*

 

Monopolie bedreigt succes herbruikbare producten

Peter Maurits − 02/03/09, 00:00

Het beoordelen van Cradle to Cradle-producten moet in onafhankelijke handen komen. „Nu is het alsof de slager zijn eigen vlees keurt”, bekritiseert aanjager Roger Cox.

  • Bij textiel-recyclebedrijf Frankenhuis & zn worden onder andere spijkerbroeken hergebruikt. (FOTO ROGER DOHMEN)

Een onafhankelijke partij moet de certificering van duurzame Cradle to Cradle (C2C)-producten uitvoeren. Door het huidige monopolie gaat het concept aan zijn eigen succes ten onder, vreest advocaat en Cradle to Cradle-aanjager Roger Cox.

Bij Cradle to Cradle-producten zijn alle materialen afbreekbaar of herbruikbaar. Afval is dan verleden tijd. „Een C2C-certificering kan nu alleen worden verleend door organisaties die verbonden zijn aan de bedenkers van het concept: William McDonough en Michael Braungart”, legt Cox uit. Diezelfde bedrijven zijn ook betrokken bij de advisering voor de ontwikkeling van deze duurzame producten. Vreemd, denkt hij, want zo certificeren ze hun eigen werk. „Alsof de slager zijn eigen vlees keurt. Dat moet veranderen.”

Ook de capaciteit is door het monopolie van de C2C-peetvaders onvoldoende. De afgelopen drie jaar kregen ongeveer 150 producten het label C2C. Te weinig om aan de vraag van de markt te voldoen, meent Cox.

Gevolg daarvan is dat de markt andere mogelijkheden zoekt om het concept toe te passen. Door Cradle to Cradle een andere naam te geven bijvoorbeeld. Minister Cramer (Vrom) gaf op een C2C-congres in 2007, georganiseerd door Cox, daarvoor de aftrap. Ze omarmde het concept maar dacht dat een Nederlandse naam een mooie uitkomst van het congres zou zijn.

Op het congres werden ze het niet eens over zo’n Nederlandse naam, maar eigenlijk is het Vrom daar niet om te doen. „Certificering vinden wij niet nodig”, zegt een woordvoerder. „Het gaat ons niet om de naam, maar om het achterliggende idee. Desnoods noemen we het concept ’honderd procent hergebruik’.” Dat is precies waar Cox bang voor is. De naam Cradle to Cradle kan een sturende en bindende factor zijn in het Nederlandse duurzaamheidsbeleid. Zeker binnen de ministeries is dat noodzakelijk. „Daar is een gebrek aan visie over duurzaamheid.”

Ook SenterNovem-adviseur Douwe Jan Joustra vindt de naam waardevol. „Cradle to Cradle mobiliseert mensen.” Nooit eerder zag hij zoveel mensen, bij overheden en bij het bedrijfsleven, enthousiast worden voor een duurzame methode. Zo maakte schoenenfabrikant Nike een schoen die ’tot de laatste vezel onschadelijk is voor het milieu en geheel herbruikbaar’, en vindt de C2C-bureaustoel inmiddels gretig aftrek bij bedrijven. „Bij vrijwel alle bijeenkomsten die wij organiseren is er door de grote belangstelling een tekort aan stoelen.”

Het verlaten van de sterke merknaam kan die hele opleving laten instorten, denkt Cox. „Dat wordt dan de zoveelste gemiste kans op het gebied van duurzaamheid.”

Monopolist en C2C-goeroe Michael Braungart hoort de discussie gelaten aan. Hij vindt de opwinding niet onterecht, maar wel wat vroeg. Ook vraagt hij zich af waarom Cox niet gewoon met hem contact opneemt. „Een certificaat is niet een doel maar een middel. Het is belangrijk om de kwaliteit van C2C-producten hoog te houden, maar de essentie is dat zoveel mogelijk mensen het concept oppikken.” Uiteindelijk moet een onafhankelijke partij die certificaten uitreiken. Voorlopig houdt hij het nog in eigen hand. „Er zijn nog te veel misverstanden over C2C.”

mailIcon print |