*

 

Tijdelijke rust in het broeinest

Suzanna Koster − 01/04/09, 00:00

De Amerikaanse president Barack Obama wil praten met de taliban in Afghanistan. Maar succes is niet gegarandeerd, zo blijkt in de Pakistaanse Swat-vallei. De overeenkomst die de Pakistaanse overheid daar met militanten sloot, vormt een gevaarlijk precedent.

De Pakistaanse militant Sufi Mohammad bracht ooit duizenden militairen Afghanistan in om te vechten tegen de Amerikanen, die in 2001 het land binnenvielen. De Pakistaanse autoriteiten gooiden hem in de gevangenis. Tot de verbazing van sommigen en de grote schrik van anderen pendelt hij nu al acht jaar later heen en weer tussen de Pakistaanse overheid en gewelddadige militanten in het natuurschoon van de vallei Swat, als ’vredesstichter’.

De loop der geschiedenis in de Swat-vallei geeft aan waar onderhandelingen met de taliban toe leiden. Wat staat de Amerikaanse president Obama mogelijk te wachten?

Anderhalf jaar geleden begon het Pakistaanse leger aan een missie om een einde te maken aan de macht van de militanten in de Swat-vallei. De missie faalde. Honderdduizenden sloegen op de vlucht, naar schatting duizend mensen kwamen om het leven. In een poging een einde te maken aan het geweld besloot de Pakistaanse overheid eerder dit jaar om de eis van de militanten in te willigen: de sharia – de islamitische wetgeving – werd ingevoerd. De enige voorwaarde: de militanten laten militairen en overheid met rust. Sufi Mohammad droomde al jarenlang van invoering van de sharia, als vervanging van de in zijn ogen on-islamtische democratie.

Maar met die overeenkomst, zeggen analisten, is de macht in de Swat-vallei nu in handen gekomen van de militanten. En daarmee is een gevaarlijk precedent voor de rest van het land geschapen.

Swat, een groene vallei in het noordoosten van Pakistan, werd tot 1969 geregeerd door een wali (heerser). Het ging er onder de wali bepaald niet democratisch aan toe, maar dat had ook zijn voordelen, zegt Syed Minhaj ul Hassan, professor aan de universiteit van Pesjawar. „De wali regeerde met een mix van traditionele en religieuze wetten. Recht was snel en goedkoop recht”, zegt hij. Maar dat veranderde toen Swat in 1969 onderdeel werd van Pakistan. „Mensen waren teleurgesteld in het Pakistaanse rechtssysteem. Het was duur en de rechtsgang kon plotseling tientallen jaren in beslag nemen.” Grootschalige corruptie en inefficiëntie deden hun intrede. En daar begon de zegetocht van Sufi Mohammad.

Mohammad groeide op in het naburige staatje Dir. Ook Dir werd onderdeel van Pakistan, maar dat leverde hier minder ongenoegen op, zegt Hassan. „De heerser van Dir was een beetje dictatoriaal. Mensen waren niet blij met zijn wetten.”

Sufi Mohammad studeerde in Dir aan een religieuze school. De school had contacten met de djihadisten die in de jaren tachtig de Russen uit Afghanistan verdreven, zegt Hassan. Mohammad zelf deed daar niet aan mee. Maar hij maakte wel deel uit van de religieuze politieke partij Jamaat-e-Islami, die actief strijders rekruteerde en uitzond naar Afghanistan. Mohammad werd een bekende lokale politieke leider, maar dat was niet genoeg voor hem.

Gedesillusioneerd door het onvermogen van zijn partij om de sharia in te voeren richtte hij 1992 een militante organisatie op, de beweging voor de invoering van de sharia (TNSM), vertelt senator Zahid Khan. Khan is een plaatsgenoot van Mohammad en spreekt namens de overheid bijna dagelijks met de militantenleider.

Dat Mohammad zijn organisatie naar de Swat-vallei bracht, is niet toevallig, zegt Khan. De vallei is strategisch gelegen tussen Pakistaans Kasjmir en Afghanistan. Met de Swat-vallei onder hun controle kunnen militanten zich makkelijk verplaatsen naar Kasjmir – waar zij vechten tegen het Indiase leger – en de wetteloze grensgebieden met Afghanistan.

Mohammad kon in de vallei profiteren van de ontevredenheid van de bevolking over het dure, corrupte en inefficiënte rechtssysteem. Een meerderheid leek in te stemmen met zijn roep om verandering, zeker zolang die roep niet gepaard ging met geweld. Swati’s waren bovendien minder bedreigend voor de militanten dan de stammen in Dir, waar ieder huishouden nog wapens had. In het meer ontwikkelde Swat, waren die allang verboden, zegt Khan.

Mohammads TNSM groeide. Criminelen meldden zich vrijwillig voor de organisatie, anderen werden onder druk gezet mee te doen. Arme leenboeren voelden zich ook aangesproken, zegt Hassan van de universiteit van Pesjawar. „Mensen met minder kansen hebben vaak een inniger relatie met religie”, zegt hij. „Het werd steeds meer een strijd tussen de armen en rijken. Landeigenaren werden een belangrijk doelwit en dat zijn ze nog steeds.”

Na een gewelddadig oproer in 1994 – waarbij Mohammad en zijn strijders het vliegveld en andere strategische plaatsen bezetten – lijkt hij zijn zin te krijgen: de shariawet wordt ingevoerd. Maar in de praktijk verandert er weinig. Rechters worden vervangen, maar de rechtsgang blijft langdurig en kostbaar. Vijf jaar later, in 1999, belooft een nieuwe overheid een verbeterde sharia. Maar opnieuw verandert er in de praktijk weinig.

Mohammads militanten blijven zich roeren, tot zich een nieuw doel aandient. In 2001 vallen de Amerikanen Afghanistan binnen en onmiddellijk brengt Mohammad een legertje op de been om ze te verdrijven. Bewapend met kalasjnikovs, zwaarden en granaten gaan ze op stap maar ver komen ze niet. Mohammad wordt opgepakt. Zijn organisatie belandt op een zwarte lijst.

Maar dan klinkt er enkele jaren later een stem in de ether van de vallei. Het is de schoonzoon van Mohammad, Maulana Fazlullah, met zijn illegale radiostation. In korte tijd wordt de radio mullah mateloos populair, niet in de laatste plaats bij de dames. Zij zitten aan de radio gekluisterd, omdat ze voor het eerst erkenning krijgen. De radio mullah vertelt ze bijvoorbeeld dat ze een waardevolle rol in het huishouden spelen. Dat krijgen vrouwen in Swat, die als ondergeschikt aan de man worden gezien, van hun echtgenoten niet vaak te horen.

Ook zijn complottheorie waarin Amerikanen erop uit zijn om moslims uit te roeien raakt een snaar, bij mannen en vrouwen. De angst voor Amerikaanse vernietiging groeit. „Hoe kunnen ze mensen doden in Afghanistan en tegelijkertijd onze weldoeners zijn”, riep de radio mullah op zijn krakende zender.

De Swati’s kunnen de dreiging van uitroeiing alleen het hoofd bieden door echt islamitisch te leven, houdt hij zijn luisteraars voor. Meisjes mogen daarom niet langer naar school, vindt hij. Veel meisjes bekeren zich. Bovendien verkopen ze hun juwelen om Fazlullah te helpen met de bouw van zijn religieuze school.

Ook al wijst Fazlullah net als zijn schoonvader democratie van de hand, de religieuze partijen zien niet genoeg aanleiding om in te grijpen.

Dat verandert als er in 2007 een interim-overheid aan de macht komt. Die stuurt het leger naar de Swat-vallei. Het moet een makkelijke operatie worden, maar dat werd het niet. De militanten bombarderen scholen, verbannen vrouwen uit de straten en markten, hangen tegenstanders op aan bomen. Ze krijgen steun van militanten uit andere Pakistaanse gebieden en tellen samen een paar duizend strijders, zegt Khan. Honderdduizenden Swati’s slaan op de vlucht. „Onze scholen zijn sinds vorige maand gesloten”, schrijft de 15-jarige leerlinge Wagma in een e-mail eind 2007. „Ons leven is verstoord door knallen en geschiet. We kunnen ’s nachts niet slapen.” Maandenlang doet Wagma thuis zelfstudie met hulp van haar vader.

Sinds de vredesovereenkomst eerder dit jaar kan Wagma weer naar school. Ze studeert nu voor haar examen en wil dokter worden. Maar het is nog steeds geen pretje. „We gaan in boerka’s naar school. Het is de eerste keer dat ik zoiets doe”, vertelt ze aan de telefoon. Het busje dat ze naar school brengt schermt de ramen af met gordijntjes. Wagma zegt dat ze aan haar nieuwe leven binnenshuis gewend is geraakt, maar ze mist haar oude leven. „We gingen altijd wandelen naar de rivier. Het was geweldig leuk, maar nu kan dat niet meer en ik zie dat in de nabije toekomst ook nog niet gebeuren.”

De Pakistaanse analist Ayesha Siddiqa vreest hetzelfde. Ze zegt dat de overeenkomst weliswaar een tijdelijk einde heeft gemaakt aan het geweld, maar dat het uiteindelijk desastreus voor Pakistan kan uitpakken. De overeenkomst nodigt volgens haar andere militanten uit om ook de wapens op te pakken en in de naam van een strijd voor gerechtigheid een eigen rechtsysteem af te dwingen. Maar de Pakistaanse minister van justitie Arshad Abdullah zegt dat er niets veranderd is. Er zijn alleen limieten gesteld aan de tijdsduur van rechtszaken tot maximaal zes maanden. Advocaat Sher Mohammad Khan uit Swat (geen familie van de senator) ziet dat anders. Hij vluchtte in januari naar Pesjawar, op een paar uur rijden met de auto, en zette daar een praktijk op. „Er is een compleet machtsvacuüm. Swat is verloren. De politie functioneert niet meer. Het leger heeft zich overgegeven. De militanten hebben de volledige controle. Het is een ramp.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />