*

 

Die gestreepte lastpak is eigenlijk een zielig geval

Nicolien van Doorn − 31/07/10, 00:00

Wespen zijn irritant en kunnen venijnig steken. Maar ze zijn ook nuttig. En ken je hun levensverhaal, dan gun je ze dat drupje limonade.

  •  (Trouw)
    (Trouw)

Nog even en het wordt weer onrustig op terrassen en balkons. Dan zoemen de wespen om ons heen en moeten we uitkijken dat er niet zo’n geelzwart gestreepte lastpak op de ijsjes of in de colaglazen zit.

Toegegeven, dat is irritant. Maar er is ook een andere kant aan de zaak. Een wesp valt namelijk niet uit zichzelf aan. Als je kalm blijft en niet als een dolle om je heen begint te slaan, doet hij niks.

Is het trouwens niet opmerkelijk dat we pas in de nazomer last krijgen van wespen? In de maanden daarvoor konden we alle zoetigheid van de wereld op tafel zetten, zonder dat er een horde wespen kwam mee-eten. Om te begrijpen waarom het pas in augustus lijkt alsof de hele kolonie haar nest heeft verplaatst naar uitgerekend óns terras, gaan we ons deze keer verdiepen in het korte leven van de wesp. De teerhartigen onder ons waarschuw ik alvast: het wordt een zielig verhaal.

Er bestaan duizenden soorten wespen, die grofweg zijn in te delen in solitaire en sociale wespen. Van de solitaire wespen heeft niemand last. Zij gaan er in hun eentje op uit en kunnen niet eens steken. De wespen die dat wel kunnen zijn de sociale wespen die met z’n duizenden in een nest leven.

Zo’n wespennest begint met één enkele koningin. Zij heeft van de herfst tot het vroege voorjaar overwinterd, en wordt wakker zodra de temperatuur boven de 15 graden uitkomt. De koningin gaat op zoek naar een geschikte nestplaats en zodra ze die gevonden heeft, krijgt ze het een tijdlang razend druk. Ze bouwt een bolletje met broedcellen en legt in elke cel een eitje, dat ze bevrucht met sperma dat ze in haar lichaam bewaart. Wanneer de eitjes uitkomen, gaat ze op zoek naar voedsel voor de larven. Ze voert ze en bouwt ondertussen verder aan het nest. Zodra de larven zich na een week of vier ontwikkeld hebben tot werksters, nemen die al haar taken over. Op één na: het leggen van eieren. Voor de majesteit is het Zwitserleven begonnen.

De werksters doen hun naam eer aan. Ze verzamelen houtvezels, kauwen erop, spugen het uit en brengen het op zijn plaats, waar het opdroogt tot papier-maché. Had het nest aanvankelijk het formaat van een pingpongbal, aan het eind van de zomer kun je er mee voetballen.

De werksters zorgen er ook voor dat de temperatuur in het nest constant blijft. Sommige zitten aan de ingang van het nest met hun vleugels te wapperen om koele lucht rond te laten gaan. Andere doen dat binnen in het nest om de warme lucht kwijt te raken. Wordt het echt snikheet, dan vliegen ze naar vijvers en poelen, halen daar water uit en spugen dat op de wanden en cellen in het nest.

Verder moeten de larven worden gevoerd. Omdat die alleen vlees eten, jagen de werksters op insecten en vliegen daarmee terug naar het nest. Zelf eten ze er niet van. Zij hoeven niet meer te groeien en hebben genoeg aan de koolhydraten die in suikers zitten. Om die binnen te krijgen, eten ze nectar en sap van vruchten. En ze likken de larven schoon, die tijdens het voeren een zoete stof afscheiden.

Op dit punt stop ik even om de tussenstand op te maken. Die luidt dat we bijna de hele zomer plezier hebben van wespen. Dankzij hen hebben we veel minder last van vliegen, muggen, rupsen en bladluizen. Bovendien bestuiven ze bloemen van fruitbomen, groenten en planten.

Goed, we gaan verder. Aan het eind van de zomer produceert de koningin een hoeveelheid mannetjes en vruchtbare vrouwtjes. Deze toekomstige koninginnen zwermen uit en worden bevrucht door de mannetjes, die hen achterna gevlogen zijn. Ze keren niet terug naar het nest – de mannetjes gaan dood, de bevruchte vrouwtjes zoeken een overwinteringsplek.

In het ’oude’ nest is de koningin intussen uitgeput geraakt. De hele zomer heeft ze de kolonie aangestuurd door middel van een bepaald feromoon, dat de werksters binnen kregen wanneer zij haar verzorgden. Maar nu de ’manager’ op apegapen ligt, ligt ook de productie van eitjes, larven en poppen nagenoeg stil. Er zijn minder werksters nodig om voor de resterende larven te zorgen, de orders van hogerhand blijven uit en bij gebrek aan larven is ook de zoetigheid bijna op. De werksters raken ontregeld, verlaten overdag het nest en gaan op zoek naar zoetigheid. Die ze in grote hoeveelheden aantreffen op terrastafels en bij ijscokarretjes.

In de herfst sterven de oude koningin en de werksters. Van de enorme kolonie zijn dan alleen de jonge koninginnen nog in leven. Ergens op een vorstvrije plek zitten zij te wachten tot het lente wordt. Waarna de cyclus opnieuw begint.

Nu we wat meer over wespen weten, stellen we ons voortaan misschien wat toleranter op. Al kan ik me best voorstellen dat je ze niet in de buurt wilt hebben. Om ze kwijt te raken kun je je toevlucht nemen tot een opgerolde krant, een elektronische vliegenmepper of een al dan niet zelfgemaakte wespenvanger. Maar wie die arme wespen hun laatste levensweken gunt, kan ook kiezen voor partjes citroen, waarin kruidnagels zijn gedrukt. Of een brandend wierookstokje. Dan blijven ze vanzelf uit de buurt. En kunnen ze nog heel even genieten van een welverdiende vakantie.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />