*

 

Duurzame vis verkoopt moeizaam

Jeroen den Blijker − 25/02/09, 00:00

Onder vishandelaren bestaat weinig belangstelling voor duurzame vis. Ze worden daardoor voorbijgestreefd door de supermarkt. Een cursus moet het tij keren.

„De boodschap is helder: zo kunnen we niet verder”, zegt John Willems, eigenaar van een Visgilde-winkel uit Castricum. Willems is bovendien trainer van opleidingsinstituut SVO en leidt vandaag in Rijswijk de cursus ’Vis en duurzaamheid’, bestemd voor de 1700 viswinkels en -kramen van ons land. De cursus is opgezet door samenwerking van onder meer het Verbond van Nederlandse Visdetailhandel, het Productschap Vis en Stichting De Noordzee.

In de zaal zitten negen cursisten. Vijf zijn afkomstig van visgroothandel Almelo uit Katwijk, de vier anderen hebben een viswinkel. Willems toont zijn cursisten alarmerende cijfers. Een kwart van de soorten zeevis is overbevist, berekende wereldvoedselorganisatie FAO. Die soorten sterven dus uit, luidt de conclusie.

„De helft van de bekende soorten wordt nu al volledig bevist. Meer kunnen we niet vissen. Eigenlijk kan dat alleen nog maar bij het resterende kwart”, vat Willems samen.

Verantwoord beheer is daarom noodzakelijk. Dus: niet te veel vissen, ruimte bieden voor bestandsherstel en vissen met technieken die de bijvangst minimaliseren.

De cursus is informatief en praktisch. Willems prijst De Viswijzer aan, het overzichtje voor in de portefeuille dat diverse vissoorten op duurzaamheid beoordeelt. „Die Viswijzer kun je uitdelen in je winkel. Want communicatie met je klant is heel belangrijk.”

En Willems heeft het over de zin en onzin van de diverse labels. „Dolfijnvriendelijk staat bijvoorbeeld vaak op blikjes tonijn. Dan komt bij de tonijnvangst geen dolfijn in het net, is de claim. Maar bliktonijn is meestal Skipjack en die zwemt nooit met dolfijnen. Dus dat is een onzinlabel, pure marketing”, zegt Willems.

Daarnaast zijn er ook labels die wel deugen. Waddengoud uit de Waddenzee bijvoorbeeld. „De harder uit de Waddenzee wordt echt ambachtelijk gevangen. De visser staat zelf tussen de netten in het water. Bijvangst is er niet”, weet Willems. En hij heeft het natuurlijk over hét wereldlabel voor duurzame zeevis, dat van Marine Stewardship Council (MSC), herkenbaar aan het blauwe logo.

De meeste cursisten kennen dat logo al. Zij behoren tot de voorhoede van de visdetailhandel en denken na over hun toekomst. „Ik wil graag dat mijn zoon de winkel overneemt. Maar dan moet er natuurlijk nog wel vis over zijn” , zegt Nico de Jager van de gelijknamige vishandel uit Wateringen.

Sandra Klok van vishandel De Klok uit Voorhout mag, net als de cursusleider Willems, al een tijdje MSC-gecertificeerde vis verkopen. Haar boekhouding voldoet aan de eisen die de MSC-organisatie stelt. „Ik wil nu vooral meer duurzame vis gaan verkopen”, zegt zij. En Coen Paulus, die goede zaken doet met viskraam Essies in het Westland, is in gedachten al bezig zijn kraam opnieuw in te richten, speciaal voor MSC. Paulus, enthousiast: „Bij mijn leverancier heb ik al geïnformeerd. Hij kan duurzame vis leveren.” De grote concurrenten van de visspecialisten, de supermarkten, werken al volop met MSC.

Per saldo valt de belangstelling onder viswinkels en -kramen voor duurzaamheid tegen. Eerdere cursussen ’Vis en duurzaamheid’ zijn bijvoorbeeld bij gebrek aan belangstelling geschrapt. Want, legt Lia Mercx uit, de vishandel is enigszins behoudend. Mercx werkt voor opleidingsinstituut SVO. De omzet van vandaag lijkt belangrijker dan die van morgen in de sector.

Maar er zijn ook praktische bezwaren bij de visdetailhandel, zegt Mercx. Duurzame vis wordt nog niet royaal aangeboden, sommige populaire soorten als tong en schol zijn nog niet gecertificeerd en ook de consument is conservatief. „Totdat de verse zeevis op is natuurlijk” , zegt Mercx. Maar dan is het eigenlijk al te laat.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />