Tijdens de varende excursies van Natuurmonumenten op het Naardermeer leren kinderen (en ouders) van alles over de flora en fauna in en rond het meer. Een avontuurlijke tocht langs trilveen en een eeuwenoude eendenkooi.
’Dat zijn allemaal watervlooien”, vertelt Wim Krijnen, vrijwilliger en gids bij Natuurmonumenten enthousiast.
Vijftien kinderen vissen fanatiek met een schepnetje allerlei beestjes tussen de waterplanten vandaan om ze vervolgens aan een nauwkeurig onderzoek te onderwerpen. Ze vangen niet alleen watervlooien, maar ook spinnen, slakken, torren en vele andere waterdieren. Zo houdt een meisje triomfantelijk een potje omhoog waarin een jonge salamander zit.
Samen met hun ouders of grootouders zijn de kinderen mee met een vaartocht van Natuurmonumenten op het Naardermeer. Krijnen houdt van praten en weet ontzettend veel. Over elk plantje en beestje kan hij uitgebreid vertellen.
Onderweg meert de boot op verschillende plaatsen aan. De eerste stop is bij een vierhonderd jaar oude eendenkooi. Krijnen legt met passie uit hoe vroeger met de kooi eenden werden gevangen. Van de meer dan duizend eendenkooien die Nederland ooit kende, zijn er zo’n honderdtwintig overgebleven. Daarvan zijn er nog ongeveer tien in gebruik.
De groep gaat weer terug de boot in, op weg naar de volgende stop. Eén voor één mogen de kinderen samen met Ina Wagner de boot besturen. Zij is ook vrijwilliger bij Natuurmonumenten en assisteert Krijnen, die ondertussen vertelt over libelles en pissebedden. „Libelles zijn eigenlijk waterbeestjes. Ze leven twee tot drie jaar als larve in het water. Daarna klimmen ze op een waterplant en ontpoppen ze zich tot libel”, zegt de gids. De huid splijt hierbij open en blijft als lege huls achter op de plant. Voorbeelden van deze ’uitsluiphuid’ gaan in een glazen potje de boot rond.
„Wat doe je als je last hebt van brandend maagzuur?”, vraagt Krijnen wat later. Zonder op een antwoord te wachten, vertelt hij dat daar tegenwoordig tabletjes voor zijn. „Maar vroeger hadden we die niet. Toen namen de mensen een pissebed tegen opkomend maagzuur.”
Aangekomen bij de tweede aanlegsteiger raadt Krijnen de kinderen aan hun broek op te rollen en sokken en schoenen uit te trekken. Ze mogen over trilveen lopen, maar daar kunnen ze wel vies van worden. Het blijkt nog een heuse hindernis om over het stukje veen te stappen. De grond is behoorlijk zacht en een aantal kinderen glijdt uit of heeft een helpende hand nodig om naar de overkant te komen. Voor volwassenen is het te gevaarlijk zich op dit veen te begeven: de dag voor de excursie moest een man uit het veen worden getrokken die er tot zijn middel in was weggezakt.
De kinderen kunnen hun vies geworden voeten en benen afspoelen in het water. Hoewel zwemmen in het Naardermeer eigenlijk niet mag, moedigt Krijnen de kinderen aan een frisse duik te nemen in het water. Een paar kinderen en één vader wagen het erop, trekken hun kleren uit en plonzen in de hoofdvaart van het meer.
Echt lekker warm vinden ze het niet. ’Koud’ en ’brrr’ klinkt het boven het water. Rillend komen enkelen het water uit. Gelukkig hebben de gidsen een stapel handdoeken meegenomen en kunnen de kinderen op temperatuur komen met verse thee. Die is gezet van munt, waarvan Krijnen tijdens de tocht een aantal takjes geplukt heeft.
Als iedereen lekker is opgewarmd, mogen de kinderen natuurparfum maken, een prutje van bloemen, blaadjes en water. „Want”, zo vertelt Krijnen, „als je reeën en vossen in het wild wilt zien, moet je niet teveel naar mens ruiken. Je moet zorgen dat je naar de natuur ruikt, dat vinden de dieren lekker. Wie weet laten ze zich dan wel sneller zien”.
Dan is het tijd om weer terug te varen naar het beginpunt, boerderij Stadzigt. Krijnen is nog steeds niet uitgepraat. Hij laat foto’s zien en vertelt over ringslangen, waterjuffers, de grote boterbloem en krabbescheer.
Na ruim tweeënhalf uur begint de aandacht te verslappen: „Mam, wanneer gaan we naar huis?” Toch wordt het op het eind nog even spannend. De schroef van de boot is vast komen zitten in waterplanten en verder varen gaat niet meer. Met stokken proberen de gidsen de boot los te krijgen.
Wanneer dit niet lukt, trekt Krijnen zijn kleren uit en duikt het water in. Hij snijdt de planten los en trekt ze tussen de schroef vandaan. Dan is het nog maar een klein stukje varen voordat de boot weer aanmeert voor de deur van Stadzigt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.