*

 

Frankrijk bezorgd om ontlezing

Marijn Kruk − 19/03/09, 00:00

Op tal van plaatsen in de wereld wordt deze week de Internationale week van de Franse taal gevierd. In Frankrijk zelf is de beheersing daarvan echter een bron van zorg.

Zelfs op de Salon du Livre is de Franse taal niet langer in veilige handen. Met een misprijzend gebaar wijst Danièle Sallenave op het logo van de jaarlijkse uitgeversbeurs nabij Porte de Versailles in Parijs: een geblinddoekt figuurtje in de vorm van een boek. „Kijk, het lijkt wel of ie op de vlucht is”, zegt de gelauwerde romancière na afloop van een signeersessie bij de kraam van uitgeverij Gallimard. Sallenave ziet het als een bewijs van de systematische achteruitgang van het geschreven woord in Frankrijk.

Een paar maanden geleden legden leraren van het collectief Sauvez les lettres (zie kader) een dictee uit 1976 voor aan een groep van 1348 scholieren van 15 jaar. Slechts 14 procent haalde een voldoende. Bij een identieke test in 2000 was dat nog 30 procent.

Maar daarbij blijft het niet, meent Sallenave. Op uitnodiging van het Franse ministerie van onderwijs bracht ze vorig jaar een periode door op een middelbare school in de Zuid-Franse stad Toulon.

Over haar ervaringen publiceerde ze begin dit jaar Nous on n’aime pas lire (Wij houden niet van lezen), een boek waarin zij een aantal misstanden in het Franse onderwijssysteem onder de loep neemt.

„Wat me direct opviel was het grote verschil tussen middelen en resultaat. De school was toegerust met een mediatheek een bibliotheek en alle mogelijke apparatuur, maar het niveau van de leerlingen bleek bedroevend laag.”

Niet alleen maakten de leerlingen volgens Sallenave zeer veel spelfouten, ook ontbrak het hun aan vocabulaire. „Lezen gaat dan te traag, kinderen verliezen hun geduld en laten boeken links liggen.” In de huidige beeldcultuur noemt zij dat een groot gemis. „Veel meer dan gamen of televisiekijken doet lezen een beroep op je verbeeldingsvermogen, omdat je er alles zelf bij moet verzinnen.”

Tegelijk bieden klassieke literaire teksten volgens Sallenave een waardevol inkijkje in de menselijke drijfveren en passies. „Zo zou iedere arts Tolstoj’s novelle De dood van Ivan Iljitsj (1886) gelezen moeten hebben. Nergens wordt indringender beschreven hoe je omgaat met een ongeneeslijke ziekte.” Niet dat scholieren nu direct honderden boeken moeten lezen. „Maar het is belangrijk dat ze tenminste één keer ervaren hoe het lezen van een boek hun leven kan veranderen.”

De kinderen van de school die Sallenave bezocht zijn voor het merendeel afkomstig uit arme immigrantenmilieus. Toch was hun gebrekkige interesse voor lezen daar volgens haar geenszins aan te wijten. „Ze waren enthousiast, nieuwsgierig en levendig.”

Het probleem was eerder de wijze waarop de kinderen op school werden gevoed met informatie. „Ze waren onophoudelijk bezig met ’projecten’ als het gat in de ozonlaag of duurzame energie.”

Net als president Sarkozy beoogt Sallenave een terugkeer naar ouderwetse leermethodes. „Wat leraren zouden moeten doen, is kinderen goed leren lezen, schrijven en rekenen. De rest komt later wel.”

Een tweede probleem is het ontbreken van wat Sallenave ’gidsen’ noemt: leraren met liefde voor het boek die in staat zijn leerlingen te enthousiasmeren. Daarom pleit ze voor de verlenging van de lerarenopleidingen, niet om specifiek onderzoek te doen, maar juist om meer algemene kennis te vergaren. Hoe zorgelijk ook: ergens is Sallenave blij met de desastreuze resultaten van het herhaalde dictee uit 1976. „Op die manier kunnen beleidsmakers noch leraren meer om de ernst van de situatie heen.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />