Turkse dienstverleners hebben ook in Nederland geen visum meer nodig, stelt Kees Groenendijk. De hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen, gespecialiseerd in migratierecht, twijfelt er niet aan of dat is het gevolg van de uitspraak van het Hof van Justitie in Luxemburg, afgelopen week. Het Hof bepaalde dat Turkse dienstverleners en zelfstandigen die in Duitsland willen werken, geen visum nodig hebben. Voor hen gelden afspraken uit 1973 tussen de toenmalige EEG en Turkije, toen de huidige visumplicht nog niet bestond.
Dat betekent volgens Groenendijk dat Turken ook in Nederland (voor maximaal drie maanden) kunnen werken, zolang ze hier niet in loondienst zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor truckers, metselaars of monteurs. Hij sluit bovendien niet uit dat de visumplicht door de uitspraak ook komt te vervallen voor Turkse toeristen. „De vrijheid van dienstverlening in het EG-Verdrag heeft betrekking op beide kanten van dienstverlening. Ze geldt voor dienstverleners én voor dienstenontvangers, zoals toeristen.” Andersom geldt dat dan overigens ook: Turkije zou de visumplicht voor bezoekers uit de betreffende landen moeten afschaffen, als Turkije in 1973 nog niet eiste dat zij een visum hadden.
Als de Turken hier langer willen werken, moeten ze een verblijfsvergunning aanvragen. Ook dat is misschien mogelijk onder de toenmalige bepalingen, zegt Groenendijk. „Dan zou je moeten weten wat in 1973 de precieze voorwaarden waren om als dienstverlener in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning, en moeten zien of die daarna (ten onrechte) zwaarder zijn geworden. Ik denk het wel, maar het is moeilijk vast te stellen. Tot midden jaren zeventig waren de vreemdelingencirculaires in Nederland namelijk geheim.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.