Uit een voorhuid hebben wetenschappers voor het eerst veelzijdige, veilige stamcellen gekweekt. Het doel: transplantaties.
Daar is-ie dan: de eerste superveelzijdige stamcel zonder verhoogd kankerrisico, in het lab gekweekt uit een menselijke voorhuid. Een embryo is er niet voor nodig. Er hoeven ook geen vreemde genen meer te worden ingebouwd, zodat de kans op kanker laag blijft.
Wetenschappers zoeken al drie jaar naar zo’n probleemloze stamcel. Die willen ze gebruiken om er reserveonderdelen voor patiënten mee te kweken – zoals hartspier, hersenweefsel, huid en lever – of om zieke weefsels te maken voor het testen van medicijnen.
In 1998 slaagde de Amerikaanse ontwikkelingsbioloog James Thomson er als eerste in om de benodigde stamcellen te kweken uit een embryo. Maar die cellen zijn altijd omstreden gebleven omdat er embryo’s voor moeten sneuvelen.
In 2006 kwam de Japanner Yamanaka met een alternatief: hij smeedde een gewone lichaamscel om tot net zo’n veelzijdige stamcel als die uit het embryo, door er vier extra genen in te bouwen. Ethisch gezien een uitkomst, maar helaas kan het erfelijk materiaal van deze cellen ontregeld raken. Daardoor gedragen ze zich in experimenten soms onverwacht, en bij patiënten zouden ze zelfs kanker kunnen veroorzaken.
De vandaag in het vakblad Science gepresenteerde stamcel rekent met die ellende af. Deskundigen uit het lab van – opnieuw – James Thomson hebben haar vervaardigd door in een huidcel van een pasgeborene slechts tijdelijk vier genen in te brengen. Dit nieuwe DNA bouwt zich niet blijvend in, maar zweeft als een los ringetje (plasmide) door de cel. Na enige tijd verdwijnt het vanzelf. Zo blijven de cellen genetisch gezond.
Stamcelexpert Christine Mummery uit het Leids Universitair Medisch Centrum spreekt van een ’enorme doorbraak’. „Hier zat iedereen op te wachten. Zodra deze techniek op de markt komt, gaan wij er direct mee aan de slag.”
In eerste instantie wil Mummery vooral testen of de nieuwe cellen zich, net als die uit het embryo, tot alle 220 verschillende weefseltypen laten kweken. „Op het oog zie je geen verschil tussen beide stamcellen, maar misschien levert die nieuwe wel instabielere weefselcellen op. Dat moet je zeker weten.”
De benodigde checks kosten een paar jaar. In die tijd zullen laboranten ook proberen om alle kweekmethoden te standaardiseren, want daar is nogal een wildgroei in ontstaan. Daarna kunnen onderzoekers volle kracht vooruit met het implanteren van gekweekt weefsel bij proefdieren en patiënten.
Tot die tijd gebeurt het onderzoek bij patiënten met de oude stamcellen uit embryo’s. Onlangs is in de VS zo’n proef goedgekeurd bij patiënten met een dwarslaesie. Ook bij veelvoorkomende ouderdomsblindheid bestaan vergevorderde plannen voor klinische toepassing.
Aan het genezen van suikerziekte, Parkinson en verzwakte hartspieren wordt ook gedacht, al blijkt dat laatste moeilijker dan gedacht. Mummery: „Als je hartspiercellen kweekt uit stamcellen, en je brengt ze in het hart in, gaan ze kriskras door elkaar liggen. Ze trekken dan ongecoördineerd samen. Daar heeft een patiënt niets aan. We denken daarom dat je de spiercellen in rechte baantjes op een mal moet kweken, allemaal dezelfde kant op. Daar wordt nu hard aan gewerkt.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.