Bij iedere stap die je zet dragen de voeten je hele gewicht. Toch zijn ze vaak het stiefkindje van ons lichaam. Ben je van plan een grote wandeling te ondernemen, dan zou je eigenlijk eerst een pedicure moeten bezoeken.
Voor de kapper trekken mensen geregeld een aardig bedrag uit, aan de schoonheidsspecialiste worden soms kapitalen besteed, maar hoeveel aandacht schenken wij aan onze voeten? Wie onderwerpt zijn laagste lichaamsdelen regelmatig aan een APK-keuring? En hoe houden wandelaars hun voetenwerk gezond?
Van de nieuwste trends op het gebied van kleding en schoeisel weten we vaak een heleboel. En dat je beter geen spijkerbroek kunt dragen tijdens een wandeling, omdat ie zo gauw schuurt bij het kruis, klinkt ook niet vreemd in onze oren. Maar die uiteinden aan je lijf, die je hele gewicht bij iedere stap die je zet moeten dragen, zijn vaak het stiefkindje van ons lichaam. Ze krijgen pas aandacht wanneer we er klachten van ondervinden of wanneer we door de zon onze voeten blootleggen, schreef pedicure en voetverzorgster Monique van der Wiele-Oomen al in 2001 in een nieuwsbrief over de Nationale Week van de Voet.
„Voeten worden vaak gezien als onbelangrijk. Weggestopt in een paar schoenen en uit het zicht zijn onze voeten het laatste lichaamsdeel waar we aandacht aan (willen) schenken. Eigenlijk zouden we onze onderdanen het hele jaar door moeten verzorgen en vóórdat zich klachten openbaren.”
Van der Wiele heeft zich een aantal jaren geleden als zelfstandig voetverzorger gevestigd in een gezondheidscentrum in Didam. In 2000 zette zij een website op over voeten en voetverzorging die zij zelf beheert, en ook een site met een uitgebreid voetenabc. De ideeën voor de sites worden haar in de praktijk aangereikt door haar cliënten. Onder hen zijn veel mensen die meedoen aan de Vierdaagse van Nijmegen of van de Achterhoek. Er zijn ook tientallen wandelaars die lange tochten lopen, zoals het Pieterpad en de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela. Maar de pedicure is ook zelf een enthousiaste wandelaar, vooral in de bergen.
„Ouderen bereiden zich over het algemeen goed voor op langere wandelingen”, zegt Van der Wiele. „Af en toe komen ze wel met de vraag: ’Wat kan ik nog meer doen?’ De problemen zitten vooral bij de jeugd. Jonge mensen zijn nogal eens overmoedig en denken: ’Zo’n wandeling doe ik wel even’. In werkelijkheid zie je vaak dat ze op slechte schoenen lopen, blaren krijgen en slecht voorbereid op pad gaan.”
Veel voetproblemen zijn volgens de Gelderse pedicure te voorkomen. „Blaren houd je niet helemaal tegen. Maar als je je voeten voordat je gaat wandelen insmeert met een voetencrème – die is twee keer zo dik als een bodylotion – dan scheelt dat behoorlijk. Je brengt zo een beschermlaag op de huid, waardoor er minder wrijving optreedt. Die crème kun je kopen bij een pedicure of een drogist. Likdoorns kun je ook voorkomen. Een likdoorn is eigenlijk teveel eeltopbouw, veroorzaakt door wrijving van een teen tegen de schoen bijvoorbeeld. Vooral aan de hielen ontstaat vaak eelt; daardoor krijg je kloofjes. Een goede voetenzalf is vaak al een goede remedie.”
Wie een grote wandeling onderneemt, zou volgens Monique van der Wiele eerst een pedicure moeten bezoeken. „Die inspecteert de voeten, wijst eventueel op schimmelinfecties die behandeld moeten worden of andere problemen met de teennagels, en geeft tips. En dan praat ik over iemand die is ingeschreven in het KwaliteitsRegister Pedicures, wat sinds 1 januari bestaat. Zeker mensen met diabetes of reuma moeten naar hun voeten laten kijken; die mogen geen wondjes of andere ongemakken hebben wanneer ze gaan wandelen. Kijk, een diabetespatiënt zal in het begint weinig last hebben van een onregelmatige suikerspiegel. Maar na het eerste jaar zorgt de suikerziekte voor slijtage in het lichaam. Wij zijn er op getraind om complicaties van de tenen te zien aankomen. Daarom is een jaarlijks onderzoek van de voeten door een pedicure zo belangrijk. Wij testen bijvoorbeeld of iemand zijn grote teen nog wel goed voelt. Dat is belangrijk als je drie uur gaat wandelen.”
Goed schoeisel is van groot belang voor wandelaars, maar dure schoenen zijn niet altijd voor iedereen ook de beste. De ene pasvorm is de andere niet, zegt de Didamse pedicure. „Het is een beetje het Assepoesterverhaal. Je kunt wel een paar meter door de winkel wandelen op nieuwe schoenen en denken: ’Wat lopen die lekker’. Het is beter om een stuk of drie verschillende schoenen te passen en dan te vergelijken. Pas dan weet je welke schoen goed zit. Soms is een schoen te licht, te zwaar, te breed of juist te smal. Kijk of je voorvoet goed buigt. Je voet moet goed op z’n plaats blijven in de schoen.” Daarnaast moet je bij de aanschaf van van schoenen goed bedenken wat je er mee gaat doen. Pas de schoen aan de activiteit aan, adviseert Van der Wiele.
Zij kijkt ook naar de schoenen van haar cliënten en vraagt ze soms om hun hele voorraad schoeisel mee te nemen naar haar praktijk. „Vaak kunnen we de helft wegdoen. Er blijven hooguit drie of vier paar schoenen over; je hoeft maar te kijken naar de de hielsteun (de contrefort) of de cambreur, de versteviging, bedoeld om doorzakken van de voet te voorkomen. Samen houden die alles op z’n plaats en voorkomen vaak vermoeidheid.”
Van der Wiele is haar carrière begonnen in een winkel met gespecialiseerde schoenen; haar chef was pedicure geweest. „Zo kreeg ik zicht op voetproblemen. Na een tijdje ben ik zelf voor pedicure gaan studeren: het enige vak waarbij je de hele dag complimenten en bedankjes krijgt. Want 95 procent van de cliënten gaat weg met de opmerking: ’Blij dat ik geweest ben.’ En soms alleen maar omdat je iemands voeten hebt aangeraakt. Kennelijk hebben veel mensen daar nog gêne voor.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.