*

 

Barre tijden voor ontwikkelingshulp

Han Koch − 27/02/09, 00:00

Met het inzakken van de mondiale economie komt ook de ontwikkelingshulp onder zware druk. Barre tijden breken aan.

  • Windenergie in Dewas, India. Investeringen in ontwikkelingslanden, onder meer in duurzame energie, krimpen door de financiële crisis. (Bloomberg)

In tijden van economische groei was het een briljante vondst om de hulpbudgetten voor ontwikkelingsamenwerking te koppelen aan een percentage van het bruto nationaal product. Internationaal is een bijdrage van de rijke landen van 0,7 procent van het bnp de norm. Die 0,7 procent levert, nu overal ter wereld de economische groei is omgeslagen in krimp, aanzienlijk minder geld op. De ontwikkelingslanden en daaraan gekoppeld de hulpsector moeten zich opmaken voor barre tijden.

Grofweg 103 miljard dollar brachten de rijke landen, verenigd in de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) op in 2007. De VS waren in dollars uitgedrukt de grootste hulpverlener met bijna 22 miljard dollar. In percentage uitgedrukt (0,16 procent bnp) deden de VS eigenlijk nauwelijks mee.

Hoeveel president Barack Obama nog over heeft voor de hulp is niet duidelijk. Maar ook al handhaaft hij het huidige hulpniveau op die 0,16 procent dan mag duidelijk zijn dat er minder Amerikaans geld voor ontwikkelingslanden beschikbaar is. Van Australië tot Zweden en van Nederland tot Noorwegen, in elk Oeso-land gaat een vergelijkbaar verhaal op. Zelfs al worden de percentages gehaald, dan nog zal de economische krimp onvermijdelijk leiden tot lagere hulpbudgetten.

Bij de Oeso heeft niemand nog enig overzicht op de nieuwe geldstromen. De meest recente cijfers over de hulp dateren van 2007 en die van 2008 worden pas op 1 april verwacht. Maar geruchten over stevige dalingen doen alom de ronde. Ierland, in 2007 nog goed voor ruim een miljard dollar, zou geen geld meer hebben. Italië wil de hulp alleen nog geven als het ook in het belang is van het eigen bedrijfsleve. Nieuwe leden van de Europese Unie zouden driftig willen schrappen in de hulp.

Nederland houdt ook de hand op de knip. Ontwikkelingssamenwerking heeft als enige post op de Nederlandse begroting een vast bestedingspercentage van 0,8 procent van het bnp, met een waarde van ruim vijf miljard dollar. Daar gaat nu zeker 1,1 procent van af. In de begroting van vorig jaar werd namelijk nog met een economische groei van 1,1 procent rekening gehouden. Het Centraal Plan Bureau gaat uit van een economische krimp in 2009 van 3,5 procent en daar komt ook het vervallen van een prijscompensatie van 1,75 procent bovenop. Samen 6,35 procent. Eén procent staat voor 50 miljoen euro. Minister Bert Koenders (ontwikkelingssamenwerking) moet er dan ook op rekenen dat hij dit jaar ongeveer 350 miljoen euro minder hulp beschikbaar heeft. Voor 2010 wordt rekening gehouden met een verdere daling van het bruto nationaal product. Dan zakt het budget voor ontwikkelingshulp dus opnieuw.

Volgens betrouwbare bronnen liggen de uitgaven van Koenders stevig onder vuur. Zo heeft het ministerie van economische zaken het oog laten vallen op 500 miljoen euro die Koenders de komende jaren wenst uit te trekken voor duurzame energie in ontwikkelingslanden. Dat geld zou Economische Zaken volgens de bronnen liever in Nederland willen besteden. Volgens ingewijden beginnen Nederlandse ondernemers onder aanvoering van VNO-NCW ook te claimen dat de Nederlandse hulp meer ten dienste moet worden gebracht van het Nederlands bedrijfsleven. Steun aan ontwikkelingslanden zou gepaard moeten gaan met besteding van het geld in Nederland. Deze vorm van zogeheten gebonden hulp is altijd fel bestreden omdat lang niet altijd de juiste kwaliteit voor de laagste prijs wordt geleverd.

Bijna alle hulporganisaties houden rekening met krappere budgetten. Daar komt bij dat dit jaar weer moet worden ingeschreven voor een nieuwe subsidieronde. De huidige ronde loopt door tot 2010, de nieuwe aanvragen moeten voor 1 november binnen zijn.

Volgens bronnen heeft minister Koenders geen trek meer in een overvloed van aanvragen. Vorig jaar waren dat er 114 waarvan 59 werden gehonoreerd. Dit jaar wordt gestreefd naar hooguit 30 aanvragen. Dat betekent dat in de sector ontwikkelingssamenwerking heel veel organisaties met elkaar in gesprek zijn over samenwerking. Koenders krijgt dan minder subsidieaanvragen, zoals hij graag wil. Zijn ambtenaren zijn volgens ingewijden de afgelopen jaren bij lange na niet in staat gebleken de huidige subsidieontvangers, zoals wel was afgesproken, te volgen.

mailIcon print |