opinie Regelmatig worden we opgeschrikt door een bericht van een schietende jongere. Jongens, geen meisjes. Hij heeft dan een paar medeleerlingen of ex-medeleerlingen neergeschoten en leerkrachten. In Amerika, dan weer Finland, laatst weer in Duitsland. Niet alle incidenten halen overigens het nieuws. Er zijn er meer dan we horen, ook dat nog.
Waar komt dat door? Een samenloop van omstandigheden. Een aantal dingen zijn constant: jongens; eenzaam; gepest; in een computerwereld terechtgekomen, schieten en zelfdoding. Ze nemen wraak op de school. Niet op thuis. Een onverdraaglijk ervaren onrechtvaardigheid, een diepe zelfhaat en een verlies van hoop nog iets te kunnen veranderen. Het is het topje van de ijsberg van ongelukkige jongeren.
Zich uiten door mensen dood te schieten doen er gelukkig weinig. Daaronder zit de laag jongeren die zichzelf doodt. Die halen de kranten niet, dat zou ook gevaarlijk epidemisch zijn. Daaronder zitten degenen die min of meer succesvol wegvluchten in een virtuele wereld, daaronder degenen die doodongelukkig zich proberen aan te sluiten en steeds op een muur stuiten. Sommigen geven last, anderen hebben last.
We hebben vooral oog voor degenen die van zich laten horen door het meest bedreigende wat er is: een ander doodschieten. De grote groep echter lijdt onder wat hen aangedaan wordt. Meer oog voor hen betekent eens menswaardiger maatschappij.
Speelt de computer met zijn World of Warcraft een belangrijke rol? Uiteraard. Maar niet doorslaggevend. Dan zouden er zo’n twaalf miljoen schieten die het spel spelen. Voor diegenen die zich beroerd voelen, kan de computer een leven online bieden waar het prettiger is, waar het rechtvaardiger is. Het verschil met RL, Real Life, kan dan onverdraaglijk worden. De eindeloze uren online kunnen de psychische toestand om doen slaan in een gamepsychose.
Hoeveel risico loopt Nederland eigenlijk? Niet anders dan andere landen, als je het rijtje met problematiek ziet, maar Nederland is redelijk beschermd tegen schieten. Om twee redenen. De eerste is dat geweren en pistolen niet makkelijk beschikbaar zijn. De tweede is dat het in Nederland niet ‘cool’ is om een geweer te hebben, dat het allang geen cultuur meer heeft van dieren schieten voor voedsel en geen cultuur heeft van geweren dragen om jezelf te beschermen.
Nederland lijkt niet verder te komen dan een jongen die schietend op het dak van een winkelcentrum stond. Maar in mijn werk word ik regelmatig met voorlopers geconfronteerd, zwaaiend met onklaar gemaakte pistolen voor de webcam, dreigend medescholieren te pakken te nemen. Misschien help ik wel mee aan het voorkomen van meer ellende, maar ik denk niet dat Nederland snel geconfronteerd zal worden met dergelijke schietpartijen.
Het is echter geen reden om op onze lauweren te rusten. Het aantal jongeren dat in deze zwaar communicatieve wereld buiten de boot valt, groeit. Het oppompen van ego’s is hier bovendien ver ontwikkeld en heeft een andere zijde in misplaatste onrechtvaardigheidgevoelens. We moeten onze jongeren niet in de steek laten omdat ze niet schieten.
Martine Delfos is biopsycholoog. Lees hier de rest van haar columns. Voor meer informatie over haar werk zie www.mdelfos.nl
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.