*

 

Leven en lijden van Valerie Solanas

Sofie Messeman − 24/07/10, 00:00

Van de ultrafeministische Valerie Solanas weten we weinig meer dan dat ze Andy Warhol neerschoot. De Zweedse Sara Stridsberg vult de leemte met haar fantasie en verplaatst je in het hoofd van een gehavende vrouw.

  • Valerie Solanas, ingerekend door de politie. (Trouw)

De Amerikaanse Valerie Solanas wordt in de annalen herinnerd om twee feiten. Ze is de auteur van het SCUM-manifest, radicaal pleidooi voor een samenleving zonder mannen. Daarnaast staat ze te boek als de krankzinnige die in 1968 drie revolverschoten loste op popart-kunstenaar Andy Warhol, die na de aanslag levenslang gehandicapt bleef.

Verder is er weinig bekend over het leven van deze vreemde vrouw. Maar uit die luttele feiten heeft de Zweedse schrijfster Sara Stridsberg een hoogst eigenzinnige biografische roman gedistilleerd: ’Droomfabriek’.

Stridsberg – ze publiceerde eerder de roman ’Happy Sally’ over de Scandinavische Sally Bauer die als eerste het Kanaal overzwom – noemt haar boek geen biografische roman. Ze spreekt liever van een „literaire fantasie gebaseerd op het leven van Valerie Solanas”.

Dat Stridsberg gefascineerd raakte door deze vergeten ultrafeministe, heeft alles te maken met haar vertaling van het SCUM-manifest, waarover de schrijfster verklaarde: „Er sprak zoveel wildheid en agressie uit dit geschrift, dat de stem van Valerie Solanas me is blijven achtervolgen.”

Alles in deze roman getuigt van een nooit geziene verlatenheid. Het boek begint in een morsige kamer in het Bristol Hotel, een eindstation voor hoeren in het Tenderloin District in San Francisco. Stridsberg heeft dit oord van ellende zelf bezocht en draagt in het nawoord haar roman op aan alle bewoners ervan. „Het is april 1988 en Valerie Solanas ligt op een vuil matras en ondergeplaste lakens dood te gaan aan longontsteking. Buiten voor het raam knipperen roze neonlichtjes en de pornomuziek gaat dag en nacht door.”

Het tragische gegeven van Solanas’ eenzame dood wordt razendsnel afgewisseld met korte, steeds verschillend getoonzette hoofdstukjes over andere momenten uit haar bestaan. Koele fragmenten uit het Warhol-proces, een ’interview’ met Valerie’s onbeholpen moeder, wat weer schril contrasteert met de vijandige gesprekken tussen Solanas en haar psychiater Ruth Cooper. Bovenal is de woestijn van Ventor in Georgia prominent aanwezig. Dat is waar Valerie opgroeide onder de hoede van haar wisselvallige moeder Dorothy. De beschrijving van de barre jeugdjaren is heel merkwaardig. Door alles te bekijken vanuit het standpunt van het kind dat haar moeder adoreert, weet Stridsberg de relatie tussen Valerie en Dorothy een soort poëzie mee te geven.

„De zeepbellen drijven door het raam naar binnen en naar buiten en Dorothy probeert ze met een vliegenmepper te vangen. Ze is ervan bezeten het huis in te zepen, het is net een bezwering [] zij lacht en rookt en wuift de vliegenzwermen uit jouw gezicht en voorspelt dat het allemaal gelukkig eindigt.” Maar de realiteit is allesbehalve gelukkig. Dorothy is een kindvrouwtje, ongeschikt voor het moederschap en voortdurend op zoek naar een man, die altijd de verkeerde blijkt. Stridsberg noteert het met veel mededogen, maar ook rauw en realistisch, waardoor het allemaal in een waas van oneindige treurnis wordt gedompeld. Want alles welbeschouwd is Valerie een verwaarloosd, zelfs misbruikt kind, in een omgeving die louter marginaliteit is.

Dat ze zichzelf later omschrijft als ’zeer boos’, hoeft niet te verbazen; getalenteerd is ze namelijk wel. Ze slaagt er zelfs in om toegelaten te worden tot de universiteit. Maar steun van haar moeder krijgt ze niet – de telefoon in de woestijn blijft eindeloos rinkelen – en na een poos gaat het fout. De jaren aan de universiteit, waar Solanas zichzelf uitroept tot ’de eerste intellectuele hoer van Amerika’ en de tijd in New York, waar ze in contact komt met Warhols Factory, worden beschreven als één lange roes. Daarin lezen we het verhaal van ’Solanas door Solanas’. Pas tegen het einde ontwaken we daar uit, als de schrijfster de feiten plotseling gaat beschrijven van buitenaf. Dan pas stellen we vast hoe Valerie door iedereen wordt gemeden, hoe ze door Warhols omgeving wordt uitgebraakt, hoe een uitgever haar angstvallig afhoudt, hoe ze uit hotellobby’s wordt verdreven en uit winkels verwijderd. Dan pas komt de krankzinnigheid in al haar zieligheid naar voren.

Stridsberg is er op onvergelijkbare wijze in geslaagd in de huid van Valerie Solanas te kruipen – een ware heksentoer omdat ze erg ver gaat in de identificatie met het rauwe van de marginaliteit en het onbeschrijfelijke van de krankzinnigheid. Bovendien weet ze de melige rechtlijnigheid van de ’geromantiseerde biografie’ te vermijden door de hoogst originele structuur. Deze roman bekoort dan ook vooral om zijn structuur en stilistische kwaliteiten, want de thematiek is zo zwaar dat weinigen er spontaan voor zullen vallen.

mailIcon print |