De samenwerking tussen de Nederlandse en Belgische marine is ongekend innig. Al houden beide landen voorlopig wel een eigen zeemacht.
Van een afstand valt het fregat in de Nieuwe Haven in Den Helder niet uit de toon. Dichterbij blijkt het schip een afwijkend registratienummer te hebben: F931.
Ook de naam is voor Nederlandse begrippen ongebruikelijk: Louise-Marie. De Nederlandse marine vernoemt tot nog toe geen schepen naar vrouwen. De Belgische marine daarentegen wel, in dit geval gaat het om de vrouw van de eerste koning van België, Leopold. Het Multipurpose-fregat Leopold – een fregat dat zowel doelen onder als boven het water kan opsporen en bestrijden – is al op weg naar de Middellandse Zee om de VN-operatie voor de kust van Libanon (Unifil) te leiden.
Zonder de samenwerking met de Nederlandse marine zou de Unifil-operatie niet mogelijk zijn. „Ik schroom niet om te zeggen dat het voor ons moeilijk zou zijn om als marine te overleven”, zegt admiraal Jean-Paul Robyns, tweede man van ’Admiraal Benelux’. In deze staf, gevestigd in Den Helder, werken de marines van Nederland en België steeds nauwer samen. Zo nauw dat de vraag voor de hand ligt of de twee landen niet met één zeemacht toe kunnen. Nee, zegt luitenant-generaal Rob Zuiderwijk, commandant van de Nederlandse marine. „Zo lang er geen gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid is, willen beide landen een gebalanceerde marine die zelfstandig kan reageren op verschillende situaties. Maar door de samenwerking zijn we wel in staat om meer te doen. En dat we die samenwerking intensiveren, is een logische ontwikkeling.”
Tamelijk geruisloos zijn de Nederlandse en Belgische marine vervlochten geraakt tot een organisatie die in hoge mate uitwisselbaar is. De Belgische marine, aanzienlijk kleiner dan de Nederlandse, is dankzij de aankoop van twee Nederlandse Multipurpose-fregatten (ook wel aangeduid als M-fregat) nu in staat om internationaal haar partij mee te blazen. De fregatten worden in Nederland door Nederlands en Belgisch personeel onderhouden, samen met de drie Nederlandse zusterschepen. Verschillende opleidingen zijn gecombineerd, in Den Helder en op de vlootbasis in Zeebrugge. Beide commandanten spreken van een win-winsituatie. „Met de grootste win aan de Belgische kant”, erkent admiraal Robyns. Zijn collega Zuiderwijk beschouwt het als winst dat de Nederlandse marine door de samenwerking doelmatiger en flexibeler kan werken.
Nederlandse officieren werken tijdens de Unifil-missie voor de kust van Libanon (bedoeld om wapensmokkel tegen te gaan) aan boord van BNS Leopold. Belgische marineofficieren draaien vanaf augustus op Nederlandse schepen mee als Nederland de EU-missie Atalanta (tegen piraterij) leidt. Admiraal Robyns wil volgend jaar tijdelijk overtollige Belgische officieren aan boord van Nederlandse schepen plaatsen.
Naast de bestaande gezamenlijke opleidingen zijn er plannen voor een nieuwe technische opleiding in Den Helder en Zeebrugge. Op het gebied van materieel werken Nederland en België al langer samen. De bouw van de mijnenjagers was een gezamenlijk project. Als er – rond 2025 – een opvolger moet komen voor de M-fregatten, vindt admiraal Robyns het ’niet meer dan logisch’ dat Nederland en België samen optrekken. Dat geldt mogelijk op kortere termijn ook voor het onderhoud van de nieuwe marinehelikopter NH-90 en de opleiding van monteurs en vliegers.
Bij de samenwerking is de Franse taal nog weleens een barrière. De bijna vierhonderd kilometer die Zeebrugge van Den Helder scheiden, is ook een hobbel. „Als ze hier eenmaal zitten, willen ze niet meer weg”, zegt Robyns, zelf met tussenpozen meer dan elf jaar in Den Helder geplaatst. Lachend: „Vroeger kon je in Den Helder moeilijk aan een goeie fles wijn geraken of een goed restaurant, maar dat verbetert met de dag.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.