Eerst laat het Openbaar Ministerie weten dat uitlatingen van Geert Wilders niet strafbaar zijn, en nu stelt het gerechtshof van wel. Waarom?
Het Openbaar Ministerie moet Tweede Kamerlid Geert Wilders toch vervolgen voor anti-islamitische uitspraken die hij de afgelopen jaren heeft gedaan, zo besloot het gerechtshof in Amsterdam gisteren. Aanvankelijk zag het OM niks strafbaars in Wilders’ uitlatingen. Maar diverse personen en organisaties klaagden bij het gerechtshof over het feit dat het OM niet wilde vervolgen. Ze kregen gelijk: de PVV-leider moet voor de rechter verschijnen wegens haat zaaien en het beledigen van een groep mensen.
Het hof haalt de argumenten die het OM aanvoerde om Wilders niet te vervolgen, een voor een onderuit. Zo stelde het OM dat Wilders niet strafbaar is, omdat hij zijn uitlatingen deed in de context van een politiek/maatschappelijk debat. En in de politieke arena zijn de grenzen van vrije meningsuiting zeer ruim, aldus het OM.
Maar het gerechtshof wijst erop dat uitgerekend het ’haatzaai-artikel’ in de strafwet een politieke achtergrond heeft. Het is ontstaan in de jaren dertig, om scheldpartijen en haatcampagnes van politieke partijen tegen andersdenkenden (joden, christenen, kapitalisten) tegen te gaan. Bovendien merkt het hof op dat politici in het verleden wel voor minder vergaande uitspraken zijn veroordeeld: een verwijzing naar de veroordeling van CD-leider Janmaat.
Het OM meende verder dat Wilders geen haat zou zaaien, omdat zijn teksten ’niet opruiend’ zouden zijn. Maar ook dat ziet het OM helemaal verkeerd, vindt het gerechtshof. „Wilders’ uitingen, vaak in gebiedende en militante stijl (’Verbied de Koran’)’, zijn naar hun uiterlijke verschijningsvorm kennelijk erop gericht bij de Nederlandse bevolking conflictueuze tweespalt te veroorzaken ten opzichte van de Islamitische bevolkingsgroep.” Wilders wil zelfs ’minachting’ en ’vijandschap’ ten opzichte van moslims kweken, oordeelt het hof.
Ook het argument dat Wilders’ teksten over een religie gaan, en niet over de aanhangers daarvan, gaat niet op, vindt het hof. Want wie de uitspraken de PVV-leider in hun context bekijkt, ziet dat hij voortdurend een relatie legt tussen de islam en de aanhangers ervan. Bijvoorbeeld: „Ik heb genoeg van de islam: geen moslimimmigrant er meer bij”.
Het hof tilt bijzonder zwaar aan Wilders’ vergelijkingen met het nazisme (de ’fascistische Islam’, de Koran als ’islamitische Mein Kampf’) „Vergelijkingen met het fascisme en nationaal-socialisme, verpakt in one-liners en nauwelijks onderbouwd, zijn buitengewoon kwetsend en dragen zonder meer een beledigend karakter voor wie het betreft.”
Ook de wijze waarop Wilders zijn punt maakt, is van belang voor de strafbaarheid ervan: zijn ’eenzijdige, sterk generaliserende formuleringen met een radicale strekking, niet aflatende herhaling en toenemende felheid. (..) tasten moslims in hun waardigheid aan’, stelt het hof.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.