*

 

'Visverbod paling niet te vermijden'

Jeroen den Blijker − 23/03/09, 00:00

De toekomst van paling hangt aan een zijden draadje. Tijdelijke sluiting van de visserij is onontkoombaar, zegt bioloog Herman Eijsackers. „De vissers vangen hun eigen nalatenschap weg.”

Zijn antwoord op de vraag hoe het is gesteld met de paling laat weinig aan duidelijkheid te wensen over. „Ernstig”, zegt professor Herman Eijsackers, bioloog en voorzitter van een commissie die de afgelopen maanden in opdracht van visserijminister Verburg een contra-expertise uitvoerde naar twee belangrijke adviezen over de palingstand.

„Grofweg zijn daarvoor twee belangrijke factoren aan te wijzen”, zegt Eijsackers. „De hoeveelheid jonge glasaal die ons land binnentrekt is in vergelijking met 1980 tot vier procent gedaald. Tegelijk wordt veel volwassen paling gevangen voordat die vanuit ons land naar de Sargassozee bij Mexico kan vertrekken om zich daar te vermenigvuldigen. Eigenlijk zijn de vissers dus bezig hun eigen nalatenschap weg te vangen.” Paling is officieel een bedreigde diersoort. Daarom eist Brussel van minister Verburg voor 1 april een plan voor het herstel.

Volgens Eijsackers is daarbij een vangstverbod gedurende twee maanden – september en oktober –-onontkoombaar. „Maar als wetenschapper kun je hierin natuurlijk nooit ver genoeg aan. Hoe meer je vangt, hoe lager de uitstroom, hoe langer het herstel op zich zal laten wachten”, legt Eijsackers uit. Zijn commissie waarschuwde niet voor niets dat maatregelen om de uittrek van schieraal – geslachtsrijpe paling – te bevorderen ’ zeer urgent’ zijn.

Zo’n vangstverbod stuitte echter de afgelopen maanden op hevig protest van de beroepsvissers. In september en oktober wordt bijvoorbeeld veel paling gevangen. De vissers willen wel 50 ton schieraal ’over de dijk’ zetten. Want, is hun redenering, de uittrek van deze geslachtsrijpe paling is vooral zo klein door de onneembare waterwerken als hoge dijken en gemalen.

Maar dat is slechts een deel van het probleem, vindt Eijsackers die wijst op onderzoek naar de uittrek van paling uit het IJsselmeer een paar jaar geleden. „Daar is geen enkele paling, bovenstrooms voorzien van transponders (zendertjes, red.), meer aangetroffen bij de sluizen in de Afsluitdijk. Dus alle paling was daar gewoon weggevangen. Daarentegen: in de Maas, waar minder intensief wordt gevist, is wel uitstroom vastgesteld.”

Het uitzetten van schieraal heeft wel de sympathie van zijn commissie, onderstreept Eijsackers. „Maar je moet beide doen. Dus ook de visserij stilleggen.” De sector kent bovendien nogal wat stroperij, die moet ook dringend worden aangepakt.

In zijn ogen was het compromis waarmee Verburg vorige week de vissers tegemoet kwam dan ook verdedigbaar. „Verburg heeft een zo veelzijdig mogelijk voorstel gepresenteerd. Ze heeft het aanbod van de vissers om aal uit te zetten gecombineerd met een maand vangstverbod. Verder stelde ze de sector een financiĆ«le tegemoetkoming voor van 700.000 euro, en er komt bovendien 200 miljoen euro voor aanpassingen van dammen en dijken, om de palingtrek te vergemakkelijken.”

Een Kamermeerderheid veegde dat compromis evenwel afgelopen week van tafel en schaarde zich vierkant achter de vissers. Onder de leden van zijn commissie leidde dat tot enige commotie, maar Eijsackers vindt het ongepast om als oud-voorzitter een publiek oordeel te geven over deze politieke ontwikkeling. Hij benadrukt wel de deskundigheid van zijn commissieleden, (bekende visserijbiologen als Nagelkerke van Wageningen UR en Klinge -adviesbureau Witteveen & Bos, maar ook de populatie-ecoloog Van der Meer van de VU/Nioz).

„Maar als u mij als kiezer om een oordeel vraagt: natuurlijk ben ik voor een plan dat de palingstand zo snel mogelijk herstelt. Zeker als nu al duidelijk is dat met de goede maatregelen populatieherstel enige tientallen jaren, een vissersgeneratie dus, zal duren.”

mailIcon print |