De laatste slachtoffers zijn naar de ziekenhuizen afgevoerd, de alarmlichten uitgezet, sirenes verstomd. De rust is weergekeerd aan de Kromme Spieringweg, gemeente Haarlemmermeer.
Na drie hectische uren is het voor de ambulancebroeders even tijd voor iets anders. Voor het uitwisselen van ervaringen, voor een sigaretje. Voor emotie.
Nu beginnen de handen te trillen, komen de verhalen los. Bart en André hebben drie keer heen en weer gereden tussen de ramplocatie van de TK 1951 en de ziekenhuizen die voor de slachtoffers snel plaatsen hebben vrijgemaakt.
„Je wordt op pad gestuurd, je gaat aan het werk. Je bent benieuwd wat je aantreft, je bent gespannen. Maar als je uit je ambulance stapt, is alles weg. Dan schakel je alle gevoelens en gedachten uit en ga je helpen”, zegt Bart („Geen achternamen, ik geloof niet dat we mogen praten”).
Ze hebben ter plekke eerste hulp verleend, midden op het akkerland aan de A9, bij het Rottepolderplein. Ze hebben door de modder moeten ploegen, met patiënten op de brancard. „Elk ongeluk is anders, elke situatie. Maar die modder... Dat maakte het extra zwaar”, vertelt André.
Ze zijn lovend over de organisatie rond de onheilsplek. „Het ging geolied. Het gebied was snel afgezet voor ramptoeristen, de weg vrij voor hulpdiensten. We hebben goed kunnen werken. Bij een vliegtuigramp zou je misschien meer paniek verwachten”, zegt Bart. „En meer doden”, vult André aan. „Want onderweg op onze eerste rit richting hier naartoe had ik eigenlijk niet verwacht nog zoveel mensen te kunnen behandelen.”
De helikopters zijn weg, de slachtoffers afgevoerd, de lange file op de A9 als gevolg van de crash gaat vlot over in een ’gewone’ avondspits. Het is koud bij de akker die in één klap wereldnieuws werd.
Dichtbij kun je niet komen. Op televisie zie je alles beter, beseffen ook de ramptoeristen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.