuurland. Even een weldoorvoed schaap eten. De beer die vorig jaar uit Slovenië in Beieren belandde, verkocht zijn huid duur, voor hij geschoten werd. Je kunt erop wachten tot de Limburgse lynx een lammetje pakt. Tenzij hij voor die tijd onder een auto komt. Want auto’s en wilde dieren gaan slecht samen. Maar er komen vast nieuwe lynxen. Als die dan met schapenhouders of met auto’s botsen, krijgen lynxen de schuld. Want we willen wel wilde dieren, maar ze moeten niet te wild doen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.