Terwijl de oude zorginstellingen worstelen met het wankele beleid van de overheid, experimenteren nieuwe ondernemers er lustig op los. Ruud Dirkse ziet een gat in de markt met zijn mantelzorgwoning.
Het was ze allebei door het hoofd gegaan. Zou moeder in de tuin willen wonen? En moeder dacht: zouden ze het vervelend vinden als ik zo dicht bij ze kom wonen. Uiteindelijk was het Annemieke die het idee ter sprake bracht. „Ik las in de krant een verhaal over mantelzorgwoningen en dacht: dat is ook voor ons de oplossing.”
In december verhuisde de 75-jarige mevrouw Kievits van Zwijndrecht naar haar nieuwe verplaatsbare woning in de tuin van haar dochter in de nieuwbouwwijk Vathorst in Amersfoort. „Ik heb zware artrose en dat maakt het moeilijk om me zelf te redden in huis”, vertelt Kievits. „Als er iets fout ging, hoefde ik mijn dochter maar te bellen en ze stapte in de auto. Maar ze moest wel iedere keer een uur rijden. Dat was op het laatst niet meer te doen.”
De mantelzorgwoning is pal achter het huis neergezet. Er zijn geen naaste buren en de woning grenst aan een landje met riet en water. De oudere vrouw heeft een mooi uitzicht. Voor de mantelzorgwoning heeft mevrouw Kievits een ton betaald. „Wat een beetje tegenzit, is de verkoop van mijn flat in Zwijndrecht. De huizenmarkt is ingestort en ik krijg het niet verkocht.”
De mantelzorgwoning is geheel op haar beperkingen ingericht. De woonkamer met ingebouwde keuken is in alle hoeken met een rolstoel te bereiken. Slaapkamer en badkamer liggen naast elkaar. Mocht mevrouw Kievits zo slecht ter been raken dat zij niet meer vanuit het bed naar de badkamer kan, dan is het mogelijk een rail aan het plafond te hangen waaraan een tillift bevestigd kan worden.
Zover is het nog niet. Mevrouw Kievits kan zich in haar nieuwe woning geheel zelf verzorgen. Thuiszorg heeft ze nog niet nodig. Dochter Annemieke helpt haar alleen 's avonds met het uittrekken van de steunkousen. Vanuit haar sta-op-stoel bestuurt mevrouw Kievits het hele huis. Voor haar op het plankje van de rollator liggen verschillende afstandsbedieningen. Het is even zoeken om de juiste te vinden. „Deze is van de gordijnen, met een druk op de knop gaan ze dicht.” En zo kan ze deuren openen, het licht aan en uit doen en zelfs op het toilet kan ze, met een afstandbediening zitten en weer opstaan. De vloer van de badkamer is na het douchen bijna meteen weer droog. Zo wordt uitglijden voorkomen.
Ruud Dirkse, directeur van het bedrijf PasAan, is inmiddels met de vijfde mantelzorgwoning bezig. Sinds de eerste woning in mei vorig jaar in Eindhoven werd geplaatst, lopen de aanvragen binnen. Maar ook al schrijft Dirkse trots op zijn internetsite dat hij altijd mantelzorgwoningen in voorraad heeft, toch duurt het lang voordat een vergunning door de ambtelijke molens van de gemeente is. In Eindhoven woont een 81-jarige moeder in de tuin van haar zoon. „In deze woning zijn camera’s aangebracht, zodat de vrouw op afstand is te monitoren. Het alarmsysteem werkt via het mobiele netwerk. Als er iets is, kunnen de kinderen de beelden oproepen op hun mobiele telefoon”, aldus Dirkse.
Voorlopig moet de zorgondernemer het hebben van particulieren. „Twee derde van de mensen betaalt de woning zelf, een derde wordt gefinancierd door woningbouwcorporaties.” Op geld uit de pot Wet Maatschappelijke Ondersteuning hoeft Dirkse niet te rekenen. Gemeenten geven wel geld voor aanbouw van kamers aan bestaande woningen, maar losstaande mantelzorgwoningen zijn te duur. „Wel betalen gemeenten vaak mee aan de plaatsingskosten. Die bedragen zo’n 20.000 euro”, rekent Dirkse voor.
Meer verwacht hij van staatssecretaris Jet Bussemaker van VWS, die onlangs liet weten 80 miljoen euro uit te trekken voor kleinschalige verpleegeenheden in de wijk. Dirkse kan ze zo leveren. Voor 1,8 miljoen euro zet hij een verpleegunit voor 24 personen neer. „En als ze na tien of twintig jaar niet meer nodig zijn, kunnen wij ze ook zo weer weghalen”, legt Dirkse uit.
In de dichtbevolkte wijken van de grote steden zal het lastig zijn om grond te vinden. De familie Kievits heeft geluk dat zij in een vrijstaand huis woont, aan de rand van een overgebleven stukje natuurgebied. Dirkse zet zijn kaarten eerder op het platteland. „Daar heb je vaak dat ouderen ver van het dorp in een verpleeghuis terechtkomen, omdat er in de buurt niets is. En is er genoeg ruimte. Je zou een aantal mantelzorgwoningen bij elkaar kunnen zetten.”
Mevrouw Kievits voelt zich prima in de tuin van haar dochter. De familie heeft wel duidelijke afspraken gemaakt. „Alleen op zondag eten we samen”, zegt Kievits. „Mijn man vindt het belangrijk dat ik niet word overbelast door de zorg voor mijn moeder”, vult Annemieke aan. Het is duidelijk nog even wennen wat zij van elkaar mogen verwachten.
„We moeten er verstandig mee omgaan”, zegt mevrouw Kievits. „Ik heb twaalf jaar voor mijn man gezorgd die al jong aan altzheimer leed. Dat was hard werken en op het laatst had ik geen vriendenkring meer over, omdat ik de deur niet meer uitkwam. Ik ben blij dat ik hem uit het verpleeghuis heb gehouden. De dokter zei: als je naar een verpleeghuis moet, dan ben je er over twee jaar niet meer. Ik hoop dat ik me hier kan blijven redden en dat ook ik niet naar een verpleeghuis hoef.”
Kleindochter Ella vindt het heerlijk dat ze ieder moment bij oma kan langswippen. „Ik heb ze, samen met haar broer, zien schaatsen op de vijver hiernaast”, vertelt Kievits. Annemieke lacht. „Mijn zoon Jan loopt op school rond te vertellen dat hij de enige is van wie de oma in de tuin woont. Hij is apetrots.”
Als de woning in de toekomst leeg komt te staan, kan de familie die weer verkopen. „Je kunt de mantelzorgwoning op Marktplaats zetten”, zegt Dirkse lachend „Maar wij kunnen haar, als een soort makelaar, weer verkopen en vervolgens in de tuin van de nieuwe eigenaar plaatsen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.